Toevalsvondsten op de werf: spelbreker of troef?
Wat een archeologische vondst voor uw werf betekent
Uw kraanman botst tijdens graafwerken op botresten, een oude muur of een houten structuur die niemand had verwacht. Wat nu? Voor veel aannemers roept een toevalsvondst vooral ongerustheid op: vertraging, stilstand en extra kosten. Maar in de praktijk gaat het er anders aan toe. Wij gingen in gesprek met Sam De Decker, archeoloog bij het agentschap Onroerend Erfgoed.
Grafveld onder de werf
Bij graafwerken voor de bouw van een nieuw politiekantoor in Koksijde in 2017 leek alles zijn normale gang te gaan, tot plots op drie meter diepte menselijke skeletten opdoken. De vondst: een Laat-Merovingische nederzetting en grafveld uit de late 7de en vroege 8ste eeuw na Christus. Spectaculair, klinkt het bij De Decker. "Zulke vondsten hadden we aan de kust nog niet eerder op die manier gezien."
"Dankzij de 60 begravingen en veel DNA-onderzoek, hebben we veel bijgeleerd over de geschiedenis van de kustvlakte en over de mensen die daar leefden." Een schoolvoorbeeld van een archeologische toevalsvondst op de werf.
Wat is een toevalsvondst?
In Vlaanderen worden jaarlijks ongeveer 150 meldingen van toevalsvondsten gedaan, waarvan een deel van bouwwerven komt. Slechts een tiental per jaar leiden tot echte opgravingen. Maar wat valt er onder een archeologische toevalsvondst? "De regelgeving zegt dat wanneer iemand in de grond iets vindt waarvan hij redelijkerwijs kan vermoeden dat het archeologische of historische waarde heeft, hij dat moet melden", vertelt De Decker. "Denk aan muren, menselijke of dierlijke skeletten of houten structuren zoals waterputten."
Toch hoeft het niet altijd om een object te gaan. "Veel archeologische vondsten in Vlaanderen zijn bijvoorbeeld grondsporen of grondverkleuringen. Voor archeologen zijn die heel waardevol, maar je kunt niet verwachten dat een gemiddelde aannemer het verschil kent tussen een natuurlijke grondverkleuring en een menselijke."
"De hele werf moet niet noodzakelijk worden stilgelegd"
Voor aannemers en hun team is het dus niet altijd evident te onderscheiden of het om een archeologische vondst gaat of niet. Daarom raadt De Decker aan om het bij twijfel altijd te melden, ook al bent u niet zeker van de archeologische waarde. "Ik heb liever dat iemand iets meldt en dat wij achteraf zeggen dat het niets is, dan dat mensen zelf gaan beoordelen. Dat is onze job", lacht hij.
Een goudmijn voor archeologen
Voor archeologen kan een werf een bron aan informatie zijn. Soms worden er bijvoorbeeld diep in de grond houten waterputten gevonden. "Daarin komt van alles terecht: van oude stuifmeelkorrels, zaden en vruchten tot afval en gebruikssporen. Daardoor kan je veel te weten komen over de gebruikers van die put en het erf waartoe ze behoorden", duidt De Decker.
Ook skeletten zijn voor archeologen een goudmijn. Ze worden onderzocht en nadien in een archeologisch depot bewaard. "Toekomstig onderzoek moet nog mogelijk blijven. Denk aan DNA-onderzoek of ziekteonderzoek. Wat we nu nog niet kunnen, zullen we over twintig jaar misschien wel kunnen. Daarom bewaren we zulke resten."
Zo handelt u correct
Indien u op een vondst stuit waarvan u vermoedt dat het een archeologische of historische waarde heeft, moet u de werken op de plaats van de vondst staken. "De hele werf moet niet noodzakelijk worden stilgelegd, maar wel de activiteiten op de plek waar iets is aangetroffen", verduidelijkt De Decker. "Daarna moet de vondst zo snel mogelijk gemeld worden." De regelgeving schrijft voor dat dit binnen de drie dagen moet gebeuren. "De melding gebeurt via een online meldingsformulier dat je gewoon op je gsm kan invullen."
Zorg ervoor dat de werf niet toegankelijk is voor buitenstaanders. Als er menselijke resten worden gevonden, moet u bovendien altijd de politie contacteren. "Je kunt niet zomaar uitsluiten dat het niet om een recent overlijden gaat. Dan werken we samen met het parket om uit te maken of het om oude of recente restanten gaat."
Misverstanden
Volgens De Decker zijn er bij aannemers veel misverstanden rond het melden van toevalsvondsten. De grootste is wellicht dat een toevalsvondst automatisch leidt tot een langdurige stillegging van de werf. "In principe hebben we 10 dagen om de vondst op te graven en te registreren, documenteren en fotograferen. Die periode kan verlengd worden tot 30 dagen. Als die periode overschreden is, kan de bouwheer een compensatie aanvragen."
