Regenwaterregels bij (ver)bouwen: opvang, hergebruik en infiltratie
Met periodes van aanhoudende regen en lange droogtes wordt slim waterbeheer steeds belangrijker. Wateroverlast en waterschaarste moeten worden beperkt door regenwater zoveel mogelijk ter plaatse te houden en het hergebruik en de aanvulling van het grondwater te stimuleren. We geven mee wat dit inhoudt en wat de invloed is op jouw verbouwproject.

Vlaanderen: de gewestelijke hemelwaterverordening
In Vlaanderen geldt de gewestelijke hemelwaterverordening, een regelgeving die bepalingen oplegt bij bouw- en verbouwprojecten. Ze is van toepassing voor particuliere (ver)bouwers, architecten en gemeentes en heeft als doel het duurzaam beheren van regenwater. Door regenwater zoveel mogelijk lokaal op te vangen, te hergebruiken, te infiltreren of gecontroleerd af te voeren, wil de overheid wateroverlast, verdroging en overbelasting van de riolering tegengaan.
De verordening volgt daarbij een duidelijke logica: eerst hergebruiken, dan infiltreren, pas in laatste instantie bufferen en afvoeren.
Wanneer is de hemelwaterverordening van toepassing?
De hemelwaterverordening is voor particulieren van toepassing bij het bouwen, herbouwen of uitbreiden van gebouwen waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Daarnaast geldt ze ook bij heraanleg of verharding van terreinen boven een bepaalde oppervlakte. Concreet gaat het onder meer om:
- nieuwbouwprojecten;
- ingrijpende verbouwingen;
- uitbreidingen van bestaande gebouwen;
- aanleg of heraanleg van verhardingen zoals opritten en terrassen.
De verordening legt duidelijke aansluitverplichtingen op: alle daken moeten worden aangesloten op een regenwaterput, infiltratie- of buffervoorziening. Ook verhardingen moeten waar mogelijk worden afgekoppeld van de riolering en lokaal worden verwerkt. Alleen wanneer dit technisch niet haalbaar is, kan een uitzondering worden toegestaan.
De exacte verplichtingen hangen af van de aard en de omvang van het project, de verharde oppervlakte en de locatie (bijvoorbeeld of het perceel in een overstromingsgevoelig gebied ligt). Houd er ook rekening mee dat gemeenten/provincies strengere regels kunnen hanteren dan de gewestelijke basisregels. Informeer je dus altijd eens bij de gemeente voor je de werken start.

Regenwaterputten: volumes en verplichtingen
Een belangrijk onderdeel van de hemelwaterverordening is de verplichting tot het voorzien van een regenwaterput bij bepaalde projecten. Regenwater moet maximaal worden opgevangen en hergebruikt, bijvoorbeeld om het toilet door te spoelen, voor wasmachines, schoonmaak of tuinirrigatie. Bij nieuwbouw, renovatie met werken aan afwatering of een uitbreiding met een dakoppervlakte ben je verplicht om een regenwaterput te voorzien.
Minimale capaciteit
De vereiste minimale inhoud van de regenwaterput van een gezinswoning is afhankelijk van de totale dakoppervlakte die erop aangesloten wordt. Het verplichte minimum aan opslagcapaciteit is 5.000 l. Bedraagt je dakoppervlakte meer dan 80 m², dan moet je minstens 7.500 l opvangen. Voor een dak van meer dan 120 m² is een regenput van minstens 10.000 l nodig, en voor een dakoppervlak van meer dan 200 m², moet je rekenen op 100 l per m².
Een regenput moet daarnaast ook voorzien zijn van een overloop, die verbonden is met een regenwaterinfiltratievoorziening (zoals een infiltratiekrat of -put, of een wadi).
Wat met bestaande regenwaterputten?
Een bestaande regenwaterput mag behouden blijven indien:
- de inhoud minstens gelijk is aan het vereiste minimale volume volgens de dakoppervlakte;
- de put functioneel bruikbaar is;
- het regenwater effectief wordt hergebruikt;
- de aansluiting correct gebeurt (met voorfilter, overloop naar infiltratie of buffering).
Als de bestaande put te klein is, kan eventueel een bijkomende put worden geplaatst, of kan de bestaande put worden uitgebreid, zolang het totale volume voldoet aan de norm.
