VerfspuitapparatenPremium

SPUITTECHNISCH

VOORWAARDEN
Verspuitbare verf

Ongeacht welke machine of welk type systeem, de belangrijkste voorwaarde is dat alles perfect proper is voor gebruik. Op die manier kunnen veel problemen voorkomen worden. Daarnaast is het belangrijk het gekozen toestel te kennen en te weten met welk product er gewerkt moet worden en wat diens eigenschappen zijn. In principe is alles verspuitbaar, zolang het vloeibaar is en er geen zand of vaste bestanddelen in zitten. Er mogen ook geen bindmiddelen inzitten die leiden tot spetteren of klonteren. Tegenwoordig proberen fabrikanten hun producten echter specifiek aan te passen (vooral qua viscositeit), zodat ze verspuitbaar zijn.

VERFKEUZE

Bij het kiezen van de juiste verf moet er rekening gehouden worden met klassieke zaken zoals de omstandigheden waarin geverfd wordt (denk aan temperatuur of luchtvochtigheid), wat voor ondergrond geverfd moet worden, aan welke vereisten de uiteindelijke verffilm moet voldoen etc. Met andere woorden, zaken die vaak ook bij het klassieke verven van toepassing zijn en terug te vinden zijn op de technische fiche. Elke soort machine heeft echter een soort verf waarmee ze beter matcht. Zo wordt de conventionele manier van verspuiten en de HVLP vooral gebruikt voor alles wat solventeus is. Watergedragen lakken kennen, bijvoorbeeld, meestal een te lage viscositeit om verspoten te worden via HVLP. Airless- en airmixtoestellen werken in principe met alle vloeistoffen, zolang de juiste viscositeit en druk gebruikt worden. Hiermee kunnen watergedragen lakken, bijvoorbeeld, wel verspoten worden.

DRUK EN VERDUNNING BEPALEN

Eenduidig aanduiden wanneer welke druk en verdunning gebruikt moeten worden, is moeilijk. Beide factoren zijn namelijk sterk onderhevig aan enkele omstandigheden:
• Samenstelling van de verf;
• Vermogen van het gebruikte toestel;
• Temperatuur van de werf en verf;
• Luchtvochtigheid op de werf.
Zo is de te gebruiken druk sterk variabel in functie van temperatuur en luchtvochtigheid, waardoor hetzelfde product op de ene werf verdund zal moeten worden en op de andere niet. De aanvangsdruk is een factor die van belang is, maar aangezien er per meter slang 1 bar druk verloren gaat, is ook deze factor afhankelijk van de lengte en de diameter van de gebruikte slang, en kan die dus variëren van werf tot werf. Qua verdunning wordt bij de meeste verven aangeraden te beginnen met 5% verdunning en, indien nodig, op te schalen tot 10%. Tegenwoordig is het echter niet altijd nodig om te verdunnen, omdat fabrikanten producten ontwikkelen die specifiek gemaakt zijn om te verspuiten. Controleer zeker steeds de technische fiche voor eventuele informatie of tips in verband met deze twee factoren.

atelierTECHNISCHE FICHE

De informatie die terug te vinden is op zo’n technische fiche van een verf (of op de website van de fabrikant), is meestal beperkt. Dat komt vooral omwille van de variabiliteit van de (bovenstaande) omstandigheden waarin verspoten moet worden. Wat wel op de technische fiche terug te vinden is in verband met het verspuiten van de verf, zijn de best gebruikte hoek en opening qua spuittip. Soms kan er ook een indicatie gegeven worden van de te gebruiken druk of de nodige verdunning. Andere gegevens zoals onder andere de laagdikte of de droogtijd gelden evenzeer voor het verspuiten van verf als voor het klassiek verven met borstel of rol.

 

MANIER VAN WERKEN

Een toch wel belangrijk verschil tussen het klassieke verven met borstel of rol en het verspuiten van verf is de volgorde waarin dat gebeurt. Eerst en vooral moet op voorhand beslist worden of verspuiten een optie is, zodat er geen tijd en kosten verloren gaan. Zodra dat besluit genomen is, moet de gedachtegang van de schilder omgedraaid worden. Bij het verspuiten van verf wordt het best eerst het lakwerk gedaan (van bijvoorbeeld de plinten, ramen, deuren etc.), omdat de nevel die hiervan mogelijk op de muren of het plafond terechtkomt, toch overschilderd wordt. Zodra dat droog genoeg is, wordt dat afgeplakt en kunnen de muren gedaan worden. Indien er met meerdere kleuren gewerkt wordt, wordt het best begonnen met de muren omdat die makkelijker af te plakken zijn dan het plafond. Ten slotte kan het plafond afgewerkt worden.

VERSPUITEN ZELF

Bij het verspuiten van verf is het belangrijk om steeds een gelijke afstand te behouden ten opzichte van de te verven ondergrond (circa 30 cm), een overlap te creëren tussen lagen en het pistool gelijkmatig te bewegen, omdat de snelheid bepalend is voor de laagdikte. Er zijn echter wel degelijk verschillen tussen het verspuiten met of zonder lucht. Bij het verspuiten onder lage druk met lucht moet er gewaaierd worden. Het pistool wordt opengetrokken, de verf wordt aangebracht op de ondergrond en het pistool moet uitgezwaaid worden. Bij airless (en airmix) verspuiten is het belangrijk om altijd loodrecht op de ondergrond te proberen te blijven, de trekker van het pistool over te halen en los te laten tijdens de beweging en niet uit te zwaaien.

Proef ons gratis!Word één maand gratis premium abonnee en ontdek
alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • checkwekelijkse nieuwsbrief met extra tips en exclusieve content
  • checkvolledig toegang tot het digitaal archief
  • checkonbeperkt toegang tot 3.000 bouwinstructies
  • checkonbeperkt toegang tot 1.400 instructievideo's
Heeft u al een abonnement? Klik hier om aan te melden
Registreer je gratis

Al geregistreerd of abonnee?Klik hier om aan te melden

Registreer voor onze nieuwsbrief en behoud de mogelijkheid om op elk moment af te melden. Wij garanderen privacy en gebruiken uw gegevens uitsluitend voor nieuwsbriefdoeleinden.
Geschreven door Laurence Blondeel

Meer weten over

Word één maand gratis premium abonnee en ontdek
alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
In dit magazine