Hoe installeer je een dampkap?

Een dampkap plaatsen of vervangen? Met een goede voorbereiding kun je zelf aan de slag. We tonen hoe je een traditionele dampkap, een recirculatiemodel of werkbladafzuiging installeert en waarop je moet letten bij de bevestiging, luchtkanalen en aansluiting.
##video:edbbe2003v01_nl;center;p100##
Traditionele dampkap
Bij dampkappen met een externe afvoer wordt de kooklucht naar buiten toe geleid via een doorvoer naar het dak of een buitenmuur toe – afgesloten langs buiten met een rooster.
Aandachtspunten voor de afvoer
Voor de afvoer van een traditionele dampkap kun je zowel een ronde als een rechthoekig kanaal gebruiken. Zorg er bij ronde buizen wel voor dat de diameter minstens 125 mm of liever zelfs 150 mm groot is. Bij een kleinere diameter krijg je namelijk meer lawaai en minder rendement. Bij rechthoekige buizen kies je om dezelfde reden een zo groot mogelijke sectie. Vernauwingen in de buizen moet je eveneens vermijden. Je dampkapafvoer is het best zo kort mogelijk. Elke extra meter afvoerlengte zorgt voor bijkomend drukverlies, minder rendement en extra lawaai.
Beperk ook het aantal bochten. Zijn bochten onvermijdelijk, ga dan als dat mogelijk is voor zachte bochten: liever twee van 45° dan een van 90°. Heb je een afvoer naar buiten, dan installeer je het best een terugslagklepje, zodat de koude buitenlucht niet terug naar binnen kan komen.
Elektrische voeding
Een dampkap wordt aangesloten op een stopcontact. Die zit meestal weggewerkt in een nabijgelegen kast of achter de schouwafwerking. Zorg dat de stekker na de montage bereikbaar blijft, zodat je het toestel kunt loskoppelen voor onderhoud.
Een nieuwe dampkap kiezen
Als je zelf een dampkap plaatst, is dat meestal omdat je een oud model vervangt door een nieuwe. Let wel op dat je niet zomaar een nieuwe dampkap koopt, want die moet natuurlijk in je bestaande keuken passen. Meet daarom eerst de beschikbare ruimte op, zodat je weet welke maat van toestel je kan integreren. Neem daarvoor de maten die je huidige dampkap inneemt.
Bij de meeste telescopische of onderbouwdampkappen volstaat het om de breedte van de bestaande opening te kennen. Is het een klassieke, losstaande dampkap of een inbouwdampkap, dan kan ook de diepte van belang zijn.
Sowieso kun je nooit te veel meten. Ook de diameter van de afvoerbuis kan handig zijn te weten.
Met deze maten bij de hand kan je dan een nieuwe dampkap kiezen die in je woning past. Met een gelijkaardig type als je vroegere model kan je in elk geval de bal niet misslaan.
Oude dampkap wegnemen
Begin de installatie met het weghalen van het oude exemplaar. Haal eerst met een schroevendraaier de kastdeuren weg om gemakkelijk te kunnen werken. Daarna kun je de stekker uit het stopcontact halen en de afvoerbuis loskoppelen.
Nadat dat gebeurd is, schroef je het toestel los van de kast en muur, waarna je het voorzichtig kan weghalen. Is de stekker geklemd en is het oude toestel alleen nog bruikbaar voor het recyclagepark? Dan kun je die afsnijden met een kniptang om het jezelf gemakkelijker te maken.
Nieuwe dampkap voorbereiden
Als je goed gemeten hebt, zou de nieuwe dampkap perfect in je keuken moeten passen. Verwijder de filters tijdelijk uit het apparaat voordat je het plaatst. Bekijk ook de handleiding voor je van start gaat, zo ga je niet overhaast te werk.
Een eerste stap van de installatie is het aanpassen van de bestaande situatie. De kans bestaat immers dat de stroomkabel of ventilatieopening op een andere plaats zit dan bij het vorige toestel. Meet de positie van de kabel op het toestel en markeer deze op je kast.
Stroomkabel
Heeft je nieuwe dampkap een grotere stekker dan de oude? Dan zal er dus een grotere opening nodig zijn om die tot bij het stopcontact te krijgen. Met een klokboor op je schroefboormachine kun je dat gat makkelijk maken. Pas de diameter aan naar de grootte van je stekkerkop. Veeg meteen ook het boorstof op, om netjes te werken. Daarna kun je de stroomkabel door de gemaakte opening halen en de dampkap ter plaatse houden.
