WEES JE BEWUST VAN
PRAKTISCHE BEPERKINGEN
EN GA ERMEE AAN DE SLAG
Tegenover de esthetische mogelijkheden van architectonisch beton staan een aantal belangrijke, praktische beperkingen. Hoewel deze nog regelmatig over het hoofd worden gezien, zijn ze vaak bepalend voor de kostprijs van het project én het slagen van het architecturale concept. Ze dienen met andere woorden al bij de aanvang van het project in rekening te worden gebracht.

Het crematorium van Claus & Kaan Architecten in Sint-Niklaas is het bewijs dat het hergebruik van een bekisting niet noodzakelijk variatie uitsluit. Het gevelontwerp, met ramen in verschillende afmetingen, liet toe om de bekisting mits enkele kleine aanpassingen voor alle gevelelementen te hergebruiken
(foto C. Richters)
TRANSPORT
Het transport van geprefabriceerde panelen tot aan de werf is een belangrijke beperkende factor voor de afmetingen en het gewicht van de gevelpanelen, waarbij er standaard wordt uitgegaan van een maximale breedte van 3,50 m of een hoogte van 3,80 m en een maximumgewicht van 20 ton per element. Afhankelijk van het type transport (plat of verticaal) wordt de lengte beperkt tot 9 of 12 m. Hogere en langere elementen moeten met een (duur) uitzonderlijk transport worden vervoerd.
Bij balkonelementen dient men verder rekening te houden met een uitstekende wapening. De breedtebeperking is in hoofdzaak een gevolg van de vrije hoogte onder bruggen. Kan men een route uitstippelen waarbij bruggen volledig vermeden worden, dan zijn er in principe dus grotere afmetingen mogelijk.
De gewichtsbeperking, daarentegen, is, naast het transport, ook een functie van de kranen in de fabriek maar vooral van die op de werf, terwijl de lengtebeperking mee bepaald wordt in functie van de afmetingen van de vrachtwagen.
VOEGEN
Gezien de beperkingen qua zowel afmeting als gewicht, zijn voegen in gevels met architectonisch beton onvermijdelijk. De minimale voegbreedte is afhankelijk van de afmetingen van het element en wordt doorgaans meegegeven door de fabrikant.
Om niet voor verrassingen te komen staan, houdt de architect het best al in de ontwerpfase van het project rekening met die voegen. Zo kan hij ze architecturaal uitbuiten - door ze bijvoorbeeld als esthetische element in het ontwerp te gebruiken, eventueel in combinatie met valse voegen – of net verbergen. Dat kan onder andere door voorliggende kolommen toe te voegen, de voegen in tekeningen te integreren of verschillende materialen te gebruiken. Een volledig voegvrije gevel is met prefabbeton sowieso niet mogelijk.
AANPASSINGEN
Prefabricatie heeft vele voordelen, maar het betekent natuurlijk ook dat er, zodra iets in productie is, geen verdere aanpassingen meer doorgevoerd kunnen worden. Beslissingen moeten met andere woorden al veel vroeger in het proces genomen worden en alle relevante technische en esthetische aspecten moeten op dat ogenblik al bestudeerd en vastgelegd zijn. De uitvoeringsplannen, die door de fabrikant worden opgesteld, moeten vóór productie door de architect goedgekeurd zijn.
PTV 21-601
PTV 21-601 is een normatief document, ontwikkeld binnen het BENOR-kader, dat de esthetische en kwalitatieve eisen voor 'Geprefabriceerde elementen van architectonisch beton' beschrijft. Het is het referentiedocument voor de kwaliteitsaspecten van architectonisch beton en is vrij te downloaden op www.febelarch.be.
WEES SPECIFIEK EN VOLLEDIG
Het is echter niet alleen van belang om al in de ontwerpfase dergelijke keuzes te maken; ze moeten ook duidelijk en eenduidig gecommuniceerd worden, zowel naar de klant als naar de fabrikant en de plaatser toe. Een verwijzing naar PTV 21-601 is essentieel, maar volstaat hoegenaamd niet.
Bestek
In het lastenboek dient de architect onder andere de gewenste afmetingen, kleur (verwijzend naar een referentiestaal), textuur (met eventueel specificatie van granulaten) en afwerking van de elementen op te nemen, alsook gedetailleerde plannen en tekeningen van de elementen. De detaillering, inclusief voegindeling en toleranties, maakt eveneens deel uit van het bestek en wordt daarvoor het best op voorhand met de fabrikant besproken. Andere belangrijke bepalingen voor het bestek, die evenwel geen directe invloed hebben op het uitzicht van het beton, zijn eisen in verband met de milieuklasse, brandveiligheid, akoestiek, winddichting et cetera. De exacte betonsamenstelling wordt dan weer niet door de architect bepaald; het is de fabrikant die op basis van de voorschriften in het bestek zijn formulering vastlegt. Om architecten bij te staan in het voorschrijven van architectonisch beton, biedt Febelarch online een voorbeeldbestektekst aan, met aanduiding van de verschillende beslissingen die de architect dient te specificeren.
Voorbeeldstalen
Alvorens een definitieve overeenkomst af te sluiten, wordt er sterk aangeraden om de fabrikant, op basis van de gegevens in het lastenboek, een aantal stalen te laten produceren. Deze kunnen onder andere aan de bouwheer voorgelegd worden en het geselecteerde staal kan bij uitvoering als referentie gehanteerd worden.