Kookplaat kiezen

Een nieuwe keuken betekent ook een nieuwe kookplaat, en wat dat betreft kan je wel wat kanten uit. Veel mensen kiezen tegenwoordig voor het gemak en de veiligheid een inductiekookplaat, maar ook ouwe getrouwe gaskookplaten hebben hun voordelen. In dit artikel vergelijken we de verschillende soorten en geven we mee waarop je moet letten bij de keuze van een nieuwe kookplaat.
Algemene aandachtspunten
Welke kookplaat bij je past, hangt niet alleen af van de kooktechniek. Ook de beschikbare ruimte, de aansluitingen en je kookgewoonten bepalen mee je keuze.
Afmetingen en inbouw
Meet bij een vervanging de uitsparing in het werkblad op. De buitenafmetingen van een kookplaat vertellen niet hoe groot die opening moet zijn: controleer altijd de inbouwmaten van het nieuwe toestel. Houd ook rekening met de dikte van het werkblad, de inbouwdiepte en de voorgeschreven vrije ruimte onder en naast de plaat. Zeker bij inductie is voldoende ventilatieruimte onder het toestel belangrijk. Controleer of de kookplaat boven je oven of lade mag worden ingebouwd.
Aansluiting en vermogen
Ga na welke aansluiting aanwezig is en of die geschikt is voor de nieuwe kookplaat. Bij elektrische modellen bepaalt het totale aansluitvermogen hoeveel vermogen de plaat maximaal kan opnemen. Let op, verwar dit niet met het vermogen van één kookzone of de boostfunctie.
Laat een elektricien controleren of je aansluiting, bekabeling en beveiliging volstaan. Sommige modellen laten toe het totale vermogen te begrenzen, maar dan kun je minder vermogen tegelijk gebruiken. Bij gas moet het toestel geschikt zijn voor de gebruikte gassoort en correct worden aangesloten.
Kookzones en kookgewoonten
Kook je vaak met meerdere grote potten tegelijk? Kijk dan verder dan het aantal kookzones. Hun afmetingen en onderlinge afstand bepalen of je kookgerei comfortabel op de plaat past. Een bredere kookplaat biedt vaak meer ruimte, maar controleer de indeling. Controleer ook of je bestaande potten en pannen geschikt zijn voor de gekozen kooktechniek.
Bediening en veiligheid
Probeer de bediening indien mogelijk even uit. Kun je elke zone rechtstreeks regelen, of moet je die eerst selecteren? Zijn de aanduidingen goed leesbaar? Een timer per zone, kinderbeveiliging en restwarmte-indicatie kunnen handig zijn. Kijk ook wat een timer precies doet: alleen waarschuwen of de kookzone automatisch uitschakelen.
Tip
Denk ook meteen na over de dampkap. Kies je een kookplaat met geïntegreerde afzuiging, controleer dan hoeveel kastruimte het systeem inneemt en hoe de lucht wordt afgevoerd of gerecirculeerd.
Inductiekookplaat
Een inductiekookplaat wekt met spoelen onder het glaskeramische oppervlak een wisselend magnetisch veld op. Dat veroorzaakt elektrische stromen in een geschikte panbodem, waardoor de pan zelf opwarmt. Je hoeft dus niet eerst een verwarmingselement en de glasplaat te verhitten. Dat maakt inductie snel en energiezuiniger dan klassieke elektrische of keramische kookplaten.
Snel en nauwkeurig koken
De warmtetoevoer reageert vrijwel onmiddellijk wanneer je het vermogen aanpast. Een boostfunctie geeft een kookzone tijdelijk extra vermogen, bijvoorbeeld om water sneller aan de kook te brengen. Haal je de pan of pot weg, dan stopt de verwarming door de automatische pandetectie. De pan blijft wel heet en ook het glas kan door contact met de pan nog voldoende warm zijn om je te verbranden. Let dus op de restwarmte-indicatie.
Het vlakke oppervlak is gemakkelijk schoon te maken en gemorste etensresten branden minder snel in. Afhankelijk van het model zijn er extra functies zoals een kinderbeveiliging, uitschakeltimer, pauzefunctie en oververhittingsbeveiliging.
Kookzones en geschikte pannen
Naast vaste kookzones bestaan er modellen met een brugfunctie, waarmee je twee zones koppelt voor een langwerpige pan. Flexibele inductiezones bieden meer vrijheid bij het plaatsen van kookgerei, maar hebben ook grenzen. Controleer de toegelaten panmaten en plaatsing. Een pan hoeft niet exact even groot te zijn als de aangeduide zone, maar een te kleine magnetiseerbare bodem wordt mogelijk niet herkend.
