Naden en kieren luchtdicht sluiten
Luchtdicht bouwen is een noodzaak. Om naden en kieren te sluiten, zijn er allerlei producten op de markt, elk met hun eigen toepassingen en aandachtspunten bij de applicatie. Het meest gebruikt zijn tapes, membranen, kitten en schuimen.
TAPES
Tapes (oftewel kleefband) bestaan uit een papieren of kunststof (bv. PE of PP) drager met een zelfklevende lijmlaag.
Toepassingen
Tapes worden in hoofdzaak gebruikt voor het verkleven van membranen en folies onderling, en voor de verbinding tussen membranen en de constructie (bv. het bevestigen van dampschermen aan hout- en metselwerk). Ze worden ook aangewend voor het verkleven van aansluitingen, bestaand uit een minerale ondergrond, hout en houtderivaten. Sommige tapes kunnen overpleisterd worden en zijn geschikt voor de aansluiting met pleisterwerk.
Plaatsing
De belangrijkste voorwaarde voor het gebruik van kleefbanden is dat de ondergrond effen, droog en stof-, vet- en vorstvrij moet zijn. Bij een onvoldoende dragende, vezelige ondergrond (bv. houtvezelplaten) moet er eerst een primer worden aangebracht. Voor een goede hechting moet de tape goed worden aangedrukt (bv. met een aandrukrol of spatel) en moeten de tapes elkaar minimaal 2 cm overlappen. Als de tape het bij een applicatie te koud heeft (meestal geldt: lager dan 5 °C, er zijn echter ook tapes op de markt die kleven tot -10 °C), komt de kleefkracht ervan in het gedrang. Veel van de tapes blijven na het kleven het best beschut tegen te grote vochtconcentraties en uv-licht.
Voor- en nadelen
Het belangrijkste voordeel van een tape is dat het een 100% luchtdicht, gebruiksklaar, en dus snel aan te brengen, product is. Er zijn geen wachttijden en er kan zuiver mee worden gewerkt, zonder te morsen. Nadelen zijn de vereisten die tapes stellen op het vlak van de ondergrond en de omstandigheden. Belangrijk voor een luchtdichting is dat er gekozen wordt voor zo elastisch mogelijke tapes en dat de tapes spanningsloos geplaatst worden.
VASTE MEMBRANEN
Een vast membraan is een afsluitband die bestaat uit rubber (EPDM) of kunststof. De afsluitband kan over een zelfklevende strip beschikken, maar moet sowieso nog worden verlijmd met een vloeibare lijm (of een mastiek). Voor het verlijmen van rubberen membranen wordt er vaak nog met solventgebaseerde lijmen gewerkt, maar ook lijmen, gebaseerd op gemodificeerde siliconen (hybride lijmen), zijn sterk in opkomst. Hybride lijmen hebben een universeel hechtingspatroon (ze blijven op vrijwel alle materialen kleven). Ze kunnen voor de verlijming van zowel rubberen als kunststof membranen gebruikt worden. Er zijn ook membranen op de markt die, net als tapes, volledig zelfklevend zijn.
Toepassingen
- Rubberen membranen worden in de eerste plaats als slagregendichting gebruikt onderaan bij schuiframen en ramen tot op de grond (rond vensterbanken en dorpels) en als gevelstroken achter verluchte gevels. Ze hebben bijkomend ook een luchtdichtende functie.
- De kunststof membranen doen dienst als luchtdichtingsband bij raam- en deuraansluitingen (folies).
De verlijming kan o.a. op minerale en houten ondergronden gebeuren, doordat er een vloeibare lijm gebruikt wordt. Het is een goede oplossing voor oneffen ondergronden.
Plaatsing
Waar de zelfklevende strip wordt gekleefd, moet het oppervlak eerst stof-, vocht- en vetvrij worden gemaakt. Op de plaatsen waar de vloeibare lijm wordt aangebracht, worden het stof en eventueel een loszittende bekleding (bv. mortelresten) verwijderd.
- Rubberen membranen worden wateraflopend op elkaar verlijmd (van onderen naar boven). Belangrijk is dat de juiste lijm wordt gebruikt. Rubber is immers een moeilijk te verkleven materiaal waarvoor er speciale lijm is vereist (die per merk van rubber kan verschillen). Bij de verlijming moet er extra aandacht worden besteed aan hoeken (zorg voor voldoende overlap in de hoeken of vouw de hoek in) en uitstekende kanten (let erop (bv. bij aluschrijnwerk) dat het rubber niet wordt geperforeerd bij de plaatsing).
