Hoe verlichting automatisch aansturen?
Een overzicht van de mogelijkheden en installatietips

Verlichting automatisch aansturen is vandaag de dag vanzelfsprekend. Naast schemerschakelaars en schakelklokken, bieden moderne detectoren een nog intelligentere oplossing: zij combineren bewegingsdetectie met een meting van het aanwezige lichtniveau en zorgen er zo voor dat verlichting alleen brandt wanneer dat echt nodig is.
Welke aansturing is nodig?
- Schemerschakelaars zijn de juiste keuze als de verlichting op basis van de omgevingslichtsterkte moet worden in- of uitgeschakeld, bijvoorbeeld bij dageraad of schemering.
- Schakelklokken schakelen de verlichting automatisch in of uit op vooraf ingestelde tijdstippen. Dankzij een geïntegreerde timer kunnen de energiebesparingsperiodes eenvoudig worden geprogrammeerd.
- Detectoren schakelen het licht aan of uit in functie van bewegingsdetectie en de aanwezige hoeveelheid licht (daglicht + kunstlicht) in een ruimte.
De keuze voor detectoren brengt grote energiebesparingen met zich mee, want het licht wordt alleen ingeschakeld wanneer het nodig is.
Hoe werken detectoren?
Er zijn twee belangrijke basistechnologieën volgens dewelke detectoren werken.
Passief infrarood detectoren (PIR-detectoren)
Dit type detectoren reageert op beweging van warmtelichamen. Deze detectoren zenden zelf geen straling uit, maar detecteren een verandering in de aanwezigheid van infraroodbronnen, zoals het menselijk lichaam.
Hoogfrequente (5.8 GHz) (HF-) of radar detectoren
Hoogfrequente detectoren reageren op een veranderlijke frequentie tussen het uitgezonden en ontvangen signaal. Snelle veranderingen in de afstand worden aanzien als beweging. Deze technologie heeft een goede werking bij lage en hoge temperaturen. Daarnaast is detectie door glas, hout en dunne wanden mogelijk. Hierdoor kunnen hoogfrequente detectoren uit het zicht worden ingebouwd, bijvoorbeeld in wanden, verzonken plafonds of verlichtingsarmaturen.
Soorten detectoren
Bewegingsmelders
Wilt u de detectoren inplannen in een lokaal met weinig of geen daglicht, en waar mensen niet langdurig verblijven? Ga dan voor bewegingsmelders. Ze worden bv. gebruikt in bergruimten of donkere gangen.
In bewegingsmelders zijn zowel een PIR-sensor voor bewegingsdetectie als een lichtsensor voor lichtmeting geïntegreerd. Bij detectie van beweging voert deze melder één lichtmeting uit op het moment van de detectie van de eerste beweging. Op basis van de ingestelde luxwaarde, wordt de verlichting al dan niet ingeschakeld.
Wanneer er geen beweging meer is en na het verstrijken van de gekozen nalooptijd (die instelbaar is van enkele seconden tot 15 minuten), schakelt de melder de lampen terug uit. Behalve natuurlijk als er ondertussen een nieuwe beweging wordt vastgesteld. Bewegingsmelders kunnen het energieverbruik van verlichting aanzienlijk verminderen en stellen de gebruikers in staat om hun handen vrij te houden voor andere zaken.
Aanwezigheidsmelders
Plant u detectoren in een lokaal met daglicht (ramen, lichtkoepels,…) en waar mensen langdurig verblijven? Dan zijn aanwezigheidsmelders een goede keuze. Ze worden gebruikt in kantoren, klasruimten, enz.
Bij aanwezigheidsmelders wordt de verlichting aangeschakeld op basis van bewegingsdetectie en de continue meting van het dag- en kunstlicht. Hier is dus sprake van constante lichtmeting.
Wanneer beweging wordt gedetecteerd en de lichtsterkte onder de ingestelde lux-waarde ligt, wordt de verlichting ingeschakeld of in stand gehouden. Schijnt er voldoende daglicht in de ruimte, dan kan het kunstlicht automatisch worden gedimd of worden uitgeschakeld. Dat resulteert in bijzonder hoge energiebesparingen.
