PremiumAluminium ramen & deuren

Welke montagewijze voorkomt geluidslekken bij ETICS-vensteraansluitingen?

foto raam

Bij de plaatsing van schrijnwerk in een gevel die afgewerkt wordt met een ETICS moet aandacht besteed worden aan de aansluiting tussen het schrijnwerk en de ruwbouw om het risico op geluidslekken te beperken. Uit een uitgebreide meetcampagne blijkt dat alleen in een zeer drukke stadsomgeving specifieke plaatsingsrichtlijnen gevolgd moeten worden.

Lieven De Geetere, Buildwise - 20 oktober 2026

Probleemstelling

In diverse Technische Voorlichtingen over ETICS (TV's 257, 274, 279 en 283) wordt gewezen op het risico op geluidslekken bij de aansluiting met buitenschrijnwerk. Tot op heden ontbrak het echter aan gedetailleerde kennis over de akoestische prestaties van de gebruikelijke aansluitingswijzen.

Meetcampagne

In ons akoestisch laboratorium werden daarom een twintigtal varianten van gebruikelijke montages van buitenschrijnwerk in een ETICS-gevelwand beproefd. We onderscheiden de volgende montagewijzen (zie afbeelding hieronder):

  • montagewijze 1: gelijkliggende plaatsing, verankering met doken of hoekijzers, binnenafwerkingen uit gipsplaten in de dagkanten bevestigd met montagestelblokken
  • montagewijze 2: terugliggende plaatsing, verankering met doken of hoekijzers, binnenafwerkingen uit gipsplaten in de dagkanten bevestigd met montagestelblokken
  • montagewijze 3: terugliggende plaatsing, verankering met doken of hoekijzers
  • montagewijze 4: terugliggende plaatsing, verankering met stelkader (bevestigd aan de ruwbouw), binnenafwerkingen uit gipsplaten gelijmd op dagkantplaten uit XPS
  • montagewijze 5: terugliggende plaatsing, verankering met continu stel- of plaatsingskader, binnenafwerkingen uit gipsplaten gelijmd op dagkantplaten uit XPS
  • montagewijze 6: terugliggende plaatsing, verankering met plaatsingskader uit multiplex (bevestigd aan het venster).

De varianten waarbij de vensters ondersteund worden door lichte (thermisch) isolerende bouwblokken werden niet bestudeerd.

Bij de proefopstelling werd telkens een zeer performant akoestisch proefvenster in een zware wand geplaatst die voorzien is van 20 cm dikke isolatieplaten uit EPS. De montagespeling tussen het houten raamkader en de dagopening kon gevarieerd worden tussen 0 en 8 cm.

Keuze van de montagewijze

In de bouwakoestische normenreeks NBN S 01-400-x worden vier buitenlawaaiklassen gedefinieerd, gaande van een rustige landelijke omgeving (klasse 1) tot een zeer drukke stadsomgeving (klasse 4). Voor een goede gevelgeluidswering moet in de eerste plaats een geschikte glaskeuze gemaakt worden (zie Buildwise-artikel 2022/05.06). Ook de gevelopbouw moet aangepast zijn aan het buitenlawaainiveau (voldoende zware buitenafwerking op een voldoende dikke of thermo-akoestische isolatie en een voldoende zware wand).

Uit de meetcampagne blijkt dat in de buitenlawaaiklassen 1 tot 3 alle bestudeerde montagewijzen in aanmerking komen om de minimale prestatie-eis te bereiken (klasse C volgens de norm NBN S 01-400-1:2022).

schema montagewijzes

In buitenlawaaiklasse 4 zijn de volgende montagewijzen geschikt om te voldoen aan de minimale prestatie-eis

  • (terugliggende) aansluitingswijzen zonder montagespeling (zie afbeelding 1, montagewijze 3)
  • continue plaatsingskaders die de ruwbouwopening volledig bedekken (zie afbeelding 1, montagewijze 5)
  • plaatsingskaders uit multiplex in combinatie met een maximaal 2 cm brede opschuiming (zie afbeelding 1, montagewijze 6)
  • montagewijzen met stelkaders. De speling tussen het stel- en raamkader moet beperkt worden tot 1 cm en opgespoten worden met montageschuim (afdichtingsbanden zijn zowel vanuit praktisch als akoestisch standpunt afgeraden) (zie afbeelding 1, montagewijze 4)
  • hoekijzers of doken in combinatie met een binnendagkantafwerking uit gipsplaten en een maximaal 4 cm brede opschuiming (zie afbeelding 1, montagewijzen 1 en 2).

In deze hoogste lawaaiklasse is het gebruik van bepleisterde binnendagkantplaten uit XPS in combinatie met doken of hoekijzers te vermijden omwille van het risico op een slechte aansluiting tussen deze platen en de dagkantopening en tussen de dagkantplaten onderling, waardoor akoestische lekken kunnen ontstaan.

Verdere bevindingen en aanbevelingen

Uit de meetcampagne kwamen nog de volgende bevindingen naar voren:

  • een luchtdichte aansluiting van de binnen- en buitenafwerking op het raamkader is vanuit akoestisch standpunt vereist (zie TV’s 257, 279 en 284)
  • de akoestische prestaties van de gelijkliggende en terugliggende montages zijn vergelijkbaar
  • bij montages met doken of hoekijzers dalen de geluidsprestaties naarmate de montagespeling groter wordt. Dit is niet het geval bij continue stel- of plaatsingskaders
  • een verdubbeling van de oppervlaktemassa van de binnenafwerking levert slechts een beperkte verbetering van de
    geluidsprestaties op
  • de aard en densiteit van de stel- of plaatsingskaders is akoestisch van weinig belang, zolang deze maar continu zijn
  • plaatsingskaders uit multiplex resulteren bij eenzelfde montagespeling (gemeten tussen het raamkader en de dagkantopening) in gelijkaardige geluidsprestaties als montages met hoekijzers.

Dit artikel werd opgesteld in het kader van het onderzoeksproject 'Acou-LeakEtics', uitgevoerd door Buildwise in eigen regie op vraag van het Technisch Comité ‘Schrijnwerken’ en de commissie ‘Akoestiek’.

Proef ons gratis!Word één maand gratis premium abonnee en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse nieuwsbrief met extra tips en exclusieve content
  • volledig toegang tot het digitaal archief
  • onbeperkt toegang tot 3.000 bouwinstructies
  • onbeperkt toegang tot 1.400 instructievideo's
Heeft u al een abonnement? 

Wat heb je nodig

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden