Correcte dakhelling speelt cruciale rol bij rieten daken
Minstens even belangrijk: ideale omgevingsfactoren
Over het algemeen kan een rieten dak op twee manieren opgebouwd worden: met een open of een gesloten constructie. Die laatste is volledig water- en winddicht, waardoor de isolatiewaarde van het riet beter tot uiting komt. Belangrijk is: hoe sneller het riet kan drogen na regen, hoe beter. Dat betekent onder meer: hoe groter de helling, hoe langer de levensduur van het dak. Tegelijk hangt de levensduur sterk af van de omgevingsfactoren.
Twee soorten rieten daken
Open constructie
Bij een klassiek rieten dak, met een open constructie, wordt het riet op rietlatten gebonden, met niets anders dan lucht direct onder het riet. Het riet is zo de enige waterdichtingslaag. In principe is het riet dan ook langs binnen (op zolder) zichtbaar, tenzij er een binnenafwerking tegen de kepers of spanten werd aangebracht.
Oorspronkelijk was het binden van bundels riet op rietlatten de enige manier om riet te plaatsen. Eerst werd het riet met koorden rechtstreeks rond de rietlatten (toen nog dikke takken) gebonden. Later drukten rietdekkers het riet tegen de latten aan door het met wissen (flexibele takken) rond de rietlatten te naaien/ binden. Vandaar dat er zich onder het riet een open ruimte moest bevinden. Was die er niet, dan kon de rietdekker het riet niet binden. Na verloop van tijd werden de koorden vervangen door rvs-binddraad en de wissen door gegalvaniseerde metalen staven.

Maar het binden/ naaien vereiste onverminderd die open constructie: je moest de binddraad immers rond de rietlatten kunnen leiden en zo het riet klemmen tussen de baar en de rietlat. Deze open constructie was tot 1971 de enige mogelijke aanpak voor een rieten dak. Vandaag zijn de meeste rieten daken echter vernieuwd, met vaak een overstap naar een gesloten constructie, omwille van de betere brandveiligheid en toegenomen gebruikerscomfort. U vindt open constructies nu voornamelijk nog op tuinhuizen, carports en schuren.
Of een open constructie voordelen heeft, daarover zijn de meningen verdeeld. De aanpak is op zich eenvoudiger en goedkoper dan een gesloten constructie. Ze is ook waterdicht, maar niet volledig winddicht

Gesloten constructie
De laatste twintig jaar werd de binddraad meer en meer vooraf op schroeven gemonteerd. Zo moest de rietdekker de draad niet langer rond het riet binden, maar kon hij die direct via de schroeven in de rietlatten bevestigen.
De noodzaak om ruimte onder de rietlatten te hebben, viel daarmee weg. Bijgevolg kon de rietdekker ook rieten daken met een gesloten constructie realiseren. De ondergrond bestaat uit een massief onderdak (bv. eiken of grenen planken van 22 mm dik), OSB of multiplex van 18 mm dik. Daarop kan er geïsoleerd worden, zodat de onderconstructie op zolder zichtbaar blijft.
Verder kan het rieten dak aangebracht worden als een sarkingdak, waarbij het over een bestaand hellend dak wordt gezet. In dit artikel focussen we ons echter enkel op de open en gesloten constructies.
Kenmerken van beide constructies
Open constructie
Of een open constructie voordelen heeft, daarover zijn de meningen verdeeld. De aanpak is op zich eenvoudiger en goedkoper dan een gesloten constructie. Ze is ook waterdicht, maar niet volledig winddicht, waardoor het riet en de ruimte eronder goed verlucht kunnen worden.
Maar doordat de constructie niet geheel winddicht is, heeft ze wel enkel een goede isolatiewaarde als er geen sterke wind is. Het rietpakket levert geen bijdrage aan de totale isolatiewaarde van het dak. Eventueel valt dit te compenseren door extra te isoleren van binnenuit. Klassiek isoleren is sowieso een must bij rieten daken.
Op het einde van de levensduur, wanneer het rietpakket te dun is geworden, kunnen er bij een open constructie ook waterlekken naar binnen toe ontstaan.