- De kunststof membranen worden op het kader van de ramen en deuren aangebracht, vooraleer het schrijnwerk wordt geplaatst, of op de bestaande ramen en deuren in renovatie. De verkleving van het kunststof membraan aan het kader gebeurt met de zelfklevende strip. In de hoeken dienen er plooien of een overlap voorzien te worden. Vervolgens wordt het schrijnwerk bevestigd (de ramen bijvoorbeeld met raamankers), wordt de voeg tussen het schrijnwerk en de ruwbouw opgevuld (met bv. een schuim) en vervolgens wordt het membraan op de ruwbouw verkleefd met de vloeibare lijm en aangedrukt, zodat er een luchtdichte verbinding wordt gerealiseerd. Op de folies kan er rechtstreeks worden gepleisterd. Sommige folies worden ingepleisterd. De folies zijn dan van een wapeningsnet voorzien om de inpleistering te vergemakkelijken. Dat net wordt tussen twee lagen gips ingepleisterd. Er wordt een laag gips onder en één erop geplaatst.
Voor- en nadelen
Vaste membranen garanderen, indien correct geplaatst, een goede luchtdichtheid op lange termijn. Ze zijn vrij elastisch, het gebruik van vloeibare lijmen maakt dat er minder eisen worden gesteld aan de ondergrond, en ook het vullende vermogen van vloeibare lijmen (de pasteuze materie vult oneffenheden) is een voordeel. Het plaatsen van vaste membranen vraagt wel wat tijd en bij het gebruik van kunststof membranen worden er meerdere partijen betrokken (de kunststof membranen worden immers het best aangebracht op het schrijnwerk voor het plaatsen). Sommige raam- en deurfabrikanten kleven voor de levering de luchtdichtheidsmembranen aan de raam- en deurkaders, zodat dit ter plaatse niet meer hoeft te gebeuren.
VLOEIBARE MEMBRANEN
Een vloeibaar membraan is een watergebaseerde of hybride polymeerpasta. Er zijn vloeibare membranen op de markt die verborstelbaar (versterkt met glasvezels) of verspuitbaar (zonder glasvezels) zijn.
Toepassingen
De bedoeling van vloeibare membranen is om kleine naden en kieren (niet groter dan een paar mm), en niet 100% luchtdichte materialen dicht te smeren. Verspuitbare vloeibare membranen worden vooral ingezet voor het luchtdicht afwerken van vloer-wandaansluitingen en wand-plafondaansluitingen. Voor raam- en deuraansluitingen, dakaansluitingen en doorvoeren wordt voornamelijk de verborstelbare variant gebruikt. Bij temperaturen lager dan 5 °C is de toepassing van vloeibare membranen moeilijker. In negatieve temperaturen werken ze niet. De vloeibare membranen op waterbasis zijn het meest geschikt voor poreuze ondergronden. Op niet-poreuze ondergronden (bv. glas, bitumen, PE enz.) hecht de pasta niet of kan er, net zoals bij te lage temperaturen en een te hoge vochtigheid, een drogingsvertraging optreden. De hybride membranen hebben een universeler hechtingspatroon en doen het ook goed op niet-poreuze ondergronden. De hybride pasta legt een dikkere en elastischere laag dan de watergebaseerde variant en is beter bestand tegen nattigheid.
Plaatsing
Idealiter wordt een vloeibaar membraan op kamertemperatuur bewaard en aangebracht. Eerst wordt de ondergrond droog, stof- en vetvrij gemaakt. Bij hybride pasta's is een droge ondergrond minder van belang, ze kunnen eventueel op een licht vochtige ondergrond worden aangebracht. Na het voorbereiden van de ondergrond wordt de pasta onverdund en gelijkmatig geplaatst met ofwel een geschikte muurverfborstel, ofwel met airless spuitapparatuur in de gewenste laagdikte.
Voor- en nadelen
De membranen worden gebruiksklaar geleverd en zijn makkelijk en snel aan te brengen. Er moet wel aan de voorwaarden betreffende de ondergrond en de verwerkingstemperatuur worden voldaan om een goede uitdroging van de pasta te realiseren. Grotere voegen moeten eerst met de hand worden gedicht.
KITTEN
Voegkitten zijn een dikvloeibaar materiaal met een samenstelling die gelijkaardig is aan die van lijmen. De kitten blijven na het drogen elastisch en kunnen zo de voegbeweging opvangen. De mate waarin ze de beweging van een voeg kunnen compenseren, wordt uitgedrukt in klassen (tot klasse 25). Hoe hoger de klasse, hoe beter de voeg de beweging kan opvangen. De klassen zijn terug te vinden op de CE-markering van het product (in de prestatieverklaring of op de verpakking). Voor het luchtdicht maken worden o.a. acrylaatkitten, hybride kitten en siliconenkitten ingezet.
