Renoveren van gebouwenPremium

“Herbestemming is zowel historisch als ecologisch de meest logische keuze”

Raadgevingen voor de succesvolle herbestemming van industrieel erfgoed

Adriaan Linters nestelt zich al meer dan 40 jaar als een luis in de pels van overheden, besturen en projectontwikkelaars die in hun zoektocht naar economische opportuniteiten al te snel voorbijgaan aan de historische en ecologische waarde van ons industrieel erfgoed. Met zijn Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie vecht hij immers regelmatig sloop- en bouwvergunningen aan, en ook het huidige discours van afbraak en heropbouw moet eraan geloven. Wat dat betreft is Linters duidelijk: behoud en herbestemming zijn de meest verantwoorde keuze. Maar hoe dat tot een goed eind te brengen?

HERBESTEMMING VAN INDUSTRIEEL ERFGOED

Zorg voor industrieel erfgoed

Vrijwilligersinitiatief

Al sinds 1978 zet de Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie (VVIA) zich in voor de studie, het behoud en de ontsluiting van industrieel en technisch erfgoed in Vlaanderen en Brussel. Het realiseert diverse publicaties, organiseert excursies, voorziet opleidingen en voert, wanneer nodig, een bureaucratische en juridische strijd tegen geplande afbraak. Een engagement waarvoor de vzw, die volledig op vrijwilligers draait en nooit gesubsidieerd werd, eind vorig jaar de prestigieuze European Heritage Award/Europa Nostra Award for Dedicated Services in ontvangst mocht nemen. Adriaan Linters stond mee aan de wieg van de VVIA en werpt zich al al die tijd op als voorzitter van het initiatief.

Adriaan Linters Vlaamse Vereniging voor Industriële ArcheologieOnontgonnen rijkdom

“België behelst een unieke rijkdom aan indus­trieel erfgoed”, stelt Linters. “Er zijn de steenkoolmijnen in Limburg en Wallonië, de restanten van de steenbakkerijen in de Rupelstreek en tal van historische brouwerijen verspreid over het Vlaamse Gewest. In Mol beschikken we over de oudste civiele nucleaire reactor van Europa en de Leievallei staat al sinds de negentiende eeuw gekend als de vlasvallei, met alle infrastructuur van dien.”

De aandacht, echter, ontbreekt. “Van alle subsidies die voor de herbestemming van erfgoed voorzien worden, gaat 60% naar kerken en kloosters. De resterende 40% moet worden verdeeld onder woningen, militair erfgoed, industrieel erfgoed enzovoort. Ondertussen heeft een gebied als de Rupelstreek – een unicum in Europa – vanwege de afbraak van ontelbare schoorstenen en panden echter al heel wat in waarde verloren en blijven steden en gemeenten sloopvergunningen verlenen voor geïnventariseerde gebouwen.”

 

Ecologische keuze

Dat afbraak en heropbouw vandaag door middel van premies en voordelige btw-tarieven gestimuleerd worden, is volgens Linters dan ook allesbehalve een goede zaak. “Dergelijke voordelen worden verleend onder het mom van een duurzame oplossing,” kadert hij, “maar dat is wel heel kortzichtig. Bekijk het zo: wie bouwt, verbruikt grondstoffen en energie. Breek je dat gebouw af, dan vergt dat opnieuw grondstoffen en energie. Bovendien creëer je afval, dat verwerkt moet worden en dus weer energie kost. Om op dezelfde plaats opnieuw te bouwen, ten slotte, verbruik je nogmaals grondstoffen en energie. Dat weegt niet op tegen de vooropgestelde winst inzake het operationeel verbruik van het gebouw. Zeker niet als je bedenkt dat het historisch erfgoed vaak al meer dan 100 jaar standhoudt, terwijl nieuwe gebouwen en materialen vaak maar een levensduur van 30 jaar hebben. Vanuit een ecologisch perspectief is het net veel interessanter om tot behoud en herbestemming over te gaan.”

Voorwaarden voor een succesvolle herbestemming

De meest logische keuze. Dat misschien. Maar de meest eenvoudige oplossing is het hoegenaamd niet. Het pad naar een succesvolle herbestemming ligt bezaaid met valkuilen en obstakels; sommige inherent aan het gebouw, andere aan de welwillendheid (of het gebrek daaraan) van bouwheer, architect en instanties. Linters slaat zijn mentale catalogus met referenties erop na en benoemt alvast enkele essentiële voorwaarden voor een succesvolle herbestemming.

Waar vind je informatie?

Een goede herbestemming start met een grondig onderzoek, zowel naar de historische achtergrond van een site als inspirerende voorbeelden.

