ENE SNELBOUWSTEEN IS DE ANDERE NIET
STEENKEUZE AFHANKELIJK VAN VERWERKING EN PRESTATIE-EISEN
Keramische snelbouwstenen zijn al decennialang een volwassen product dat zijn waarde meer dan bewezen heeft. Omdat de stenen na de plaatsing van de gevelstenen en bepleistering niet altijd meer zichtbaar zijn, krijgen ze soms weinig aandacht. Het geeft de indruk dat er zich nog weinig evoluties afspelen in het snelbouwsteengebeuren. Niets is echter minder waar: binnen het gamma is er een grote verscheidenheid aan stenen te vinden, met verschillende formaten, kenmerken en toepassingen.
OP ZOEK NAAR EEN COMPROMIS
In de ontwikkeling van snelbouwstenen ligt de focus steeds op de verwerkbaarheid. Snelbouwstenen doen wat ze moeten doen: het optrekken van binnenmuren sneller laten verlopen dankzij hun grote formaat en hun geringe gewicht, dat bereikt wordt door de stenen te perforeren. Daarnaast is de sterkte uiterst belangrijk. Snelbouwstenen vormen immers de ruggengraat van een gebouw, die het geheel zal moeten dragen. Fabrikanten zullen dus steeds zoeken naar een compromis tussen afmetingen en massa enerzijds en druksterkte anderzijds, waardoor er een grote verscheidenheid aan stenen beschikbaar is.
Snelbouwstenen worden traditioneel vermetseld, vermetseld met een tand-groefsysteem of verlijmd
TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN
MASSA
Een belangrijke parameter is de massa van de snelbouwsteen: die bepaalt immers hoe snel het metselen zal vorderen. Te zware stenen zullen snel vermoeidheid veroorzaken, te lichte stenen zullen een te lage druksterkte bieden. Daarnaast is de massa belangrijk, indien er akoestische eisen zijn wat de bouwelementen betreft. De massa wordt uitgedrukt in kg/m³. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen bruto volumieke massa (incl. perforaties) en netto volumieke massa (zonder perforaties, ook wel scherfgewicht genoemd), en op beide zit een tolerantie, die in drie klassen uitgedrukt wordt:
- klasse D1 staat voor een tolerantie van 10%;
- klasse D2 heeft een tolerantie van 5%;
- klasse Dm is een waarde, door de fabrikant opgegeven, die vaak nog strenger is dan D2.
DRUKSTERKTE
De druksterkte of breukweerstand, uitgedrukt in N/mm², geeft aan hoeveel druk per vierkante millimeter moet worden uitgeoefend om de steen te doen breken. Hoe meer perforaties, hoe lager de druksterkte zal zijn. Daaruit volgt dat sterkere stenen onvermijdelijk zwaardere stenen zijn, hoewel sommige fabrikanten erin slagen om met een aangepast kleimengsel en een hogere baktemperatuur aan snelbouw te doen met een hoge druksterkte en een relatief laag gewicht. Flatgebouwen zullen significant hogere druksterktes vereisen dan de woningbouw. De benodigde druksterkte wordt berekend aan de hand van Eurocode 6 (NBN EN 1996-1-1) en de bijbehorende nationale annex.
Parameters van invloed zijn:
- de muurbreedte;
- de morteldruksterkte;
- de verwerking (zie verder);
- het perforatiebeeld;
- de geometrie van de constructie.
De betrouwbaarheid van de verklaarde druksterkte valt verder uiteen in twee categorieën:
- Categorie I-bakstenen bieden een waarschijnlijkheid van minder dan 5% dat de gedeclareerde waarde niet gehaald wordt;
- Categorie II-bakstenen zijn niet bedoeld om te voldoen aan het betrouwbaarheidsniveau van categorie I en het productieproces wordt niet gecontroleerd door een onafhankelijke instelling.

INITIËLE WATEROPNAME
De initiële wateropname wordt uitgedrukt door het Hallergetal. Ze is bepalend voor de keuze van de mortel en voor het aanbrengen van het pleisterwerk. Een steen met een lage wateropname zal snel 'zwemmen' in de mortel omdat de mortel niet kan drogen, terwijl de mortel bij een te hoge wateropname net te snel uitdroogt. Een steen die veel water opneemt, zal bovendien ook meer vuil opnemen. Omdat snelbouwstenen doorgaans verstopt worden achter een pleisterlaag, speelt die factor minder mee, maar uitbloeiingen vanwege zouten die van de mortel naar de steen getransporteerd zijn door regenwater kunnen de hechting van de pleister negatief beïnvloeden. Een zuigende muur bemoeilijkt het bepleisteren, wat echter te verhelpen is met een primer. De meeste snelbouwstenen behoren tot de klassen IW 2 of IW 3.
ISOLATIE
Dankzij de grote warmtecapaciteit van keramisch materiaal bufferen snelbouwstenen de warmte goed, waardoor een aangenaam binnenklimaat ontstaat. Tot een tiental jaar geleden was ook de isolatiewaarde een zeer belangrijke eigenschap voor snelbouwstenen, maar dat is ondertussen een beetje achterhaald. De steeds strengere EPB-eisen verplichten de bouwheer immers om steeds dikker te isoleren, waardoor de toegevoegde isolatiewaarde van de steen minder belangrijk wordt. Toch zijn lage lambdawaardes niet helemaal van het toneel verdwenen: stenen met een lage lambdawaarde (λui) tot zelfs 0,185 W/mK kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat er geen thermische onderbrekingen meer nodig zijn ter hoogte van de funderingsaanzet. Dergelijke lage waardes worden bereikt met een speciaal perforatiepatroon of door de perforaties op te vullen met isolatiemateriaal.