Let op
Niet elke pot of pan is geschikt. De bodem moet magnetiseerbaar zijn. Blijft een magneet stevig aan de bodem hangen, dan is dat een goede aanwijzing. Controleer ook het inductiesymbool en de voorschriften van de fabrikant.
Aansluiting en vermogen
Veel inductiekookplaten hebben een vermogen van ongeveer 7,4 kW. Op een eenfasige aansluiting van 230 V vraagt dat ongeveer 32 A. Afhankelijk van het toestel kan het vermogen ook over meerdere fasen worden verdeeld. Veel modellen gebruiken op een net van 3 × 400 V met nulgeleider twee fasen, met ongeveer 16 A per gebruikte fase. Controleer altijd het aansluitschema: niet elke kookplaat is geschikt voor elk net, zeker bij 3 × 230 V zonder nulgeleider.
De kookplaat krijgt een afzonderlijke stroomkring met een eigen automaat in de zekeringkast. Bij een eenfasige aansluiting is dat een tweepolige automaat. Bij een meerfasige aansluiting gebruikt men doorgaans een driepolige automaat bij 3 × 230 V, of een vierpolige bij 3 × 400 V met nulgeleider. Laat een elektricien de automaat en de kabeldoorsnede (vaak 5G2,5) bepalen.
Sommige kookplaten kun je in vermogen begrenzen. Er bestaan ook modellen van circa 3,5 tot 3,7 kW, geschikt voor een afzonderlijke stroomkring van 230 V en 16 A. Zo kun je soms aansluitwerken beperken, maar is er minder vermogen beschikbaar om meerdere kookzones tegelijk op een hoge stand te gebruiken.
Alternatieven
Vitrokeramische kookplaat
Een vitrokeramische kookplaat verwarmt potten en pannen via elektrische verwarmingselementen onder een glaskeramisch oppervlak. De kookzone wordt eerst heet en geeft vervolgens warmte af aan de pan. Daardoor duurt opwarmen langer dan bij inductie en reageert de plaat trager wanneer je het vermogen verlaagt. Ook na het uitschakelen blijft de zone nog een tijd heet. Vertrouw op de restwarmte-indicatie: een zone die niet meer rood oplicht, is niet noodzakelijk afgekoeld.
Je hebt geen magnetiseerbare panbodem nodig, maar wel kookgerei dat geschikt is voor keramisch koken, met een vlakke bodem voor een goede warmteoverdracht. Stem de panmaat af op de kookzone om warmteverlies te beperken. Sommige modellen hebben uitbreidbare zones voor grotere of ovale pannen.
Keramische kookplaten zijn doorgaans goedkoper in aanschaf dan vergelijkbare inductiemodellen, maar verbruiken meer elektriciteit. Het vlakke oppervlak is gemakkelijk te reinigen, al kunnen gemorste etensresten door de hete zones sneller inbranden.
Koken op gas
Bij een gaskookplaat verwarmt een vlam de pan. Je ziet meteen hoe hoog het vuur staat en kunt de warmtetoevoer direct aanpassen. Dat betekent niet dat je eten sneller opwarmt dan op inductie: een deel van de warmte gaat langs de pan verloren. Ook na het doven van de vlam blijven de pan, branders en pannendragers heet.
Moderne modellen hebben doorgaans een elektrische vonkontsteking en een vlambeveiliging. Dat zijn twee verschillende functies: de ontsteking maakt de vlam, terwijl de beveiliging de gastoevoer afsluit als die vlam uitgaat. Open vuur blijft aandacht vragen. Bij verbranding ontstaan bovendien verbrandingsgassen. Goede ventilatie en een doeltreffende dampkap zijn daarom een absolute must.
Veel gangbare potten en pannen zijn geschikt voor gas. Controleer wel de voorschriften van het kookgerei en gebruik een brander die past bij de grootte van je pot of pan. Zorg dat de vlam onder de bodem blijft.: de vlam hoort onder de pan te blijven. Branders en pannendragers maken het onderhoud omslachtiger dan bij een vlakke elektrische plaat. Een glazen ondergrond verandert daar maar gedeeltelijk iets aan. Hou bij je keuze ook rekening met de vereiste gasaansluiting en het geschikte gastype.
Klassieke elektrische kookplaat
Een klassieke elektrische kookplaat heeft doorgaans ronde gietijzeren platen met elektrische verwarmingselementen. De aankoopprijs is laag, maar opwarmen en afkoelen duren lang en de warmtetoevoer is minder nauwkeurig te regelen. De platen blijven na gebruik lang heet. Door het hogere elektriciteitsverbruik en de trage regeling is dit vooral een eenvoudige budgetoplossing.