Vijver onderhouden: zo houd je je vijver het hele jaar gezond
Een gezonde vijver vraagt het hele jaar door het juiste onderhoud. Van de waterkwaliteit controleren en vijverplanten snoeien tot algen en slib aanpakken: ontdek wat je in elk seizoen moet doen en hoe je je pomp, filter en vissen goed verzorgt.

Waterkwaliteit bijhouden: waarop moet je letten?
Wat moet je controleren?
In elk seizoen is het verstandig om af en toe de waterkwaliteit van je vijver te controleren. Vooral na de winter kunnen de waterwaarden veranderd zijn door neerslag, smeltwater, organisch afval en een verminderde biologische activiteit. Controleer daarom onder andere:
- de zuurtegraad (pH), voor een doorsnee tuinvijver is een waarde van ongeveer 7 tot 8,5 een goede richtlijn;
- de waterhardheid (gH), een waarde rond 8 tot 12 °dH is voor veel vijvers gunstig;
- de carbonaathardheid (kH), streef naar ongeveer 6 °dH of hoger. Een voldoende hoge kH helpt om de pH stabiel te houden.
Heb je vissen in je vijver? Dan is het ook verstandig om regelmatig het ammoniak-/ammonium- en nitrietgehalte te controleren. Merk je bij een meting dat deze stoffen aanwezig zijn, dan kan dat wijzen op een verstoord biologisch evenwicht of een filter dat onvoldoende werkt.
Deze zaken kan je makkelijk nagaan met een teststrip of testkit die je in elk tuincentrum kan vinden. Merk je een afwijkende waarde op? Dan kan je die, afhankelijk van de afwijking met specifieke producten de pH-, gH- of kH-waarde bijstellen. Dit is het belangrijkste aspect van vijveronderhoud. Een onevenwicht kan leiden tot problemen zoals plantensterfte en algengroei.
Tip
Grijp niet meteen naar producten om de pH, gH of kH aan te passen, maar kijk eerst hoe groot de afwijking is en wat de mogelijke oorzaak kan zijn. Stabiele waterwaarden zijn meestal belangrijker dan het exact bereiken van een ideale waarde. Te snelle veranderingen kunnen bovendien schadelijk zijn voor vissen en andere vijverbewoners.

Wanneer moet je vijverplanten snoeien?
Wanneer je vijverplanten het best snoeit, hangt af van de soort en de weersomstandigheden. Kijk daarom niet alleen naar de kalender, maar ook naar de groei van de planten en de watertemperatuur.
In het voorjaar
De vroege lente is het ideale moment om de vijverplanten te inspecteren en bij te snoeien. Verwijder dode planten en plant waar nodig nieuwe planten. Let wel op dat het evenwicht in de vijver niet verstoord raakt. Wees dus niet overijverig in het snoeien en snoei niet te veel in één keer, maar verdeel het werk over de hele lenteperiode:
- Waterlelies kan je in het voorjaar ontdoen van afgestorven bladeren en stengels. Wil je ze delen of nieuwe waterlelies planten? Wacht dan bij voorkeur tot het water wat is opgewarmd en de planten opnieuw beginnen te groeien, meestal vanaf april of mei.
- Moerasplanten, zoals slangenwortel en snoekkruid, kan je in de vroege lente terugsnoeien en indien nodig delen. Dat hoeft niet ieder jaar: verjong ze om de paar jaar of wanneer ze te groot of te dicht worden.
- Zuurstofplanten, zoals waterpest en hoornblad, kan je beter pas uitdunnen wanneer ze in het late voorjaar (meestal vanaf mei) weer goed groeien. Verwijder niet te veel in één keer, zodat er voldoende beschutting en zuurstofproducerende beplanting overblijft.
- Drijfplanten kunnen zich tijdens de zomer sterk uitbreiden. Verwijder regelmatig het teveel, zodat een deel van het wateroppervlak vrij blijft.
In het najaar
In de herfst bereid je de vijver voor op de winter. Verwijder gele en afgestorven bladeren en andere plantendelen voordat ze naar de bodem zakken. Zo voorkom je dat er te veel organisch materiaal in de vijver gaat verteren, wat de waterkwaliteit kan verslechteren.
Moerasplanten die sterk woekeren kan je eventueel uitdunnen, maar het grondig delen en verpotten van vijverplanten stel je meestal beter uit tot het voorjaar. Zuurstofplanten kan je, indien nodig, terugsnoeien tot een 15-20 cm onder het wateroppervlak, maar wees niet té ijverig. Verwijder vooral overtollige of afstervende delen en laat voldoende gezonde planten staan.
Tip
Snoei je vijver in het najaar niet volledig kaal. Een deel van de gezonde beplanting biedt vissen en andere vijverbewoners beschutting tijdens de winter. Grote hoeveelheden afgestorven planten laat je beter niet in het water liggen: bij de afbraak ervan worden zuurstof verbruikt en voedingsstoffen aan het water afgegeven.