FORMATEN
Vanwege de metselsnelheid zullen fabrikanten steeds een zo groot mogelijk formaat nastreven. Dat wordt echter beperkt door de massa: bij een gelijke druksterkte zullen grotere stenen vanzelfsprekend ook zwaardere stenen zijn. De meest courante streefmaat is 288 x 138 x 188. Daarvan zijn, indien vermetseld, ongeveer zeventien stenen per vierkante meter nodig. Er zijn alternatieve formaten met een hoger of lager rendement per vierkante meter, maar de massa bij een gegeven formaat zal steeds afhankelijk zijn van de fabrikant.
Bij de toleranties op de afmetingen zijn twee parameters van belang. De maattolerantie is het verschil tussen de opgegeven afmetingen en de gemiddelde afmetingen uit tien monsters. De maatspreiding is het verschil tussen de kleinste en de grootste steen uit tien gemeten stenen.
Normering
De afspraken rond snelbouwstenen zijn vastgelegd in de Europese norm EN 771-1+A1 van oktober 2015 ('Voorschriften voor metselstenen - Deel 1: Metselbaksteen'). Deze deelt de bakstenen in op basis van gebruik, en spreekt verder over de wijze waarop eigenschappen zoals de warmtedoorgangscoëfficiënt, de druksterkte, de brandreactie en de vorstweerstand bepaald moeten worden. De norm legt echter geen waarden op.
Naast de Europese norm is er ook een nationale aanvulling in de vorm van het technische voorschrift PTV 23-003 (niet-decoratief metselwerk), dat de basis vormt voor de BENOR-certificatie.
VERWERKING
De drie belangrijkste manieren om snelbouwstenen te verwerken zijn het traditioneel vermetselen, het vermetselen met een tand-groefsysteem en het verlijmen.
TRADITIONEEL VERMETSELEN
Het traditionele metselen van snelbouwstenen, met horizontale en verticale voegen, is nog steeds de meest gangbare manier van verwerken. Ze is aangewezen wanneer de muur onbepleisterd gelaten wordt, bijvoorbeeld in garages of technische ruimtes.
TAND-GROEFSYSTEEM
Snelbouwstenen met een tand-groefsysteem supprimeren de verticale mortelvoeg, waardoor er sneller gemetseld kan worden. De stenen grijpen gewoon op elkaar in. Door het wegvallen van de verticale voeg kunnen de stenen bovendien hoger worden gemaakt (tot 24 à 25 cm), wat het rendement nog verhoogt. De meeste fabrikanten raden aan om stenen met een tand-groefsysteem wel steeds te bepleisteren, om de luchtdichtheid te waarborgen.

VERLIJMEN
Een nog hoger rendement is te bereiken door de snelbouwstenen te verlijmen, maar de aankoop van lijm is duurder dan die van mortel. De lijmmortel wordt aangebracht met een rolbak. Daarna zijn de beide handen vrij om nog zwaardere en grotere stenen te stapelen. Aan stenen die bedoeld zijn voor verlijming, worden er wel hogere eisen gesteld: ze moeten boven en onder mooi vlak geslepen (de zogenaamde 'vlakevenwijdigheid van de leglakken' onder het BENOR-merk) zijn, en ook de planparallelliteit (haaksheid) wordt strenger in het oog gehouden. Een lijmmortelvoeg is immers slechts 1 mm dik, waardoor afwijkingen onmiddellijk zouden opvallen.
De maatspreiding en de maattolerantie op de hoogte moeten bijgevolg uiterst beperkt blijven en de onderste laag moet perfect gelijmd zijn, want er kan, in tegenstelling tot bij mortel, later niet meer bijgestuurd worden. Uit die dunne voeg volgt tot slot ook een andere streefmaat: snelbouwstenen, bedoeld om te verlijmen, hebben hoogtestreefmaten als 134 mm, 184 mm en 234 mm, die rekening houden met de voegdikte.