Infiltratievoorzieningen: systemen, oppervlakte en verplichtingen
Naast hergebruik via een regenwaterput legt de hemelwaterverordening ook sterk de nadruk op infiltratie van hemelwater in de bodem. Infiltratievoorzieningen zorgen ervoor dat regenwater ter plaatse in de ondergrond kan doordringen, wat bijdraagt aan de aanvulling van het grondwater en het verminderen van piekafvoeren.
Wanneer is infiltratie verplicht?
Infiltratie is in principe de standaard bij (ver)bouwen en (her)aanleg van verharding, Sowieso is infiltratie verplicht bij:
- nieuwbouwprojecten (volledige nieuwbouw of sloop- en heropbouw),
- ingrijpende renovaties waarbij de waterhuishouding wordt gewijzigd,
- (her)aanleg of uitbreiding van verhardingen (zoals oprit, terras, tuinpad) als de afwaterende oppervlakte hierdoor toeneemt.
Je moet dus infiltratievoorzieningen voorzien zodra je hemelwater niet meer vanzelf en voldoende op eigen terrein kan infiltreren. Op het infiltratiesysteem moet de overloop van de regenwaterput uitkomen, alsook de afvoeren van terrassen en opritten en groendaken.
Uitzondering kunnen zijn: erg kleine percelen (totaal < 120 m²) en percelen wanneer je gemotiveerd kan aantonen dat het technisch niet kan.
Oppervlakte van de infiltratievoorziening
Hoe groot moet een infiltratievoorziening zijn? De infiltratie-oppervlakte moet minstens 8% van de afwaterende oppervlakte bedragen. Onder afwaterende oppervlakte wordt verstaan: alle verharde en overdekte oppervlakken die niet rechtstreeks in de bodem infiltreren, dus daken, opritten en terrassen. Je mag bij de berekening van de afwaterende oppervlakte soms wel een aantal vierkante meters van de werkelijke oppervlakte aftrekken.
Als er bijvoorbeeld een correct gedimensioneerde regenwaterput aanwezig is, mag je 30 m² per wooneenheid aftrekken. Is er een groendak? Dan wordt daarvoor de helft van de dakoppervlakte meegerekend in de afwaterende oppervlakte, als het groendak een minimale buffercapaciteit heeft van 50 l/m².
Tip
Als je werkt met een waterdoorlatend materiaal, wordt je oprit of tuinpad niet als verharding meegeteld indien de hellingsgraad niet meer is dan 5%. Tot voor kort moest je in dit geval ook een goot of aansluiting op een infiltratievoorziening voorzien onderdaan de helling, maar nu is ook dat niet meer verplicht.

Systeem afhankelijk van tuinoppervlakte
De hemelwaterverordening legt in de eerste plaats een bovengrondse infiltratie op. Dan moet er worden gewerkt met wadi's of waterdoorlatende verhardingen. Als dat niet binnen de mogelijkheid past (bijvoorbeeld voor tuinen van minder dan 100 m² en smaller dan 6 m breed), kan je een afwijking aanvragen voor een ondergronds infiltratiesysteem, bijvoorbeeld met infiltratiekratten.
Als je tuin kleiner is dan 100 m², kan je in de plaats van een infiltratiesysteem er ook voor kiezen om minstens de helft van je dakoppervlakte als groendak laten uitvoeren. Als je tuin kleiner is dan 50 m² wordt je zonder meer vrijgesteld van infiltratie. In beide gevallen moet je wel een uitzondering aanvragen op deze regelgeving.
Grondwatermetingen
Als je bovengronds gaat infiltreren, dan wordt ervan uitgegaan dat het hoogste grondwaterpeil 50 cm diep ligt en kan je maximaal tot die diepte bovengronds infiltreren. Als je dieper wil gaan op een oppervlakte groter dan 1.000 m², moet je met een verplichte meting aantonen dat de grondwaterstand dieper ligt dan je infiltratie.
Wat als infiltratie niet mogelijk is?
En wat als infiltratie om technische redenen niet mogelijk is? Als de afwaterende oppervlakte groter of gelijk is aan 1.000 m², moet er een buffervoorziening komen die regenwater vasthoudt (en bij voorkeur vertraagd afvoert), omdat infiltratie niet mogelijk is. Het buffervolume moet 43 l/m² bedragen (van de in rekening te brengen afwaterende oppervlakte) met een maximaal lozingsdebiet van 5 l/s/ha.
