Counter het capaciteitstarief van uw klanten (deel 2)
Centrale rol voor CEMS
Bij het lanceren van de digitale meter somde de netbeheerder de mogelijke voordelen op van deze nieuwe oplossing. De lijst bleek niet alleen ellenlang, er werd ook voor zowel klant, netbeheerder als elektriciteitsbedrijf een aantal pro’s opgesomd. maar wat met de installateur?
Voor de eindgebruikers werd als voordeel onder meer de meteropname op afstand en het extra inzicht in energieverbruik genoemd, voor de energiebedrijven zou het de weg openen voor nieuwe producten en diensten, bovendien zou het werken met dynamische energieprijzen hen meer commerciële mogelijkheden opleveren. Voor de netbeheerder zou de inzet van de digitale meter leiden tot efficiënter netbeheer, de broodnodige investeringen zouden beter gepland kunnen worden en energiefraude zou beter opgespoord kunnen worden.
Tot slot zou ook de maatschappij in zijn geheel profiteren, want het gebruik van de digitale meter maakt de energietransitie makkelijk. De integratie van decentrale productie zoals zonnepanelen en de bevordering van rationeel energiegebruik zou bijdragen tot het verkleinen van de ecologische voetafdruk.

U vraagt het zich ondertussen misschien af, maar waar is de installateur gebleven in dit verhaal? De plaatsing van de digitale meter verloopt veelal door subcontractoren van de netbeheerder, niet door de standaard residentiële elektriciens. Kunnen wij dan helemaal geen graantje meepikken van de digitale meter? Het antwoord is zoals steeds genuanceerd. De plaatsing mag dan grotendeels aan ons voorbij gaan, er openen zich wel degelijk opportuniteiten. De manier waarop dat kan gebeuren, gebeurt voornamelijk via de P1- en S1-poorten op de digitale meter, daarover kon u in deel 1 van deze reeks al alles lezen.
CEMS
De digitale meter wordt uitgerold bij burgers en kmo's, de ‘customers’ dus. Voor hen worden er customer energiemanagementsystemen (CEMS) ontwikkeld. Die moeten hen helpen om op een slimme en milieuvriendelijke manier om te springen met hun energieverbruik en eventuele productie, zonder alles voortdurend zelf in het oog te moeten houden.

Zoals wel vaker het geval is, worden aan het begrip CEMS verschillende betekenissen toegekend. In de meest enge betekenis is het een toestel dat achter de digitale meter geplaatst wordt en dat, o.a. op basis van informatie van de digitale meter, het energieverbruik in kaart brengt en optimaliseert. Tegelijk verhoogt CEMS het comfort, doordat de gebruiker niet manueel hoeft in te grijpen en zelfs niet thuis hoeft te zijn. De figuur hieronder toont de architectuur van een slim energiesysteem uit de conceptnota ‘Uitrol van digitale meters in Vlaanderen’ van de Vlaamse Regering van 13/02/2017. Hierin is CEMS voorgesteld als 1 centrale module. CEMS kan ook ruimer geïnterpreteerd worden. Enerzijds kan CEMS ook energie besparen los van de digitale meter, bijvoorbeeld door de verwarming, verluchting en verlichting van een lokaal te regelen op basis van een aanwezigheidssensor. We krijgen dan een overlap met domotica en immotica. Waar domotica vroeger vooral geassocieerd werd met comfort, integreert ze nu ook energiebesparing.

Opbouw
Een volledig CEMS-systeem uit hardware, software, communicatietechnologie en gebruikersinterfaces. De mogelijke combinaties zijn nagenoeg eindeloos. De software is het hart van het systeem. Het programma moet de juiste beslissingen nemen. We geven hier enkele aandachtspunten.
- Welke input heeft de software nodig, welke stuursignalen stuurt hij uit?
- Waar bevindt zich de intelligentie: op een centrale plaats (lokaal of in de ‘cloud’) of verspreid over de componenten van het systeem?
- Welke protocollen worden er gebruikt voor de communicatie?
Een CEMS verhoogt het comfort, want de gebruiker hoeft niet langer zelf in te grijpen
Communicatie verloopt via verschillende ‘lagen’, zoals de laag met de boodschap (brief), de laag met het adres (omslag) en de fysische laag (postbode). Bij digitale communicatie is er sprake van 7 lagen. Voor elke laag bestaan er meerdere protocollen. Het aantal mogelijke combinaties is dus groot:
- Een open of gesloten systeem?
Een open systeem maakt gebruik van publieke standaarden, waar meerdere fabrikanten op inspelen (via een ‘Application Programming Interface’ = API). Zo is de klant niet gebonden aan 1 fabrikant.
Een gesloten systeem gebruikt een protocol dat eigendom is van 1 fabrikant. Die garandeert uiteraard de compatibiliteit van al zijn producten en in geval van problemen weet je waar je moet zijn. Vlaanderen telt heel wat succesvolle domoticafabrikanten die een eigen systeem aanbieden.
De scheiding tussen beide is niet strikt. Sommige fabrikanten die een open protocol gebruiken, voegen er bijkomende mogelijkheden aan toe, die alleen met hun producten werken. Anderzijds bieden fabrikanten met een gesloten protocol zogenaamde ‘gateways’ aan, waarlangs met een open protocol gecommuniceerd kan worden.
De communicatie met de digitale meter verloopt alvast volgens een protocol dat vastgelegd is door Fluvius. - Communicatie via bekabeling of (gedeeltelijk) draadloos?
- Hoeveel werk vraagt het afstellen van het systeem? Is het ‘plug-&-play’? Hoeveel parameters moeten er correct ingesteld worden? Wil je zelf verbeteringen kunnen aanbrengen aan de programmatie? Hoe meer toepassingen (bv. verwarming, pv en EV) er geïntegreerd worden, hoe beter het energiebeheer kan geoptimaliseerd worden maar hoe moeilijker de afstelling wordt. Dan is er zeker nood aan een integrator.

EEN CASE UIT DE PRAKTIJK
Een goed geïsoleerde woning met zonnepanelen (8 kWp, 7.600 kWh/jaar) is uitgerust met een warmtepomp. Die zorgt zowel voor de ruimteverwarming als voor het opwarmen van de warmwaterboiler. De eigenaar heeft een EV. Hij werkt vaak thuis en dan kan hij overdag laden. Hij heeft een CEMS geïnstalleerd, dat op deze manier werkt: Om de opgewekte zonne-energie zoveel mogelijk zelf te verbruiken, draait de warmtepomp in de eerste plaats overdag als de zon schijnt en daarnaast ook als het te koud wordt in de woonkamer.
De EV wordt in de zomer maximaal met zonne-energie geladen: de sturing van de laadstroom volgt automatisch het overschot aan zonne-energie dat niet elders in de woning verbruikt wordt. In de winter is er niet genoeg zon om de EV te laden, dan houdt de sturing het capaciteitstarief in het oog: de laadstroom wordt aangepast zodat een vooraf ingestelde waarde niet overschreden wordt. Zonder CEMS en EV bedroeg de zelfconsumptie 28%, met CEMS en EV meer dan 60%. Dit levert een besparing op van ongeveer € 700 per jaar. Veel hangt af van het aantal km dat thuis kan geladen worden.

Met medewerking van Volta.