Hoe pak je algen aan?
Algen komen van nature voor in een vijver en zijn in beperkte mate geen probleem. Vooral in het voorjaar kunnen ze snel groeien, omdat ze vaak eerder actief worden dan de vijverplanten. Maar ook tijdens warme en zonnige periodes in de zomer kan overmatige algengroei ontstaan. Het doel is daarom niet om alle algen te verwijderen, maar om te voorkomen dat ze de vijver gaan overheersen.
Wat zijn algen?
In vijvers komen onder andere draadalgen en zweefalgen voor.
- Draadalgen vormen lange groene draden of matten tussen de planten en langs de randen van de vijver.
- Zweefalgen zijn microscopisch klein en zweven vrij in het water.
Bij sterke groei zorgen ze voor het typische groene, troebele vijverwater. Ze concurreren met je vijverplanten voor voedingsstoffen en zonlicht, en zorgen voor groen water. De crux zit hem in het feit dat ze veel minder licht en voeding nodig hebben dan de meeste vijverplanten en dus zeer snel groeien, ook in een net gevulde vijver.
Hoe kan je algengroei voorkomen?
Algen worden gezien als "het onkruid van de vijver", maar een beetje algengroei is echter geen probleem, het is zelfs goed voor je vijver. Het is de overmatige groei die je het liefst wil aanpakken. Dat kan met anti-algenproducten, maar in de eerste plaats is een gezonde, evenwichtige vijver de beste manier om overmatige algengroei te beperken. Anti-algenproducten zijn daarom niet nodig als standaard preventieve maatregel. Probeer eerst de oorzaak van het probleem aan te pakken.
- Zorg voor voldoende schaduw. Ideaal is een vijver aangelegd in halfschaduw. Ligt je vijver in volle zon? Dan moet je voor extra schaduw zorgen met hogere struiken of bomen nabij de vijver, of met extra drijfplanten of waterlelies.
- Voorzie voldoende zuurstofplanten. Goed groeiende water- en zuurstofplanten nemen voedingsstoffen uit het water op en vormen zo concurrentie voor algen. Voeg niet zomaar extra voedingsstoffen toe: een overschot kan de algengroei juist versterken.
- Controleer de omstandigheden als planten slecht groeien. Kijk hiervoor naar de waterwaarden, maar ook naar de hoeveelheid licht, de standplaats en plantdiepte, de temperatuur en de algemene conditie van de planten. Dergelijke zaken zijn zeer plantspecifiek, dus houd je best een infofiche, je eigen parate kennis of die van een expert bij de hand.
- Verwijder bladeren en ander organisch afval. Wanneer dit materiaal in de vijver afbreekt, verbruikt het zuurstof en komen er voedingsstoffen vrij. Ook een dikke sliblaag op de bodem kan zo bijdragen aan algengroei.
- Voeder vissen met mate. Geef niet meer voer dan de vissen in korte tijd kunnen opeten. Niet-opgegeten voer en extra visuitwerpselen brengen voedingsstoffen in het water waar ook algen van profiteren.
- Controleer pomp en filter. Zorg dat het systeem geschikt is voor het volume en type vijver en onderhoud het volgens de voorschriften. Een goed werkend filtersysteem helpt afvalstoffen uit het water te verwijderen.
Hoe verwijder je algen?
Draadalgen kan je in het voorjaar en de zomer regelmatig met de hand, een stok of een speciale algenborstel uit de vijver verwijderen. Haal het losgemaakte materiaal ook daadwerkelijk uit het water, zodat de voedingsstoffen die erin opgeslagen zitten niet opnieuw in de vijver terechtkomen.
Heb je veel last van zweefalgen en groen water, controleer dan eerst de waterkwaliteit, hoeveelheid voedingsstoffen, beplanting en filtering. Een UV-C-zuiveraar kan helpen om zweefalgen onder controle te krijgen.
Er bestaan ook middelen om algen te bestrijden, maar gebruik die liever niet als eerste oplossing. Zoek eerst naar de oorzaak van de overmatige algengroei. Kies je toch voor een bestrijdingsmiddel, gebruik dan alleen een onschadelijk, biologisch product dat geschikt is voor jouw type vijver en eventuele vissen en andere vijverbewoners, en volg de gebruiksaanwijzing nauwkeurig.