Gesloten constructie
Een gesloten constructie is te allen tijde water- en winddicht. Daardoor komt de isolatiewaarde van het riet in dit geval beter tot uiting. Het gehele rietpakket doet mee om een goede isolatiewaarde voor de dakconstructie te bereiken.
Voorwaarde is echter dat er een goed dampscherm onder komt te liggen. Om daar zeker van te zijn, worden beide stappen – het rieten dak leggen en het dampscherm aanbrengen – meestal samen uitgevoerd. Tegelijk kan het riet bij deze opbouw langs onder geen zuurstof aantrekken, waardoor het schroefdak (de gesloten constructie) zeer brandveilig is. Meer en meer verzekeringen eisen dan ook een gesloten constructie voordat ze een rietgedekt pand willen verzekeren.
In het geval van schroefdaken wordt het noodzakelijk het riet op een andere manier te bevestigen. Bij het schroefdak wordt het riet bevestigd door te schroeven in de onderconstructie. De voorloper van het schroefdak was het spijkerdak, waarbij het riet op een gesloten onderconstructie gespijkerd werd. Deze techniek wordt echter maar weinig toegepast.
Velen denken ten slotte dat een rieten dak 30 centimeter dik moet zijn, om geen water door te laten. Maar bij regen wordt slechts 4 à 5 centimeter van het riet nat, indien het dak correct geconstrueerd is. Het water dringt niet verder door en komt niet in de onderconstructie terecht. Dat het dak niet kan ventileren/ademen, zoals bij de open constructie, is bijgevolg geen probleem en heeft ook geen invloed op de levensduur van het dak in kwestie.
Plaatsing
Je hoort weleens dat een rieten dak in een bebost gebied geen goed idee is. Dat zou overigens ook gelden voor schaduwrijke omgevingen. Maar klopt dit ook? Welke omgevingsfactoren spelen effectief een rol?
Dakhelling
Hoe sneller riet kan drogen na regen, hoe beter. Dus geldt ook: hoe steiler een dak, hoe beter, want het water drupt er sneller af en dringt dus minder diep in het rietpakket door, het riet wordt minder nat. En hoe minder nat des te langer gaat het mee. Technisch gezien valt een rieten dak op elke helling te plaatsen, maar bij een helling van minder dan 30° is het af te raden. De rietstengels liggen immers altijd met een hoek van 15 à 20° ten opzichte van het dakoppervlak.
Bijgevolg loopt het regenwater bij een dakhelling van minder dan 20° naar binnen toe. Helt het dak 20 à 25°, dan loopt de regen er zo traag af dat het water steeds dieper in het dak raakt voor het eraf drupt. Zo’n rieten dak droogt dus veel trager, en gaat maar gemiddeld 8 tot 18 jaar mee. Idealiter helt het dak minstens 40°.
Bij een helling van 45° stijgt de levensduur tot 20-40 jaar. Helt het rieten dak 50°, dan gaat het 40 jaar of langer mee. Bij een helling van 90° (= rieten wanden of gevels) kan het rieten dak 90 jaar meegaan, afhankelijk van de oriëntatie.

Omgevingsfactoren
Verder hangt de levensduur sterk af van de omgevingsfactoren. Hoe meer zon en wind, hoe langer het dak bijvoorbeeld meegaat, want dan droogt het dak vlotter. Een rieten dak in een bosrijke omgeving kan met andere woorden wel, zolang er voldoende open ruimte is rond het dak.
Overhangende bomen zijn slecht: ze zorgen voor veel schaduw op het rieten dak, vangen de wind op en hun vallende bladeren en takken houden vaak vocht op het riet vast. Ook te veel mos op het dak houdt vocht vast en is dus slecht voor het riet. Overhangende takken die dauw op het dak laten druppen, kunnen de levensduur van het rietpakket halveren.
Dakconstructie
Plaatsingsnormen bestaan er in België niet voor rieten daken. Maar dat betekent niet dat de plaatsing van de rieten daken niet zorgvuldig moet gebeuren. Gebruik dus riet van goede kwaliteit. Het zoutgehalte speelt daarbij een grote rol, iets waarop riet vandaag te testen valt. Bovendien is tijdig plannen cruciaal. Besteed daarbij de nodige aandacht aan de afwerkingsdetails rond de ramen en dakkapellen. Ook het dampscherm moet goed geplaatst worden. Tijdens de opbouw moet het dak telkens goed met een zeil worden afgedekt wanneer het regent, zodat er geen water tussen het riet en het onderdak komt, waar het bij een gesloten constructie nat zou blijven en uiteindelijk zou verrotten.
Stappenplan
Opbouw
Een open constructie bestaat uit kepers of spanten, met daarop pannenlatten en uiteraard het riet zelf. Bij een gesloten constructie ligt boven op de kepers of spanten het eerder vermelde massief onderdak, OSB of multiplex van 18 mm. Tegenwoordig bestaat dit bij nieuwe daken altijd uit een isolatiepaneel dat speciaal voor riet wordt gemaakt. Een sarkingdak bestaat dan weer uit kepers of spanten/beplanking, met daarboven PIR-isolatie en latwerk.
Soorten nokken
Traditioneel worden meestal keramische pannen exemplaren als nokken gebruikt.. Deze bestaan in twee kleuren: gesmoord blauw en rood/oranje. Maar deze keramische nokken kunnen ook geglazuurd zijn, wat een ruimere keuze aan kleuren biedt. Daarnaast bestaan er koperen nokken: bolle modellen met een vlakke naad of beugels, naast vlakke modellen, in vlakke plaat of met beugels en in verschillende hellingen. We onderscheiden ook aluminium nokken, meestal zwartgelakt, en de natuurnokken in stro/riet, en nokken in cederhout. Meestal worden de nokken in mortel gelegd, met voegwerk mogelijk in verschillende kleuren: grijs, zwart, wit en beige. Maar nokken kunnen bijvoorbeeld ook afgedekt worden met graszoden of een soort leem waarin vetplanten worden gezet.

Welke nokken zijn de beste keuze?
Dat hangt af van de stijl van de woning en de smaak van de bewoner. Verder valt voor elke optie wel wat te zeggen. Keramische nokken vertonen bijvoorbeeld een goede prijs-kwaliteitverhouding. Vandaar dat ze ook het meest gekozen worden. Koperen nokken zijn dan weer heel duurzaam en hebben een goede antimoswerking op het riet. Bevestiging met vetplanten straalt veel authenticiteit uit, maar gaat niet zolang mee en is vrij prijzig.
Bij moderne nieuwbouwwoningen wordt meer en meer gekozen voor gelakt aluminium. Deze zorgen voor een strak uitzicht en zijn vrij van onderhoud of herstellingen, in tegenstelling tot de keramische nokken waar het cement kan barsten. Helaas hangt ook hier een stevig prijskaartje aan vast.
Als nokken worden meestal keramische exemplaren gebruikt. Deze bestaan in twee kleuren: gesmoord blauw en rood/oranje
Isolatie
Riet wordt niet fabrieksmatig geproduceerd, maar is een natuurlijk goed isolerend materiaal. Daarom krijgt het een officiële lambdawaarde van 0,071 W/mK. Hoe hoger deze waarde, hoe beter het materiaal warmte geleidt, wat betekent dat het minder goed isoleert. Een rieten dak van 30 cm dik heeft dus een warmteweerstandswaarde R van 4,0 m²K/W. Omdat de huidige EPB-normen echter een R-waarde van minimaal 4,5 m²K/W vereisen (en voor Nederland is een R-waarde van 6,3 m²K/W verplicht), moet een nieuw rieten dak aanvullend klassiek worden geïsoleerd.
Belangrijk is dat de isolatie voldoende dik wordt aangebracht: ongeveer 20 centimeter rotswol of 10 centimeter PIR. Zo worden de temperatuurschommelingen volledig opgevangen in de isolatie. Bij een te dunne isolatie verschuift het dauwpunt en treedt er inwendige condensatie in het riet op, met verrotting tot gevolg. Tegelijk moet er een dampscherm voor de isolatie worden geplaatst aan de warme zijde (binnenkant). Indien dit dampscherm goed geplaatst wordt ontstaat er geen dauwpunt en treedt inwendige condensatie dus nooit op.
Riet krijgt een officiële lambdawaarde van 0,071 W/mK. Hoe hoger deze waarde, hoe beter het materiaal geleidt en dus hoe minder goed het isoleert
Onderhoud
In het algemeen is het belangrijk dat het rieten dak zuiver en vrij van algen en mos gehouden wordt. Niet alleen omdat bijvoorbeeld te veel mos vocht vasthoudt op het riet, maar ook omdat het dak er zo veel meer verzorgd blijft uitzien. Vanaf drie tot vier jaar na de plaatsing krijgt het dak daarom jaarlijks een antimosbehandeling. Daarbij wordt een anti-mosproduct op het dak gespoten om mosvorming te voorkomen. Deze aanpak werkt prima, zolang het mos niet reeds aanwezig is.
Groeit er wel mos op het dak, dan moet het ontmost worden. Daarbij wordt het mos mechanisch verwijderd door de bovenste laag van het dak te verwijderen. Het dak wordt hierdoor wel dunner. Daarom wordt ontmossen maar om de zeven tot tien jaar aanbevolen, zodat het dak niet te dun wordt.
Maar als de antimosbehandeling jaarlijks correct wordt uitgevoerd, zou er geen mos mogen groeien. In dat geval is het misschien na zeven tot tien jaar wel nodig om het dak te ‘kammen’, omdat het begint te verweren – herkenbaar aan de stukjes riet die op de grond vallen.
In samenwerking met Casarit en Vranken Rieten Daken
