Slim investeren? Kijk eerst naar de ruimte op het net
Frederik Loeckx (Flux50)
Een warmtepomp, elektrisch wagenpark of batterij kan voor een kmo een logische investering zijn. Maar kan de netaansluiting het extra vermogen leveren? Frederik Loeckx, managing director van Flux50, wees op een risico dat bedrijven vroeg moeten meenemen: netcongestie. Wie pas bij de aansluitingsaanvraag onvoldoende capaciteit ontdekt, moet mogelijk zijn project aanpassen.
De ontbrekende schakel
Elektrificatie speelt een grote rol in de afbouw van fossiele energie. Vandaag vertegenwoordigt elektriciteit volgens Loeckx nog maar 15 à 20% van het Belgische energieverbruik. Als vervoer en verwarming vaker elektrisch worden, groeit de vraag naar stroom. Het totale energieverbruik hoeft niet even sterk te stijgen: elektrische toepassingen zetten energie doorgaans efficiënter om dan systemen met een verbrandingsmotor.
Bij plannen voor nieuwe productie en elektrische installaties verdwijnt één vraag soms naar de achtergrond: hoe geraakt de opgewekte stroom waar hij nodig is? Veel kmo's zijn aangesloten op het middenspanningsnet. Tussen dat distributienet en het hogere net liggen transformatorstations. Hun beschikbare capaciteit kan mee bepalen of een bedrijf zijn elektrificatieplannen kan uitvoeren.
Meer vraag, meer onzekerheid
De hoeveelheid elektriciteit die de afgelopen jaren over bepaalde netten werd vervoerd, bleef volgens Loeckx vrij stabiel. Tegelijk verandert de vraag naar capaciteit.
"Bedrijven willen hun processen elektrificeren, terwijl er ook aanvragen komen voor grootschalige batterijen en datacenters. Vooral de omvang van die aanvragen maakt plannen moeilijk. Niet elk aangekondigd project zal worden gebouwd, maar de netbeheerder moet wel rekening houden met de mogelijkheid dat een deel ervan doorgaat", stelt hij.
Extra kabels en transformatorcapaciteit kunnen verlichting brengen. Maar waar en wanneer bedrijven zullen elektrificeren, is niet vooraf duidelijk. Een verzwaring zal dus niet altijd snel beschikbaar zijn.
Wat betekent netcongestie?
Netcongestie ontstaat wanneer het stroomnet het gevraagde vermogen niet aankan. Loeckx onderscheidde twee situaties.
- "In de eerste kan het net de normale vraag nog aan, maar ontstaat een probleem als één onderdeel uitvalt of voor onderhoud buiten dienst wordt gesteld. Het elektriciteitsnet is zo opgebouwd dat de stroom dan via een andere weg kan worden geleid. Die bedrijfszekerheid komt in het gedrang wanneer de overblijvende verbindingen potentieel onvoldoende capaciteit hebben."
- "In een tweede situatie is de vraag op bepaalde momenten zelfs zonder storing te groot voor het net. Dan moet de belasting ook tijdens de normale werking worden beperkt. Dat onderscheid is belangrijk voor bedrijven. Sommige ingrepen zijn onverwacht en vragen een snelle reactie, maar andere pieken zijn misschien beter te voorspellen." Wie over netcongestie spreekt, moet volgens Loeckx dus ook vragen welk capaciteitsprobleem bedoeld wordt.
Fall-Back Flex
Om nieuwe aanvragen mogelijk te maken, wordt gewerkt met flexibele aansluitingen (Fall-Back Flex). Daarbij krijgt een bedrijf niet voortdurend het volledige gevraagde vermogen. De netbeheerder kan vragen de afname tijdelijk te beperken wanneer het net dat nodig heeft.
Dat verschilt wezenlijk van een klassieke aansluiting. Een grotere elektrische installatie plaatsen, betekent nog niet dat alle toestellen altijd samen kunnen draaien. Het bedrijf moet weten welk verbruik het kan terugschakelen en wat er bij een stuursignaal gebeurt. Daarvoor kunnen aanpassingen aan de installatie en sturing nodig zijn.
Praat vroeg met de netbeheerder
Loeckx raadt aan al tijdens de voorbereiding contact op te nemen met de distributienetbeheerder. Dat geldt bij een geplande netverzwaring, batterij, laadplein of elektrisch productieproces. Zo wordt sneller duidelijk welke aansluitmogelijkheden onderzocht moeten worden en welke flexibiliteit eventueel wordt verwacht.
Volgens Loeckx toont publieke informatie moeilijk hoeveel capaciteit het betrokken transformatorstation nog heeft. "Er is een congestiekaart, maar die is niet gedetailleerd genoeg. Een rechtstreeks gesprek blijft daarom nodig", vertelt hij.
Wat moet altijd blijven draaien?
Een flexibiliteitsplan begint binnen het bedrijf. Welke installaties zijn onmisbaar? Welke kunnen tijdelijk minder vermogen afnemen, later starten of pauzeren? Loeckx raadde aan die twee soorten verbruik te onderscheiden.
Bij sommige processen is een korte onderbreking eenvoudig op te vangen. Zo kan het werk van een machine die autobanden versnippert worden verschoven, zolang duidelijk is wanneer ze mag draaien. Bij een voedingsproces kan dezelfde stilstand gevolgen hebben voor de voedselveiligheid. De flexibiliteit hangt dus sterk af van de activiteit.
“Investeren in het net kan niet tegen het tempo dat we graag zouden zien”
Batterijen, slim aangestuurde laadpunten, warmtepompen of elektrische boilers kunnen de afname spreiden. Ze lossen niet elk aansluitprobleem op. Een batterij die een zwaardere aansluiting vraagt, moet ook in de plannen van de netbeheerder passen. De juiste oplossing volgt uit een analyse van het verbruik en de processen die niet mogen uitvallen.
“Bekijk het niet als één globaal pakket”, adviseerde Loeckx. Door het noodzakelijke vermogen te onderscheiden van flexibel vermogen, kan een bedrijf gerichter bespreken wat het wel en niet kan aanbieden.
Een investering voor later
Loeckx verwacht dat de druk op de aansluitcapaciteit aanhoudt. Maatregelen die een project vandaag mogelijk maken, kunnen daarom ook later nuttig zijn. Wie zijn elektriciteitsverbruik flexibel verschuift, kan bovendien beter inspelen op wisselende energieprijzen.
Flux50 onderzoekt daarnaast hoe bedrijven op bedrijventerreinen die flexibiliteit gezamenlijk kunnen organiseren. Zo wordt onder meer bekeken of de ruimte die het ene bedrijf op bepaalde momenten vrijmaakt, door een ander bedrijf kan worden benut.
Zijn boodschap aan kmo's: breng elektrische plannen en de speelruimte in het verbruik vroeg in kaart. Dan komt netcapaciteit ter sprake wanneer een project nog kan worden bijgestuurd, vóór alle keuzes vastliggen.