Houtverduurzaming
Hout wordt bedreigd door twee belangrijke aantasters: schimmels enerzijds en insecten anderzijds. Afhankelijk van de omstandigheden waarin een bepaald houtproduct terechtkomt, zal er meer of minder risico zijn op de ontwikkeling van schimmels.
Om dat risico concreet te maken, worden vijf gebruiksklassen gedefinieerd. Onder gebruiksklasse 1, zal het risico op de ontwikkeling van schimmels bijna onbestaande zijn; onder gebruiksklasse 5 is een aantasting hoogstwaarschijnlijk.
Verduurzamen
In België wordt er nog relatief veel verduurzaamd, maar ook hier houdt men steeds vaker vast aan het ‘enkel waar echt nodig’-principe. Er gelden in ieder geval geen verplichtende normen voor houtverduurzaming, al wordt STS 04.3 (2009) in de praktijk nog veelal als wettelijke basis beschouwd.

Keuze van de verduurzamingsbehandeling
Is verduurzaming noodzakelijk, dan heeft men de keuze uit verschillende behandelingen. Traditioneel gaat het om een behandeling met chemische producten, maar vandaag behoren in bepaalde gevallen ook hydrofobering of thermische en chemische modificatie tot de mogelijkheden.
De juiste keuze is belangrijk, want verschillende behandelingen leiden niet alleen tot verschillende resultaten, ze hebben vaak ook een verschillende wettelijke waarde.
Chemische verduurzamingsbehandelingen
De meest gangbare manier om houtproducten te verduurzamen, is met behulp van een chemische behandeling. Daarbij wordt een welbepaald product volgens een specifieke methode in of op het hout aangebracht.
Producten
In het verleden waren producten voor houtverduurzaming veelal gebaseerd op een combinatie van koper, chroom en arseen, maar sinds de intrede van de biociderichtlijn (BPD) worden die laatste twee volledig uit de producten geweerd. Koper, dat sterk schimmelwerend is, vormt in de meeste gevallen wel nog een belangrijk onderdeel, maar wordt nu gecombineerd met organische in plaats van niet-organische bestanddelen.
Methode
De behandelingsprocedés zijn divers, maar kunnen in grote lijnen opgedeeld worden in oppervlakte-, drenkings- en vacuüm/drukbehandelingen. Daarbij zorgen de laatste voor de diepste opname van het product in het hout en dus de beste prestaties. Elk behandelingsprocedé wordt omschreven met een specifieke code (zie Codes & Classifcaties). In de meeste gevallen wordt de houtverduurzaming uitgevoerd in een speciaal daartoe uitgerust, en eventueel erkend, behandelingsstation. Sommige daarvan beschikken over een depot met hout voor verschillende gebruiksklassen; andere, doorgaans kleinere stations, werken op aanvraag.
Oppervlakkige behandelingen zoals besproeien en bestrijken worden doorgaans door de schrijnwerker zelf uitgevoerd. Schrijnwerkers die over een drenkingsbak beschikken, kunnen in principe ook T-behandelingen zelf uitvoeren, al dienen ze dan wel over de nodige toelatingen te beschikken om met de producten in kwestie te werken.
Prestaties
Zowel het product als de behandelingsmethode is bepalend voor de uiteindelijke duurzaamheid van het behandelde hout. Die prestaties worden uitgedrukt in de vorm van een behandelingsklasse, die vermelding maakt van het type toepassing enerzijds (timmerhout, gevelbekleding …) en de gebruiksomstandigheden in de vorm van de gebruiksklasse anderzijds (zie Codes & Classifcaties).
De meeste houtverduurzamingsproducten kunnen volgens verschillende procedés toegepast worden, met verschillende prestaties tot gevolg. In de technische documentatie van het product worden behandelingsklasse en behandelingsprocedé daarom steeds samen vermeld.
Hou er echter ook rekening mee dat niet elk type hout even goed op elke behandeling reageert. Een houtsoort als vuren, dat een eerder fijnmazige structuur heeft, zal het product veel moeilijker opnemen dan bijvoorbeeld grenen, dat eerder als spons fungeert. Daarom worden er in de productspecificaties, per gebruiksklasse, ook minima meegegeven voor de indringingsdiepte.
Behandelingscertificaat
Om absolute zekerheid te hebben over de duurzaamheid van het hout dat gebruikt wordt, zal er in heel wat gevallen om een behandelingscertificaat gevraagd worden. Dat kan enkel afgeleverd worden als er aan de volgende voorwaarden voldaan is:
- het toegepaste product heeft een toelating van de FOD Volksgezondheid en Leefmilieu;
- de behandeling (product + procedé) is gehomologeerd;
- de behandeling beschikt over een ATG;
- het drenkingsstation beschikt over een ATG.STS 04.3 (2009).
CODES EN CLASSIFICATIES
Behandelingsklasse
Aan de verschillende (chemische) verduurzamingsbehandelingen worden een of meerdere behandelingsklassen toegekend. Deze geven aan voor welke toepassingen de behandeling geschikt is. De classificatiecodes bestaan steeds uit een letter en een cijfer. De letter verwijst naar het type toepassing, het cijfer naar de beoogde gebruiksklasse (zie boven).
Ax = timmerhout
Bx = binnenschrijnwerkhout
Cx = buitenschrijnwerkhout
Een behandeling met code A3 is met andere woorden geschikt voor het verduurzamen van timmerhout dat buiten blootgesteld zal worden.
Behandelingsprocedé
Chemische verduurzamingsproducten kunnen op verschillende manieren aangebracht worden. Elke methode wordt met een code geïdentificeerd.
O1= besproeiing
O3 = dubbel vacuüm in autoclaaf
O5 = behandeling met kwast
O6 = vacuüm en druk in autoclaaf
T1 = korte drenking
T2 = halflange drenking
T3 = lange drenking
S2 = vacuüm en druk in autoclaaf
S4 = alternerende en oscillerende druk