Met dimbare aanwezigheidsmelders (analoog 1-10V, DALI, KNX,…) kan verlichting gedimd worden op verschillende niveaus (bv. afhankelijk van het daglicht) of kunnen bepaalde groepen armaturen wel en andere niet worden aan- of uitgeschakeld om het gewenste lichtniveau te verkrijgen of in stand te houden. Op die manier kan kwaliteitsverlichting worden gegarandeerd en maximaal energie worden bespaard.
Zo kan de verlichting worden gedimd op basis van daglicht (= daglichtregeling). Via dimbare drivers, vaak DALI-drivers, wordt de verlichting automatisch bijgeregeld zodat de ingestelde lux-waarde (bv. 500 lux in een kantoor) steeds beschikbaar blijft. Elke led-lamp kan individueel worden gestuurd of er kan gestuurd worden per zone, waardoor de lampen dicht bij de ramen bv. dimmen of uitschakelen als er voldoende zonlicht aanwezig is, terwijl lampen verder van de ramen meer licht geven. Hierdoor kan er optimaal beroep worden gedaan op zonlicht en wordt er energie bespaard zonder comfortverlies.
Sommige aanwezigheidsmelders kunnen ook ingesteld worden als afwezigheidsmelder (= halfautomatische melder). Een niet te onderschatten troef hierbij is dat je het licht gedwongen dient aan te schakelen met een drukknop. Het licht blijft dus uit totdat iemand op de schakelaar duwt bij het binnenkomen. Zo wordt er vermeden dat het licht onbedoeld aanschakelt. Na het inschakelen bewaakt de melder de ruimte. Is er geen aanwezigheid meer, dan gaat het licht automatisch uit. Uitschakeling van de verlichting via de drukknop blijft ook steeds mogelijk.
Extra functionaliteiten
- Om een detectiegebied van een zone uit te breiden kan er een master-slavecombinatie worden gebruikt. Sommige melders bieden de mogelijkheid om twee of drie verlichtingszones te sturen, hebben potentiaalvrije NO-contacten (voor HVAC-aansturing) en drukknopaansluitingen.
- Draadloze detectoren: Er zijn ook draadloze oplossingen mogelijk. Casambi is een draadloos lichtsturingssysteem. Het vervangt de klassieke stuurbekabeling door een draadloos Bluetooth mesh-netwerk. Sensoren, schakelaars en armaturen communiceren draadloos met elkaar via Bluetooth en vormen samen een mesh-netwerk. Er zijn:
- halfgekabelde oplossingen: Sommige detectoren hebben geen stuurkabel nodig, maar wel een voedingsspanning van 230 V.
- volledig draadloze oplossingen: Werken op een batterij en (levensduur van 10 jaar voor een lithiumbatterij) en dus zonder enige bekabeling
Een BLE mesh-netwerk kan makkelijk worden uitgebreid of gewijzigd. De bediening en set-up van instellingen is mogelijk via een smartphone of tablet.
Andere aandachtspunten bij keuze detector
- Welke afmetingen heeft de ruimte? (lxbxh) en waar in de ruimte is detectie nodig?
- Welke uitvoering? Er bestaan vele uitvoeringen, vaak gebruikt zijn plafonddetectoren (met detectiebereik gaande van 9 m tot 24 m diameter en een dekking van 360°), maar ook wandtypes voor gangen, toiletten, enz met een dekking van 180°. Er bestaan ook uitvoeringen voor montage op grote hoogte (14 – 16 meter), bv. voor hoogbouwmagazijnen. Ook melders voor buitentoepassingen (tuin, oprit, carport, fietsenstalling) worden veelvuldig toegepast. Belangrijk is dat de melders zo geplaatst worden dat die het detectiegebied (bv. de werkplek) afdekt.
- Kiest u voor een in- of opbouwmodel?
- Is een bepaalde IP-graad nodig voor stoffige of vochtige ruimtes?
- Zijn er lage of hoge omgevingstemperaturen, of warme en koude luchtstromen (ten gevolge van ventilatieroosters, aircocassettes of warmtebronnen? Hou minimaal 1m afstand en kies voor hoogfrequente detectoren, deze kunnen hier een uitkomst bieden.