Zet - als je zoals in dit voorbeeld met een onderbouwkap werkt - de positie van de bevestigingspunten over op de onderzijde van de kast, en haal het toestel weer weg. Om de dampkap later vlot te kunnen bevestigen, moet je op die punten nu gaan voorboren. Een alternatieve methode is dat je de schroef er al even indraait en ze dan weer weghaalt. Zo voorkom je ook dat het hout zou splijten.
Afvoerbuis
Voordat je het toestel definitief ter plaatse hangt, moet je in de meeste gevallen de aansluiting voor de afvoerbuis nog voorbereiden. Dat houdt in dat je een koppelstuk steekt op de opening in de dampkap. Deze wordt vaak gewoon meegeleverd. Steek – indien van toepassing – de terugslagklep in de opening en schuif er daarna het vaste stuk buis over.
Dampkap installeren
Schroef de dampkap daarna vast via de voorziene bevestigingspunten. Eens dat gebeurd is, maak je de aansluiting van het koppelstuk op de flexibele afvoerslang die de kooklucht naar buiten afvoert. Schuif de slang voldoende ver over het koppelstuk en zet ze vast met een klemring. Controleer of de verbinding stevig vastzit en dicht eventuele luchtlekken af met geschikte aluminiumtape. Houd de afvoerslang zo kort mogelijk en vermijd knikken en scherpe bochten, want die hinderen de luchtstroom en kunnen extra geluid veroorzaken.
Tip
De vereiste afstand tussen de kookplaat en de dampkap hangt af van beide toestellen. Bij een elektrische, vitrokeramische of inductiekookplaat ligt de minimumafstand vaak tussen 50 en 65 cm, bij een gaskookplaat is doorgaans minstens 65 cm nodig. Controleer altijd de installatievoorschriften van zowel de dampkap als de kookplaat en houd de grootste voorgeschreven minimumafstand aan. Die tussenruimte is nodig om oververhitting en brandgevaar te voorkomen. Hang de dampkap ook niet onnodig hoog, want dan kunnen kookdampen gemakkelijker ontsnappen voordat ze worden afgezogen.
Verlichting plaatsen
Bij dampkappen met ingebouwde ledverlichting hoef je zelf geen lampen te plaatsen. Bij sommige toestellen moet je wel nog een of meerdere lampen aanbrengen. Controleer in de handleiding welk lamptype en vermogen geschikt zijn.
Zorg dat de stekker uit het stopcontact is en verwijder indien nodig de lampafdekking. Plaats de lampen volgens de instructies van de fabrikant en bevestig de afdekking weer op haar plaats. Sluit de dampkap vervolgens aan en controleer of de verlichting werkt. Ook de filters kan je dan terugplaatsen.
Eens je hebt getest of alles ook effectief werkt, kun je de kastdeur, die de afvoerleiding en stekker verbergt, terug op zijn plaats hangen.
Recirculatiekap
De bevestiging en elektrische aansluiting van een recirculatiedampkap verlopen grotendeels volgens hetzelfde principe als bij een traditionele dampkap. Het verschil zit vooral in de luchtgeleiding: een recirculatiedampkap heeft geen afvoer naar buiten, maar filters en een vrije uitblaasopening om de gefilterde lucht terug de keuken in te sturen.
Verluchtingsrooster
Bij een ingebouwde recirculatiedampkap moet je, afhankelijk van het systeem, een afzonderlijk uitblaasrooster voorzien. Via dat rooster stroomt de gefilterde lucht terug de keuken in. Niet elke recirculatiedampkap heeft een afzonderlijk rooster nodig: sommige toestellen hebben zelf al uitblaasopeningen.
Voorzie je een apart rooster? Volg voor de positie en de vereiste vrije doorlaat de montagevoorschriften van de fabrikant en zorg dat de lucht ongehinderd kan uitstromen. Voorzie voldoende ruimte tussen dit rooster en de dampkap zelf, anders zou hij zijn eigen uitgeblazen propere lucht weer opzuigen.