Wat met slibvorming in je vijver?
We haalden het hierboven al aan, slibvorming op de bodem van de vijver bevordert algengroei. Slib ontstaat door een ophoping van onder andere afgestorven plantenresten, bladeren, visuitwerpselen, niet-opgegeten voer en algen, eventueel vermengd met zand of aarde. Bij de afbraak van dit organische materiaal wordt zuurstof verbruikt en komen voedingsstoffen vrij die de algengroei kunnen stimuleren.
Hoe verwijder je slib?
Het is daarom belangrijk om bladeren en ander organisch afval – zeker in het najaar – zo snel mogelijk uit de vijver te verwijderen. Dat kan eenvoudig met een schepnet.
Tip
Voor kleine hoeveelheden fijn materiaal kan je een fijnmazig net gebruiken of een panty over je schepnet spannen.
Heeft zich een dikkere sliblaag gevormd? Dan kan je die gericht verwijderen met een vijver- of slibzuiger. In een natuurlijke vijver hoef je de bodem daarbij niet volledig schoon te maken, omdat er ook nuttige organismen in en rond de bodemlaag leven.
Hoe kan je slibvorming voorkomen?
Wil je voorkomen dat bladeren en ander drijvend vuil naar de bodem zakken? Dan kan een vijverskimmer helpen om het vuil van het wateroppervlak op te vangen.
Vooral in het najaar kan je, afhankelijk van de vorm en beplanting van de vijver, ook een fijnmazig afdeknet over de vijver spannen. Verwijder dan ook wel de bladeren regelmatig van het net, zodat ze niet alsnog in het water terechtkomen.

Hoe onderhoud je de filter en de pomp?
Filter en pomp schoonmaken
Controleer regelmatig of de filter en pomp van je vijver goed werken. Doe dat in ieder geval in het voorjaar en het najaar, maar houd er rekening mee dat sommige filters tijdens het groeiseizoen vaker onderhoud nodig hebben. Verwijder vuil en controleer of de pomp, leidingen en andere onderdelen niet verstopt of beschadigd zijn.
Biologische filters
Wees voorzichtig bij het schoonmaken van een biologisch filter. In het filtermateriaal leven nuttige bacteriën die afvalstoffen helpen afbreken. Spoel biologisch filtermateriaal daarom bij voorkeur voorzichtig uit met vijverwater en maak niet al het materiaal tegelijk grondig schoon. Zo blijft een groot deel van de bacteriecultuur behouden.
Na een normale schoonmaakbeurt kan, maar hoef je niet altijd nieuwe filterbacteriën toe te voegen. Een bacteriestarter bewijst vooral zijn nut bij de opstart van een nieuw filter, na een lange winterstilstand of wanneer de bacteriecultuur sterk verstoord is.
Tijdens de winter
Of je de pomp en filter tijdens de winter laat draaien, hangt af van het type vijver en filtersysteem. Controleer wel of de pomp, filter en leidingen geschikt zijn om tijdens vorst te blijven werken.
Bij een visvijver kan het bijvoorbeeld nuttig zijn om de biologische filtratie en circulatie te behouden, eventueel met een lager debiet. In een voldoende diepe vijver kan het water onderaan in de winter rond 4 °C blijven. Vissen en amfibieën zoeken deze diepere, relatief warme waterlaag op. Een krachtige pomp die water vanaf de bodem naar het oppervlak brengt, kan deze temperatuurverdeling verstoren en het diepere water verder afkoelen. Laat je de pomp draaien, dan kan je daarom eventueel de aanzuiging hoger plaatsen of de circulatie verminderen.
Pompen voor fonteinen, watervallen en andere installaties die niet voor wintergebruik geschikt zijn, kan je bij vorst beter uitschakelen en winterklaar maken of opbergen. Watervallen kunnen bovendien voor extra afkoeling van het vijverwater zorgen.
Bij zwemvijvers
Let op, bij zwemvijvers wordt er in de meeste gevallen wel aangeraden om tijdens de winter minimaal één pomp draaiende te houden. De constante circulatie zal immers voorkomen dat het water al te snel bevriest. Is het echter een strenge winter en dreigt het water écht tot onder de skimmers te bevriezen, dan is het beter het systeem stop te zetten om drooglopen van de pomp te voorkomen. Volg uiteraard altijd de richtlijnen van de installateur of fabrikant.

