Hoe laminaat correct plaatsen?
Dankzij het lock- of kliksysteem kan laminaat vlot worden geïnstalleerd, de panelen kunnen eenvoudigweg in elkaar worden geklikt. Maar tijdens de plaatsing moet wel met bepaalde zaken rekening worden gehouden.
Vooraf
Voor de plaatsing moeten de luchtvochtigheid en temperatuur van de ruimte gecontroleerd worden. Idealiter varieert de luchtvochtigheid tussen de 40% en 60%, de temperatuur moet minimaal 18 °C en maximaal 25 °C bedragen. Het laminaat moet zeker twee dagen (of 48 uur) voor de plaatsing reeds in de ruimte met die omstandigheden worden geplaatst. Op die manier kan het acclimatiseren.
Indien er reeds een vloerbedekking aanwezig was (bijvoorbeeld tapijt), moet deze uiteraard eerst worden verwijderd. Daarnaast moet er zeker voor worden gezorgd dat de ondergrond waterpas ligt. Indien dat niet het geval is, moet die nog worden bijgewerkt. Ook moet de ondergrond grondig worden gereinigd van vuil, gruis en stofresten.
Ondervloer
Vooraleer aan de plaatsing wordt begonnen, moet een vloerbescherming of ondervloer worden aangebracht. Die ondervloer is noodzakelijk, want hij zorgt ervoor dat kleine oneffenheden worden overbrugd en dat de ondergrond dus geëgaliseerd wordt. Daarnaast dempt de ondervloer het geluid (meestal worden stapgeluiden met ongeveer 20 dB verminderd) en fungeert hij als dampscherm.
Niet verlijmen
Bovenop de ondervloer kan dan uiteindelijk het laminaat worden gelegd en dankzij het kliksysteem kan dat snel en gemakkelijk gebeuren. De panelen mogen niet verlijmd worden, want op die manier wordt de vloer volledig vastgelegd en kan het hout niet meer uitzetten en inkrimpen. Bij de afwerking van een visgraat kan soms wel worden aangeraden om bepaalde delen te verlijmen. Wanneer er bijvoorbeeld tegen de muur nog een klein stukje laminaat moet worden toegevoegd, is er vaak te weinig kliksysteem over om nog voldoende hechting te hebben.
Laminaat leeft
Vooraleer de eerste plank wordt gelegd, moet de kamer grondig worden opgemeten. Op die manier wordt duidelijk hoeveel laminaat men nodig zal hebben, maar het zorgt er ook voor dat de planken op het einde juist uitkomen. Het is namelijk beter om aan twee zijden met panelen van halve breedte te werken dan met een volledig paneel te starten en dan op het einde amper ruimte over te hebben voor het laatste stukje laminaat.
Aan de randen (bijvoorbeeld bij muren) moet een voeg worden gelaten, op die manier heeft het laminaat nog voldoende ademruimte om te kunnen leven (dus uitzetten en inkrimpen). Bij de ene fabrikant moet die voeg tussen de 8 en 10 mm bedragen, een andere fabrikant raadt 16 mm aan. Het wordt ook geadviseerd om tijdens de plaatsing de pakken te mixen. Op die manier worden de verschillende designs van het laminaat door elkaar gebruikt en zal de vloer een mooiere afwerking krijgen.