Maar De Decker en zijn collega’s stellen zich pragmatisch op. "Als iemand op een correcte manier een vondst meldt, doen we er alles aan om zo weinig mogelijk hinder op de werf te creëren." Daarbij is in dialoog gaan het sleutelwoord tot succes. "We gaan in gesprek met de aannemer om te kijken wat kan en niet kan. Daarbij zeggen we vaak dat de lokale plaats waar de toevalsvondst is gevonden, moet worden vrijgehouden, maar dat de activiteiten op de rest van de werf wel kunnen herbeginnen. In vele gevallen volstaat bovendien een korte registratie, die op één dag kan worden uitgevoerd."
Wat het moeilijker maakt, is wanneer voorbijgangers een melding hebben gedaan van een toevalsvondst op een bepaalde werf. "Dat betekent dat de aannemer de vondst niet gemeld heeft. Vaak krijgen we dan een reactie dat ze bang waren voor vertraging."
"Wij hebben geen mandaat om een vondst te beschermen"
Ook over de kostprijs heerst er veel verwarring. In Vlaanderen bestaan er namelijk twee systemen voor archeologisch onderzoek. Enerzijds is er het voorafgaande archeologische traject, gekoppeld aan de omgevingsvergunning. Bij grotere of archeologisch gevoelige projecten kan dan een archeologisch vooronderzoek en een archeologienota verplicht zijn. De kostprijs van dat traject is ten laste van de bouwheer. Anderzijds zijn er de toevalsvondsten, bijvoorbeeld omdat het project onder de drempels en criteria bleef of geen vergunning nodig had. In dat geval dekt de Vlaamse overheid de kosten van het onderzoek.
Nog een misverstand is dat een toevalsvondst ertoe kan leiden dat een bouwproject niet meer mag doorgaan. Ook dat klopt volgens De Decker niet. "Wij hebben geen mandaat om een vondst te beschermen. Daar mag nog de schoonste Romeinse villa uitkomen, wij kunnen niet zeggen dat een project niet meer mag worden gerealiseerd."
Archeologie als marketingtroef
De Decker wijst erop dat ontwikkelaars een toevalsvondst ook als marketingstunt kunnen inzetten. "Een toevalsvondst op een werf of in een gebouw dat later wordt verkocht, levert vaak de mooiste vondsten op", zegt hij. Zulke ontdekkingen gaan geregeld gepaard met heel wat publiciteit. "Ontwikkelaars kunnen archeologie gebruiken om in de media te komen, bijvoorbeeld door hun logo zichtbaar op de werf te plaatsen."
Een spraakmakend voorbeeld is de kogge van Doel: een zeilschip van rond 1325 dat in 2000 werd ontdekt tijdens de uitgraving van het Deurganckdok in de Antwerpse haven. De vondst haalde destijds de internationale media.
Verschillen per gewest
Het juridisch kader rond toevalsvondsten wordt in België op gewestelijk niveau geregeld. Daarbij zijn er enkele cruciale verschillen tussen de drie gewesten. In Vlaanderen en Brussel volstaat het om het bevoegde agentschap op de hoogte te brengen van de vondst. In Wallonië moet je daarentegen zowel de gemeente als de Agence wallonne du Patrimoine (AwaP) contacteren binnen de drie werkdagen.
Ook de maximale duur van een werfstilstand verschilt per gewest. In Vlaanderen bedraagt die periode 30 kalenderdagen. In Wallonië loopt die tot 60 dagen, waarbij dagen met slecht weer niet meetellen. In Brussel beslist de overheid zelf hoe lang de werken moeten worden stilgelegd.
In Wallonië worden verdere stappen uiterlijk 15 dagen na het onderzoek van het gevonden object meegedeeld.
Een overeenkomst tussen de drie gewesten is dat het bevoegde agentschap de kosten van het onderzoek van toevalsvondsten draagt.
Sensibilisering
Meer sensibilisering blijft volgens De Decker nodig. Niet alleen omdat de vrees bij aannemers voor vertraging of stilstand nog altijd groot is, maar ook omdat degene die effectief iets op de werf vindt, de regels vaak niet kent. Zeker op werven met veel uitvoerende of anderstalige arbeidskrachten gaat die kennis soms verloren.
De moraal van het verhaal is duidelijk: “Liever één melding te veel dan één te weinig”, klinkt het. Want wie correct meldt, helpt niet alleen mogelijk waardevol erfgoed te documenteren, maar maakt het ook mogelijk om snel, pragmatisch en met zo min mogelijk hinder voor de werf te handelen.

Meer weten of op zoek naar het meldingsformulier?
Sam De Decker (°1976) is archeoloog en werkt als erfgoedonderzoeker bij het agentschap Onroerend Erfgoed van de Vlaamse overheid.
Hij is verantwoordelijk voor archeologische toevalsvondsten in westelijk Vlaanderen.
Contact: sam.dedecker@vlaanderen.be