Enkele nuttige bronnen zijn:

  • Kadaster: in tegenstelling tot bij de stedenbouwkundige diensten, waar volgens Linters maar weinig over herbestemming te vinden is, kan je in het kadaster de volledige evolutie van een perceel terugvinden, van 1832 tot nu.
  • Provincie: veel provincies beschikken over een uitgebreid archief met dossiers van de in commodo- et decommodo-procedure. In het kader van die hinderwet, in voege sinds 1815, moest elke onderneming die op een of andere manier hinder kon veroorzaken – van een bakker tot een dynamietfabriek – een aanvraag indienen en bepaalde onderzoeken laten uitvoeren.
  • Industriana: Industriana is een Europees platform dat industrieel erfgoed digitaal ontsluit en verbindt. Via labels en QR-codes laat het bezoekers ter plaatse kennismaken met de geschiedenis en waarde van een bepaalde site, en ook op de website industriana.eu is uitgebreide informatie terug te vinden.
  • Herbestemming.nu: deze Nederlandse website verzamelt en bespreekt tal van reeds gerealiseerde reconversieprojecten en biedt zo informatie en inspiratie voor architecten, projectontwikkelaars en overheden.
  • Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie: op www.industrieelerfgoed.be, de website van de VVIA, worden regelmatig teksten en discussies over herbestemming geplaatst. Daarnaast publiceert de vereniging, samen met Nederlandse partners, het Vlaams-Nederlandse tijdschrift Erfgoed van Industrie en Techniek. Daarin worden regelmatig artikels over herbestemming opgenomen, en er werden tevens al meerdere themanummers aan het onderwerp gewijd.

Creativiteit

“Een loft is heus niet de enige mogelijkheid”

De schijnbare evidentie waarmee de herbestemming van industrieel erfgoed vandaag gelijkgesteld wordt met de reconversie tot lofts is volgens Linters in ieder geval misplaatst. “Economisch gezien is het voor een bouwheer natuurlijk interessant om voor bewoning te kiezen. Niet alleen kan hij voor een industriële loft woekerprijzen vragen, maar hij geniet ook nog eens van een btw-tarief van 6%.”

“Echter, wat men vergeet, is dat de meeste industriële panden zich niet zomaar lenen tot de creatie van wooneenheden. Textielfabrieken zijn 25 meter breed en soms wel tot 100 meter lang. Wil je daar voldoende licht binnenkrijgen, dan moet je aardig wat ingrepen doen, die opnieuw veel geld, grondstoffen en energie vergen. Helemaal absurd wordt het als een bouwheer een betonnen silo tot appartementen wil converteren. Dat moet men overal vloeren gieten en moeten er openingen worden gemaakt in de dikke betonnen schil, terwijl je de akoestische problemen in zo’n hoge silo nooit opgelost krijgt.”

Veel logischer is het volgens Linters om in een fabriek burelen of publieke en commerciële functies te voorzien, ook al geldt daarvoor een hoger btw-tarief van 21%. Als voorbeeld schuift hij de Nau Bostik in Barcelona naar voor. Deze voormalige chemische fabriek werd in 2015 omgebouwd tot een kunstencentrum – al is ‘omgebouwd’ in dit geval een groot woord. “Veel meer dan het voorzien van elektriciteit in alle ruimtes, gebeurde er niet. Maar ondertussen is het wel een succesverhaal dat in alle toeristische gidsen opgenomen is.”

 textielfabriek Can Battlo Barcelona
Lofts zijn lang niet de enige optie voor industrieel erfgoed. In de reusachtige textielfabriek Can Battlo werden de voorbije jaren tentoonstellingsruimten, een buurtbibliotheek, een bar, een microbrouwerij, een drukkerij etc. ondergebracht

“Ga op zoek naar referenties”

Oplossingen zijn er volgens Linters genoeg, maar het is een kwestie van ze daadwerkelijk te zoeken. “De mensen die de oorspronkelijke plannen voor de Kolenwasserij in Beringen maakten, waarbij zowat twee derde van de site afgebroken zou worden, hadden bijvoorbeeld niet naar het Ruhrgebied gekeken. Daar is een voormalige kolenwasserij – de Zollverein in Essen, een reconversie van de hand van Rem Koolhaas en zijn OMA – nochtans een van de grootste trekpleisters. Ook de gasklokken aan de Gentse Tondeliersite, de enige twee exemplaren die in Vlaanderen overblijven, werden pas op het laatste moment van afbraak gered. Omdat men in eerste instantie geen flauw benul had wat met zo’n bouwwerken aan te vangen was. Terwijl de Westergasfabriek in Amsterdam, inclusief gastank, toch al meer dan 15 jaar tal van evenementen en culturele initiatieven huisvest.” Wie op zoek gaat naar referenties, zal volgens Linters dus een waaier aan creatieve mogelijkheden zien opengaan. Daarvoor moet men niet eens de grens over. “In Zwevegem werd een oude petroleumtank omgebouwd tot duiktank. Dat is een fantastische realisatie, maar je moet er wel opkomen. Creativiteit is in dit soort projecten onontbeerlijk.”

chemische fabriek Nau Bostik
De oude chemische fabriek Nau Bostik werd met een minimum aan middelen omgebouwd tot een van de grootste
trekpleisters van de alternatieve cultuurscène in Barcelona

Context

“Achteruitkijken om vooruit te gaan”

 Adriaan Linters VVIA

“Architecten en ingenieurs zijn vaak zodanig gefocust op de toekomst, dat ze vergeten achteruit te kijken” – Adriaan Linters

Nog een valkuil: “Architecten en ingenieurs zijn vaak zodanig gefocust op de toekomst, dat ze vergeten achteruit te kijken. Om goed te begrijpen hoe een pand technisch en architecturaal in elkaar zit, is het echter essentieel om zijn geschiedenis te kennen. Dat betekent dat je er de juiste archieven op moet naslaan (zie kaderstuk), maar ook dat je enig inzicht moet hebben in de historische bouwtechnieken. Als je niet weet dat gietijzer vooral onder druk belast kan worden, en smeedijzer onder trek, dan zal je de structuur van een gebouw misschien totaal verkeerd inschatten. Heb je die kennis zelf niet in huis, dan laat je je best door historici en specialisten bijstaan.”

Ook mag er volgens Linters gerust wat minder strikt met de huidige normen en technieken worden omgesprongen. “Zij gaan voor oude gebouwen niet noodzakelijk op. Kijk naar de kerken: als bij ons de spanten gerenoveerd worden, dan worden houten delen soms vervangen door epoxy. Breekt er brand uit, dan zal dat materiaal het echter eerst begeven en uiteindelijk de brand zelfs aanwakkeren. In Engeland vervangt men houten delen gewoon door hout, want dat materiaal hield het voordien meerdere eeuwen vol. Aan een goed recept hoef je niets te veranderen.”

“Laat de buurt spreken”

Tot slot benadrukt Linters dat geen enkele herbestemming de lokale context uit het oog mag verliezen. “Toen ik in Engeland studeerde, was de norm dat een architect zijn basisschetsen op locatie ging maken. Enkel zo kan je immers echt nagaan en ervaren wat storend, verleidend, nodig en bepalend is. Vandaag denken we dat met een paar foto’s te kunnen weergeven en gebeurt al het ontwerpen achter de computer. Maar als architect mag je niet vergeten dat je altijd binnen een bepaalde omgeving werkt.”

Een schrijnend voorbeeld is de Filature Le Blan in Lille. “Het project van Reichen et Robert was een van de eerste herbestemmingsprojecten, begin jaren 80, en trok heel wat nieuwe, vaak rijkere, bewoners. Daardoor ontstaand echter een conflict met de oorspronkelijke, eerder arme buurt, dat uiteindelijk de hele wijk ontwrichtte. In Barcelona, in de Poblenou, zou zich een gelijkaardig tafereel hebben voorgedaan, maar daar werd gelukkig naar het hevig protest van de bewoners geluisterd. Zij hebben zich nu georganiseerd in een creatieve buurt die volop gebruikmaakt van het industrieel erfgoed. Een succes, net omdat de buurt mocht spreken.”

de textielfabriek Can Ricart
De burgerbeweging in de Poblenou vecht al jarenlang voor de herbestemming van de textielfabriek Can Ricart.
In 2019 werd bekendgemaakt dat de Universitat de Barcelona er een Campus de les Arts zal realiseren

Tijd

brouwerij-mouterij ChristiaenEen noemer die alle voorwaarden en raadgevingen van Linters overkoepelt, is tijd. Tijd om gebouw en omgeving te leren begrijpen, tijd om informatie te verzamelen, tijd om referenties en oplossingen te zoeken.

“Als niet weet wat wel of niet kan, dan kan je geen beslissing nemen”, stelt de voorzitter. “Of je neemt de verkeerde beslissing. In Koekelare wou men in de jaren 80 brouwerij-mouterij Christiaen slopen ten voordele van een parking. Wij konden dat tegenhouden en ik liet enkele van mijn studenten een ontwerp maken voor de herbestemming. Vervolgens werd daar nog jaren in samenspraak met de gemeentediensten, een architectenbureau en een van de inmiddels afgestudeerde studenten aan gewerkt. Dat alles met steun van de Koning Boudewijnstichting. Het resultaat week uiteindelijk nog sterk af van het eerste ontwerp, maar de brouwerij – die nu twee musea, een bibliotheek en andere diensten huisvest – won in 1993 wel de allereerste Prijs Vlaams Monument (nu Onroerenderfgoedprijs, n.v.d.r.). De tijd die je spendeert in het denken, levert uiteindelijk met andere woorden wel op.” 

Proef ons gratis!Word één maand gratis premium abonnee en ontdek
alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • checkwekelijkse nieuwsbrief met extra tips en exclusieve content
  • checkvolledig toegang tot het digitaal archief
  • checkonbeperkt toegang tot 3.000 bouwinstructies
  • checkonbeperkt toegang tot 1.400 instructievideo's
Heeft u al een abonnement? Klik hier om aan te melden
Registreer je gratis

Al geregistreerd of abonnee?Klik hier om aan te melden

Registreer voor onze nieuwsbrief en behoud de mogelijkheid om op elk moment af te melden. Wij garanderen privacy en gebruiken uw gegevens uitsluitend voor nieuwsbriefdoeleinden.
Geschreven door Elise Noyez

Meer weten over

Word één maand gratis premium abonnee en ontdek
alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
In dit magazine