Hoe kies je een buitenkraan? Soorten, aansluitingen en tips
Een buitenkraan lijkt een eenvoudige toevoeging aan je woning, maar er zijn verschillende manieren om ze van water te voorzien en ook het type kraan verdient enige aandacht. We zetten de belangrijkste punten op een rij.
Buitenkraan kiezen
Waarom een buitenkraan voorzien?
Een buitenkraan geeft je buitenshuis rechtstreeks toegang tot water. Daardoor hoef je niet telkens met emmers vanuit de woning te sleuren of een tuinslang via een deur of raam naar binnen te leiden.
Een buitenkraan komt onder meer van pas om:
- planten, borders en het gazon water te geven;
- een tuinslang of beregeningssysteem aan te sluiten;
- een emmer of gieter te vullen;
- tuinmeubelen, fietsen of gereedschap schoon te maken;
- het terras of de oprit af te spoelen;
- een hogedrukreiniger aan te sluiten;
- een zwembad of andere waterreservoirs te vullen.
Waarvoor je de kraan wilt gebruiken, bepaalt mee welke aansluiting en welk type kraan geschikt zijn. Voor het besproeien van de tuin, het schoonmaken van het terras of het wassen van de fiets is regenwater prima. Wil je de buitenkraan ook gebruiken om bijvoorbeeld je moestuingroenten te wassen of een buitendouche van water te voorzien, dan gebruik je beter drinkwater.

Hoe voorzie je een buitenkraan van water?
Het primaire doel van je buitenkraan is één ding, anderzijds zijn de beschikbare voorzieningen rond je woning bepalend voor de soort aansluiting. Een doorsnee buitenkraan kan zowel op een drinkwater- als op een regenwaterleiding worden aangesloten.
Aansluiting op het drinkwaternet
De eenvoudigste oplossing is vaak een aftakking van de bestaande drinkwaterleiding in de woning. De leiding wordt (meestal vanaf een collector) door de buitenmuur gevoerd en aangesloten op de buitenkraan.
Het voordeel is dat er vrijwel altijd water onder voldoende druk beschikbaar is. Drinkwater gebruiken om de tuin te besproeien of het terras schoon te maken is echter weinig duurzaam en relatief duur. Heb je regenwater ter beschikking, dan gebruik je dat voor dergelijke toepassingen beter eerst.
Aansluiting op een regenwaterinstallatie
Beschikt je woning over een regenwaterput met pomp en een afzonderlijk regenwaterleidingnet? Dan kan de buitenkraan daarop worden aangesloten. Voor tuinbewatering en schoonmaakwerk is dat een logische keuze.
Belangrijk is dat het regenwaternet volledig gescheiden blijft van het drinkwaternet. Je mag beide systemen dus niet zomaar rechtstreeks met elkaar verbinden. Ook moet duidelijk zijn dat een kraan regenwater en geen drinkwater levert.
Tip: wat als de put leeg is?
Heb je een buitenkraan op regenwater, maar de put is leeg? Dan bestaan er oplossingen om tijdelijk over te schakelen op drinkwater. Dat kan via een omschakelsysteem dat automatisch drinkwater gebruikt wanneer er onvoldoende regenwater beschikbaar is. Een andere mogelijkheid is de put beperkt bijvullen met drinkwater. In beide gevallen moeten regen- en drinkwater correct van elkaar gescheiden blijven: een rechtstreekse verbinding tussen beide leidingnetten is niet toegestaan.