Andere aandachtspunten
Wat met de vissen?
Wanneer de temperatuur van het water stijgt na de winter, zullen de vissen actiever worden. Dat betekent echter niet dat je ze meteen à volonté moet bijvoederen. Bij koud water ligt hun stofwisseling nog laag en hebben ze weinig voedsel nodig. Zodra de watertemperatuur rond 8 °C of hoger ligt, kan je bij vissen zoals goudvissen en koi voorzichtig beginnen met kleine hoeveelheden voer dat geschikt is voor lagere temperaturen. Verhoog de hoeveelheid geleidelijk naarmate het water warmer wordt en de vissen actiever worden.
In het najaar kan je de voeding van de vissen weer wat meer afbouwen, zeker naar de winter toe. Ze hebben bij temperaturen onder 6 °C zeer weinig energie nodig.
Geef in ieder geval nooit meer dan de vissen in korte tijd opeten. Voer dat blijft liggen, breekt af en belast de waterkwaliteit met extra voedingsstoffen, wat onder andere algengroei kan bevorderen.
Tip
Wil je nieuwe vissen aan de vijver toevoegen? Dan hoef je niet per se tot de zomer te wachten. Het late voorjaar of vroege najaar kan zelfs geschikter zijn, omdat hoge watertemperaturen in de zomer voor extra stress en een lager zuurstofgehalte kunnen zorgen. Zorg er vooral voor dat de watertemperatuur geschikt en stabiel is en laat nieuwe vissen rustig wennen aan het vijverwater. Vermijd daarbij grote temperatuurverschillen.

IJsvrije vijver
In de winter heeft je vijver doorgaans weinig onderhoud nodig. Bij langdurige vorst is het wel belangrijk om ervoor te zorgen dat de vijver niet volledig afgesloten blijft door een dikke ijslaag. Een laag ijs is op zich geen probleem, maar bij een volledig dichtgevroren vijver wordt de gasuitwisseling met de buitenlucht beperkt.
Ook in de winter blijven vissen, bacteriën en andere organismen zuurstof verbruiken. Tegelijk produceren planten en algen door het gebrek aan licht veel minder zuurstof. Bij de afbraak van bladeren, afgestorven planten en ander organisch materiaal wordt eveneens zuurstof verbruikt en ontstaan onder andere CO₂ en, bij zuurstofarme omstandigheden, andere gassen zoals waterstofsulfide. Vooral in vijvers met veel organisch materiaal en vissen kan langdurige ijsbedekking daardoor voor problemen zorgen.
Maak een opening indien nodig
Zorg daarom bij aanhoudende vorst voor een kleine ijsvrije opening waar gasuitwisseling kan plaatsvinden. Hak het ijs niet met brute kracht open: de schokken kunnen vissen en ander vijverleven verstoren. Gebruik een ijsvrijhouder of laat voorzichtig een opening ontstaan door bijvoorbeeld een pan of pot met heet water op het ijs te zetten. Giet kokend water niet rechtstreeks in de vijver.
Ook een luchtpomp kan helpen om een deel van het oppervlak ijsvrij te houden. Plaats de luchtsteen bij een diepe visvijver in de winter liever niet op het diepste punt, zodat de relatief warmere waterlaag onderaan zo weinig mogelijk wordt verstoord.