Toepassingen
Kitten, specifiek voor de luchtdichting, worden binnen in het gebouw aangebracht. Ze worden toegepast om voegen tussen het pleisterwerk en het schrijnwerk, en voegen aan vensterbanken, tussen de plint en de muur, tussen metselwerk enz. op te vullen. Acrylaatkitten worden vaak toegepast. Ze halen klassen tussen 7,5 en 12,5, en zijn overschilderbaar. Hybride kitten zijn ook overschilderbaar, maar kunnen meer beweging opvangen. Ze zijn beschikbaar in klassen tot 25. Siliconenkitten halen ook klassen tot 25, maar zijn meestal niet overschilderbaar. Kitten hechten het best op droge en stofvrije, licht poreuze ondergronden. Voor de hechting op niet-poreuze materialen (bv. metaal, glas enz.) worden er meestal siliconenkitten gebruikt. Voor natuursteen in het bijzonder zijn er natuursteengeschikte hybride kitten en siliconenkitten te verkrijgen. Luchtdichte kitten kunnen enkel worden gebruikt in voegen, kleiner dan 2 cm.
Plaatsing
In voegen met grote dimensies wordt er beter eerst een rugvulling aangebracht om een optimale hechting te bekomen. De voegen worden met een kitpistool opgevuld.
Voor- en nadelen
Deze voegkitten kunnen, vanwege hun elasticiteit, goed de beweging van materialen opvangen. Ze zijn geen evenwaardige vervanging voor membranen. Voor een optimaal en langdurig luchtdicht resultaat worden membranen en voegkitten het best gecombineerd.
SCHUIMEN
Schuimen zijn gemaakt op basis van polyurethaan. Luchtdichte schuimen zijn een elastische variant. Ze zijn luchtdicht, net omdat ze de beweging kunnen opvangen.
Toepassingen
Ze worden voornamelijk ingezet vanwege hun isolerende werking (ze worden dan tussen de ruwbouw en het geplaatste schrijnwerk aangebracht), maar er zijn ook schuimen op de markt die in sommige toepassingen ook voor de luchtdichting kunnen worden ingezet. De luchtdichtheid van het schuim is afhankelijk van de dikte en breedte van de voeg (idealiter is de voeg ongeveer 2 cm breed en minstens 6 cm diep). Schuim om luchtdichtheid te realiseren, wordt voornamelijk gebruikt in ramen met een omkasting. Het schuim wordt dan aangebracht tussen de deklijsten van de omkasting en de ruwbouw.
Plaatsing
De ondergrond die vet- en stofvrij is gemaakt, wordt eerst bevochtigd. Het voorbevochtigen resulteert in een betere celstructuur van het schuim en zorgt tevens voor een betere hechting. De voeg wordt het best van onderen naar boven gevuld en slechts voor twee derde opgevuld, omdat het schuim nog verder uitzet tijdens het uitharden. Er wordt gebruikgemaakt van een schuimpistool. Er zijn allseasonschuimen te verkrijgen die het ook goed doen bij lage temperaturen.
Voor- en nadelen
Schuim combineert isolatie en luchtdichtheid in één beweging, maar is slechts in beperkte omstandigheden toepasbaar, namelijk als de voeg niet te breed en diep genoeg is.
ENKELE OPLOSSINGEN VOOR DOORBORINGEN
Voor kabels en leidingen
Om doorboringen door kabels en leidingen luchtdicht af te werken, bestaan er EPDM-manchetten. Belangrijk is dat u een product gebruikt dat verenigbaar is met de ondergrond. Eenmaal de leiding geplaatst is, wordt de mof tot in het vlak van het luchtscherm verplaatst en daarop met kleefband bevestigd. Daarnaast bestaan er ook zelfklevende varianten.
Voor mantelbuizen
Voor de doorvoering van leidingen in ruwbouw, is het een goed idee om voorlopige mantelbuizen te plaatsen. Een eenvoudige mof zorgt vervolgens voor de luchtdichtheid tussen de leiding en de mantelbuis.
Vloeibare luchtdichting
Deze producten worden mogelijk versterkt met geotextiel, zodat er een soepele aansluiting ontstaat die kan worden aangepast aan details en constructies met complexe vormen. Er bestaat echter ook een kant-en-klare, met vezels versterkte versie, zodat u geen geotextiel moet gebruiken. Deze producten zijn interessant om bijvoorbeeld doorvoeringen aan daktimmerwerk luchtdicht af te werken. De aansluitingen kunt u bepleisteren.