Rechtstreeks via een pomp
Een buitenkraan hoeft niet noodzakelijk deel uit te maken van het leidingnet in de woning. Je kunt bijvoorbeeld ook een grondwaterput of ander reservoir van een pomp voorzien en van daaruit een leiding naar een tappunt buiten leggen.
Let daarbij op de capaciteit van de pomp. Zowel het debiet (hoeveel water ze kan leveren) als de beschikbare druk moet volstaan voor de toepassing. Een gieter vullen stelt bijvoorbeeld andere eisen dan meerdere sproeiers tegelijk laten werken.
Meerdere buitenkranen
Bij een grotere tuin kan het interessant zijn om verschillende tappunten te voorzien. Een kraan aan de achtergevel is niet altijd handig wanneer je ook water nodig hebt in de voortuin, aan een tuinhuis of achteraan bij de kippen. Denk daar bij een renovatie of tuinaanleg vooraf over na. Zo vermijd je lange tuinslangen die voortdurend door de tuin moeten worden uitgerold.
Tip: afvoerzone
Voorzie eventueel een afvoerzone onder je buitenkraan. Onder een vaak gebruikte buitenkraan kan de bodem snel modderig worden. Grind, bestrating of een kleine afvoer voorkomt dat water tegen de gevel blijft staan.
Soorten buitenkranen
Niet elke buitenkraan is hetzelfde. Naast de klassieke gevelkraan bestaan er uitvoeringen die specifiek bedoeld zijn voor vorstbescherming, intensief gebruik of een vrijstaande plaatsing.

Klassieke gevelkraan
De bekendste uitvoering is een eenvoudige tapkraan die rechtstreeks tegen de gevel wordt gemonteerd. Vaak heeft de uitloop schroefdraad waarop je een slangstuk of snelkoppeling voor een tuinslang kunt bevestigen. Dit type is eenvoudig en relatief goedkoop. Het belangrijkste aandachtspunt is de winter.
Hoe maak je een klassieke gevelkraan winterklaar?
Een klassieke buitenkraan moet je vóór de vrieskou vorstbestendig maken door de watertoevoer binnen af te sluiten en de leiding naar de buitenkraan leeg te laten lopen.
Heb je een collectorsysteem waarbij de buitenkraan een eigen leiding vanaf de collector heeft? Dan kun je die leiding eenvoudig aan de collector afsluiten. Bij een klassiek leidingsysteem, of wanneer één leiding vanaf een collector meerdere aftappunten inclusief de buitenkraan voedt, voorzie je op de aftakking naar de buitenkraan het best een stop- en aftapkraan (uiteraard op een vorstvrije plaats).
Sluit eerst binnen de watertoevoer naar de buitenkraan af en open vervolgens de buitenkraan tot er geen water meer door loopt. Via de aftapmogelijkheid kan het resterende water uit de leiding weg, zodat het bij vorst niet kan bevriezen, uitzetten en schade veroorzaken. Zodra de leiding leeg is, kun je de buitenkraan weer sluiten.

Vorstvrije buitenkraan
Tegenwoordig zijn heel wat buitenkranen vorstvrij. In tegenstelling tot een klassieke buitenkraan, waarbij het afsluitmechanisme zich buiten in het kraanhuis bevindt, zit de eigenlijke afsluiting van een vorstvrije buitenkraan verder naar binnen, aan de warme zijde van de muur.
Na het dichtdraaien loopt het water uit het buitenste gedeelte automatisch weg. Daardoor kan de kraan nog even nadruppelen na het afsluiten. Dat is normaal: zo blijft er geen water achter dat bij vorst kan bevriezen en schade veroorzaken.
Dat verkleint het risico op vorstschade aanzienlijk. De kraan moet daarvoor wel correct worden gemonteerd, onder meer zodat ze daadwerkelijk kan leeglopen. 'Vorstvrij' betekent dus niet dat een foutieve plaatsing geen problemen kan veroorzaken.

