Waarop letten voor je met het pleisteren van een gevel van start gaat?
Wat dien je te controleren vooraleer je een gevel bepleistert? Die vraag beantwoordde Buildwise in een handige checklist. Behalve de kwaliteit van de ondergrond, dienen ook de aansluitingsdetails met de nodige zorg bekeken te worden.

1) DE KWALITEIT VAN DE ONDERGROND

Of een ondergrond (metselwerk, beton, houtskelet met draagplaten…) geschikt is om te bepleisteren, hangt af van verschillende factoren. Voor een uitgebreid overzicht van alle controles die je moet doen en de maatregelen die je moet nemen, kun je de Technische Voorlichting 257 raadplegen.
Het is belangrijk dat je zeker de volgende punten onder de loep neemt:
- Ga de hechting van de bestaande afwerking na. Vooral bij oudere gebouwen is dit van belang.
- Controleer of de ondergrond uit verschillende materialen bestaat en of dit is aangeduid op het plan.
- Verzeker je of de omgeving geen risico vormt voor het pleisterwerk (bv. is er een verhoogde kans op vergroening?)
- Onderzoek of het gekozen ETICS-systeem compatibel is met de ondergrond. Voer bij twijfel een hechtingsproef uit of vraag advies aan de fabrikant van de buitenbepleistering.
- Kijk na of er een vochtscherm aanwezig is en of er vocht zit in de ondergrond. Voer bij twijfel vochtmetingen uit. Bij een houten ondergrond is dat zelfs een verplichting.
- Controleer of de temperatuur van de ondergrond geschikt is voor buitenbepleistering.
- Kijk na of de benodigde bewegingsvoegen aanwezig zijn.
- Ga na of er bepaalde gevels of geveldelen met scheerlicht belicht zullen worden. Als dat het geval is dan moet je opdrachtgever dit melden en deze belichting simuleren zodat jij er tijdens de uitvoering rekening mee kan houden.

2) DE TOLERANTIES VAN DE ONDERGROND
Om een ETICS-systeem, inclusief isolatieplaten, te kunnen plaatsen, is het cruciaal dat de toleranties van de ondergrond strikt worden nageleefd (zie tabel). Er zijn immers strenge toleranties nodig om de continuïteit van de isolatie te garanderen en om de maximale toelaatbare afwijkingen voor de pleisterwerken te respecteren, zonder correcties achteraf. Zulke correcties behoren trouwens niet tot jouw taken als gevelwerker, tenzij je dit anders contractueel hebt afgesproken met je opdrachtgever.
(1) Zie de norm NBN EN 1996-2 ANB en het ontwerp van de STS 22 (gereviseerde versie te verschijnen).
(2) Zie de norm NBN EN 13670 en haar nationale bijlage NBN B 15-400. De opgegeven afwijkingen gelden voor tolerantieklasse 2 (streng) (te vermelden in het bijzondere bestek).
(3) Zie de STS 23, tenzij anders vermeld.
(4) Een ondergrond met een afwijking tot 8 mm/2 m laat de plaatsing toe met mortellijm of met PU-lijmschuim. Een afwijking van 15 mm/2 m laat een plaatsing toe met mortellijmnoppen of -stroken (+ strook op de omtrek van de isolatieplaat).
(5) Criteria die strenger zijn dan deze van de STS 23. Deze zijn vereist bij een verlijming met behulp van een dispersielijm.
(6) Een ondergrond met een afwijking tot 5 mm (vlakheid onder de lat van 0,2 m of niveauverschil) laat een plaatsing toe met mortellijm of met PU-lijmschuim. Een afwijking tot 10 mm laat een plaatsing toe met mortellijmnoppen of -stroken (+ strook op de omtrek van de isolatieplaat).
(7) Berekend met de geschikte formule uit de normen NBN EN 13670 en NBN B15-400 voor een vrije verdiepingshoogte ‘h’ van 3 m.
(8) Berekend met de geschikte formule uit de normen NBN EN 13670 en NBN B15-400, afhankelijk van de hoogte en van het aantal verdiepingen.
(9)
(10) Bij gebrek aan normatieve criteria, is het aan te raden om de toegelaten afwijking voor betonstructuren te hanteren.

3) DE AANSLUITINGSDETAILS
Bedenk eerst hoe je de aansluitingsdetails gaat aanpakken voordat je begint te bepleisteren. Hiervoor kan je zich baseren op de aansluitingsdetails van ETICS uit de database met bouwdetails op de Buildwise-site. Afhankelijk van het type aansluiting, dienen er verschillende aandachtspunten zoals bv. scheurvorming en waterdichtheid in acht te worden genomen.
Ter hoogte van de muurvoet zijn de volgende zaken van belang:
- Heb je de plintafwerking terugspringend uitgevoerd ten opzichte van de isolatie en heeft die voldoende schokweerstand?
- Bevindt het sokkel- of startprofiel zich op minstens 30 centimeter boven het maaiveld?
- Heb je een vochtbestendig isolatiemateriaal gebruikt?
- Nam je maatregelen om koudebruggen te beperken?
- Is er een performant afdichtingssysteem?

Voor de aansluiting met raam- en deurkaders controleer je het best het volgende:
- Zit het schrijnwerk vast in de ruwbouw?
- Zijn de aansluitingen regen- en waterdicht?
- Liggen de aansluitingen parallel met het buitenvlak van de ruwbouw?
- Zijn er stopprofielen en soepele voegen?
- Beantwoordt de dorpel aan de waterdichtheidseisen (U-profiel aan de zijkanten) en steekt hij voldoende uit?
- Is de afdichting aangepast aan het gebouw en de bijbehorende risico’s?

Bij aansluitingen op de dakrand van platte daken moeten koudebruggen te allen tijde worden vermeden en moet een correcte afdichting van de aansluiting worden verzekerd. Op de plaats van bewegingsvoegen dienen er stopprofielen en soepele voegen in de ondergrond te worden voorzien. Doorboringen, ten slotte, dienen te worden voorzien van een zwelband en een soepele voeg.
Wil je meer checklists bekijken om de kwaliteit van pleisterwerk te stimuleren?
Bron: 'Buildwise Checklist: Wat controleer je het best vóór je een gevel bepleistert?'