Bij afwaterende oppervlakten kleiner dan 1.000 m² voorziet de verordening géén automatische verplichting tot buffering wanneer infiltratie technisch niet haalbaar is. Dat betekent soms dat rechtstreekse lozing naar het hemelwaterstelsel (RWA) is toegestaan, maar niet zomaar. Je moet in je vergunningsaanvraag aantonen waarom infiltratie niet mogelijk is en dan kan de vergunningverlener goedkeuren dat buffering niet nodig is of een alternatieve maatregel opleggen (zoals vertraagde lozing).

Brussel en Wallonië
Regenwaterbeheer volgens de Brusselse regelgeving
Ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het uitgangspunt dat regenwater zo veel mogelijk op het perceel zelf moet worden beheerd. De Brusselse regels gelden eveneens bij nieuwbouw, ingrijpende renovaties, uitbreidingen van bestaande gebouwen en de aanleg of heraanleg van verhardingen zoals terrassen en opritten. Bij vergunningsplichtige werken moet altijd worden aangetoond hoe het regenwater wordt beheerd.
Regenwater opvangen en hergebruiken
In Brussel wordt, net als in Vlaanderen, sterk ingezet op opvang en hergebruik van regenwater met regenwaterputten. De vereiste capaciteit hangt af van de grootte en het type van het gebouw en wordt geval per geval beoordeeld binnen de vergunningsprocedure. De minimuminhoud van de regenput moet minstens 33 l per m² horizontaal dakoppervlak bedragen.
Een groendak hoef je niet mee te tellen in de berekening wanneer de substraatlaag dikker is dan 10 cm en het een minimale buffercapaciteit heeft van 8 l/m².
Infiltratie, buffering en afvoer
Waar de bodem en de beschikbare ruimte het toelaten, moet regenwater infiltreren in de bodem. Door de sterk verstedelijkte context is dat echter niet altijd mogelijk. Daarom laat de Brusselse regelgeving ook toe om regenwater tijdelijk te bufferen en het daarna vertraagd af te voeren naar het hemelwaterstelsel (RWA).
Groendaken spelen in Brussel een belangrijke rol in het regenwaterbeheer: ze houden regenwater tijdelijk vast en beperken de piekafvoer naar de riolering. Ze zijn in bepaalde gevallen stedenbouwkundig verplicht (bijvoorbeeld voor grotere platte daken volgens de regionale stedenbouwkundige regels) en worden in andere situaties sterk aanbevolen als onderdeel van duurzaam water- en klimaatbeheer.
Regenwaterbeheer volgens de Waalse regelgeving
In Wallonië wordt het beheer van regenwater geregeld via het Code de l’Eau en aanvullende gewestelijke en gemeentelijke bepalingen. Net als in Vlaanderen en Brussel ligt de focus op een duurzaam en lokaal beheer van hemelwater.
De Waalse regels gelden ook bij nieuwbouwprojecten, renovaties met impact op daken of verhardingen, uitbreidingen van gebouwen en aanleg van nieuwe verhardingen. Concrete verplichtingen kunnen verschillen naargelang de gemeente, maar de algemene principes zijn gewestelijk vastgelegd.
Regenwater hergebruiken
In Wallonië wordt het opvangen en hergebruiken van regenwater sterk aangemoedigd. Bij nieuwbouw is een regenwaterput vaak verplicht, zeker wanneer het gebouw beschikt over sanitaire installaties waarvoor regenwater kan worden gebruikt. Het hergebruik van regenwater voor toiletten, wasmachines en buitengebruik wordt gezien als een logische eerste stap om drinkwater te besparen.
Infiltratie en vertraagde afvoer
Waar mogelijk moet regenwater infiltreren op eigen terrein, bijvoorbeeld via infiltratiezones, greppels of waterdoorlatende verhardingen. Als infiltratie technisch niet haalbaar is, kan worden gewerkt met buffervoorzieningen of een vertraagde lozing naar het hemelwater- of oppervlaktewatersysteem.
Ook in Wallonië wordt steeds meer aandacht besteed aan groendaken en natuurlijke oplossingen, zeker bij grotere projecten of in overstromingsgevoelige zones.