Buitenkranen met sleutel of afneembare bediening
Wil je vermijden dat anderen zomaar water kunnen aftappen, dan bestaan er kranen die met een sleutel of afneembare knop worden bediend. Dat kan interessant zijn aan de voorgevel of op een voor ongenodigden gemakkelijk toegankelijke plaats.
Vrijstaand tappunt
Een buitenkraan hoeft niet tegen de woning te zitten. Met een waterzuil of vrijstaand tappunt kun je water voorzien waar je het daadwerkelijk nodig hebt, bijvoorbeeld bij een terras, moestuin, tuinhuis of verderop in een grote tuin. Zo hoef je niet telkens een lange tuinslang vanaf de gevel uit te rollen. Omdat waterzuilen in verschillende materialen en uitvoeringen bestaan, kunnen ze bovendien als designelement in de tuin worden geïntegreerd.
De waterleiding loopt daarbij doorgaans ondergronds naar het tappunt. Besteed bij de aanleg voldoende aandacht aan de bescherming en vorstbestendigheid van zowel de leiding als het tappunt zelf. Afhankelijk van de uitvoering moet je de watertoevoer vóór de winter kunnen afsluiten (ook weer idealiter binnen) en het bovengrondse gedeelte kunnen ledigen
Tip: aan de regenton
Er bestaan ook kranen die specifiek als regentonkraan worden verkocht, maar dat is een andere categorie: die zijn ontworpen om rechtstreeks op een regenton te monteren en hebben bijvoorbeeld een aangepaste doorvoer.
Andere aandachtspunten bij de keuze van een buitenkraan
De vorstbestendigheid van een buitenkraan is vaak een van de primaire aandachtspunten, maar daarnaast houdt je bij de keuze van je buitenkraan ook rekening met de volgende zaken.

De aansluitmaat
Controleer zowel de aansluiting aan de leidingzijde als die aan de uitloop. Bij buitenkranen zijn aansluitmaten van 1/2" (ongeveer 13 mm binnendiameter) en 3/4" (ongeveer 19 mm binnendiameter) gangbaar. Aan de uitloop is 3/4" een veelgebruikte maat, waarop je met een passend kraanstuk eenvoudig een snelkoppeling voor een tuinslang kunt aansluiten.
Het materiaal
De meeste klassieke buitenkranen zijn gemaakt van messing, een stevig en corrosiebestendig materiaal dat goed geschikt is voor buitengebruik. Messing kan onbehandeld blijven of voorzien zijn van een verchroomde of vernikkelde afwerking, die het oppervlak extra beschermt en de kraan een andere uitstraling geeft.
Ook inox buitenkranen bestaan: die zijn zeer goed bestand tegen corrosie en worden vaak gekozen om hun strakkere uiterlijk, maar zijn doorgaans duurder.
Let niet alleen op het materiaal van het kraanhuis. Ook de kwaliteit van de afsluiter, dichtingen en bediening bepaalt hoe duurzaam de kraan is en hoe lang ze lekvrij blijft.

De bediening
Een klassieke draaiknop is eenvoudig en vertrouwd. Een hendel laat zich sneller openen en sluiten, terwijl een kraan met sleutel ongewenst gebruik kan tegengaan. Denk dus ook na over waar de kraan komt en wie erbij kan.
Slangaansluiting
Gebruik je bijna altijd een tuinslang? Kies dan een kraan waarop je eenvoudig een kraanstuk voor een kliksysteem kunt monteren. Veel gangbare tuinslangsystemen werken volgens hetzelfde principe en zijn vaak onderling compatibel. Controleer wel of de aansluitmaat van het kraanstuk overeenkomt met die van de uitloop van de kraan. Bij sommige buitenkranen wordt zo'n kraanstuk overigens standaard meegeleverd.
Debiet en druk
Voor de meeste toepassingen volstaat een standaard buitenkraan. Wil je veel water tegelijk kunnen afnemen, bijvoorbeeld voor een beregeningssysteem, kies dan een kraan met voldoende doorlaat en een aansluitmaat die daarop is afgestemd.
Houd er rekening mee dat het uiteindelijke debiet weinig afhankelijk is van de kraan, maar vooral wordt bepaald door de waterdruk, de toevoerleiding en, bij regenwater, de capaciteit van de pomp. Voor gewoon aftappen volstaat doorgaans een leiding met een binnendiameter van ongeveer 12 à 13 mm, zoals een meerlagenbuis van 16 mm buitendiameter. Wil je een hoger debiet, dan kan een grotere leiding aangewezen zijn, bijvoorbeeld een meerlagenbuis van 20 mm.