AANDACHTSPUNTEN VOOR HET AANBRENGEN VAN CHAPE OP VLOERVERWARMING
Om een dekvloer of chape aan te brengen bovenop vloerverwarming moet met enkele aandachtspunten rekening worden gehouden. De buizen moeten voor het chapen gevuld en getest worden. Zo wordt gecontroleerd of de buizen zeker zwaar genoeg zijn. Ook het drogen van de dekvloer dient op een zorgvuldige manier te verlopen.
BASISEIGENSCHAPPEN VAN DE CHAPES
Dikte
De dikte van een dekvloer is afhankelijk van het soort gebruikte materiaal anhydriet/zandcement en of het om hechtende of ‘zwevende’ chape gaat. Meestal ligt de dikte tussen de 30 en de 50 mm. Deze dikte is bij vloerverwarming te vermeerderen met de dikte van de buis en het systeem waarmee de buis aan de ondervloer wordt bevestigd.
Dikte chape heeft invloed op warmte-inertie
De klassieke dekvloer van 50 mm zal door zijn warmte-inertie traag reageren in het tussenseizoen of bij extreme weersveranderingen. Dus kan het een paar dagen duren voor de verwarming in balans is met de nieuwe weersomstandigheden, wat uiteraard niet altijd comfortabel is. De oplossing voor dit fenomeen is het plaatsen van dunnere dekvloeren die minder inertie vertonen en dus sneller reageren op veranderende klimaatomstandigheden.
Oplossing door dunne gietchapes
De fabrikanten zijn dan ook dunnere gietchapes gaan ontwikkelen met een dikte van zo’n 35 mm.
In sommige gevallen zijn de lagen extreem dun. Zo bestaat er een gietdekvloer die maar 5 mm nodig heeft boven de buizen van 12 mm. Deze systemen zijn ontwikkeld voor renovaties en speciale toepassingen.
Infrezen
Het gebeurt ook dat de vloerverwarming wordt ingefreesd in de dekvloer. Bij renovatie kan dit handig zijn (de bestaande dekvloer hoeft niet te worden uitgebroken). Bovendien liggen de vloerverwarmingsbuizen zo ook dichter bij het oppervlak en warmt de vloer dus sneller op. Er zijn ook systemen op de markt waarbij er geen chape dient te worden voorzien en de vloerverwarmingsbuizen worden ingefreesd in vloerplaten (van bv. hardschuim).

Oppervlakte
Het maximumoppervlak van een vloerveld is 40 m², en dit met een langste zijde van 8 m. De onderliggende voegen dienen steeds overgenomen te worden. Rondom de dekvloer komt er ook een flexibele rand.
Droging
De chape moet uiteraard droog genoeg zijn en een goede samenstelling bezitten, waarbij de porositeit niet te groot mag zijn om het ‘doorbranden’ van de contactlaag van de aangebrachte egalisatielaag of de tegellijm te voorkomen. Traditioneel wordt er aangeraden om een zandcementvloer 28 dagen te laten drogen alvorens die verder te bewerken. In de praktijk kan dit echter wat sneller, want anders dan bij anhydrietvloeren ligt de droging niet zo gevoelig bij zandcementchapes. In theorie is een goede droging bereikt bij 4%.
Bij anhydrietvloeren moet de droging heel nauwkeurig worden getest, zodat men zeker is dat de restvochtigheid onder de 1% blijft, in theorie zelfs 0,5%. Deze meting kan uitgevoerd worden met een elektronisch meettoestel, maar de meting met calciumcarbide (carbidefles) geeft nog steeds de beste aanwijzing van de droging van een anhydrietvloer.
Porositeit
De porositeit kan makkelijk worden nagegaan door wat water op de chape te gieten en de snelheid te observeren waarmee dit water opgezogen wordt. Als het meer dan een minuut duurt voor het water opgenomen wordt, bezit de chape een goede porositeit. Wordt het water onmiddellijk opgenomen, dan zal er een primer aangebracht moeten worden alvorens de egalisatielaag of tegellijm aan te brengen. In extreme gevallen, d.i. wanneer het water onmiddellijk wordt opgeslorpt, is het inzetten van een primer noodzakelijk.
EXTRA AANDACHTSPUNTEN CHAPE BIJ VLOERVERWARMING
Chape
Verwarmingsbuizen moeten gevuld en getest zijn voor de chape aangebracht wordt. Enerzijds om na te gaan of het systeem naar behoren werkt en er geen lekkage is, maar ook zodat de buizen zwaar genoeg zijn en de leidingen, zeker bij gietchapes, niet gaan drijven wanneer de chape wordt aangebracht.
Droging na opstart
Na droging van de chape kan men vanaf een begintemperatuur van 15 °C de temperatuur iedere dag met 5 °C verhogen tot er een temperatuur wordt behaald van 45 tot 50 °C. Dit kan gerust een week duren. Deze temperatuur wordt dan een paar dagen aangehouden. Vervolgens wordt de temperatuur opnieuw in stappen van 5 °C per dag verminderd tot men opnieuw 15 °C bereikt. Na deze standaardprocedure kan de uiteindelijke vloerbedekking worden gelegd.