Moet er na de installatie nog een verlaagd plafond worden geplaatst? Zet dan vooraf het afgewerkte plafondniveau uit, zodat het rooster niet achter het plafond verdwijnt of gedeeltelijk wordt afgedekt. Teken vervolgens de voorgeschreven uitsparing af, maak de opening en sluit het uitblaaskanaal of de recirculatiebox aan voordat je het rooster definitief bevestigt.
Dampkap verbinden
Bij een recirculatiedampkap met een afzonderlijk uitblaasrooster verbind je de luchtuitlaat via een flexibel luchtkanaal met het rooster of de recirculatiebox. Afhankelijk van de inbouwsituatie maak je die aansluiting voordat je de dampkap definitief op haar plaats bevestigt. Gebruik een geschikt luchtkanaal met de door de fabrikant voorgeschreven diameter, vaak 15 cm. Verklein die diameter niet: dat verhoogt de luchtweerstand en kan de afzuigcapaciteit verminderen en extra geluid veroorzaken.
Gebruik bij voorkeur gladde, starre buizen en ruime bochten, zodat de lucht vlot kan doorstromen. Is een flexibele aluminiumslang nodig voor de aansluiting? Trek die dan volledig uit, kort ze op maat in en vermijd knikken of samengedrukte delen. Zet de verbindingen stevig vast en dicht ze luchtdicht af met geschikte aluminiumtape. Zorg er ten slotte voor dat het uitblaasrooster vrij blijft, zodat de gefilterde lucht ongehinderd terug de keuken in kan stromen. Hier geldt opnieuw: houd het kanaal zo kort mogelijk en beperk het aantal bochten.
Filters installeren
Als dat gebeurd is en de verbinding voor de afvoer gemaakt is, kan je de dampkap vastklikken en vastschroeven. Vergeet niet om hier ook de vetfilters te installeren. Bij hercirculerende dampkappen mag je ook niet vergeten om de koolstoffilters te installeren.
Werkbladafzuiging
Heb je gekozen voor een kookplaat met geïntegreerde werkbladafzuiging? Dan installeer je het afzuigsysteem samen met de kookplaat. Stem de uitsparing in het werkblad en de positie van de aansluitingen af op de inbouwtekening van de fabrikant.
Net als bij een gewone dampkap, moet er een luchtkanaal zitten om de afzuiging op aan te sluiten. Het verschil is dat deze niet boven, maar in een onderkast wegzit. In het geval van een recirculatiesysteem, zit de uitblaas onder de onderplaat van de kast en zit er een rooster in de kastplint weggewerkt.
Voorbereiding
Voor je de keukenkasten plaatst waarin de kookplaat met afzuiging wordt geïntegreerd, bereid je best al het leidingwerk voor. Eerst maak je een uitsparing achteraan de onderplaat van je kast, volgens de leiding van het afzuigsysteem.
Lijn de voorzijde van het uitblaasstuk uit met de kastpoten, zodat het afwerkrooster later in hetzelfde vlak als de plinten zit. Controleer of de aansluiting achteraan overeenkomt met de gemaakte uitsparing.
Pas vervolgens de buis en aansluitbocht voorlopig op het uitblaasstuk. Bepaal de benodigde buislengte zodat de bocht niet voorbij de kastrug uitsteekt. Markeer de maat, kort de buis in met geschikt gereedschap en verwijder de bramen. Bevestig het aangepaste verbindingsstuk en schuif de onderdelen van de aansluitbocht in elkaar. Gebruik indien nodig glijmiddel. Dit op maat gemaakte stuk kan je dan definitief plaatsen eens de kast op zijn plaats staat.
Toestel voorbereiden
Met het werkblad op zijn plaats, kan de kookplaat met afzuiging worden geplaatst. Monteer de aansluitbocht voor de afzuiging op de kookplaat. Controleer of die in de juiste richting staat om straks op het voorziene luchtkanaal aan te sluiten. Schroef de bocht voorzichtig vast met een schroevendraaier. Vervolgens sluit je de kookplaat aan volgens het aansluitschema voor jouw netaansluiting. Daarna kan je verder met de afzuiging.
Plaatsen en aansluiten
Eens de kookplaat op zijn plaats ligt, verbind je de afzuigleiding met het voorbereide kanaalstuk onder de kast. Gebruik glijmiddel als de verbinding moeilijk schuift. Zet de koppeling vast. Test vervolgens de kookplaat en afzuiging. Vergeet uiteindelijk het rooster in de plint niet.



