Europa's grootste bioraffinaderij PIONIERT IN DUURZAAMHEID
Alco Energy Rotterdam wil tegen 2030 klimaatneutraal zijn

Als bioraffinaderij verwerkt Alco Energy Rotterdam grondstoffen - voornamelijk maïs uit omliggende landen - tot een aantal hoogwaardige producten. In het Europoort-havengebied beschikt het bedrijf over de grootste bio-ethanolinstallatie in Europa en daarnaast produceert men hier ook eiwitrijk veevoeder. Bijproducten van deze processen zijn biogene CO2 en elektriciteit, met duurzaamheid als 'groene draad'. Tijdens een persbezoek spraken de bedrijfsleiders hun ambities uit om tegen 2030 volledig klimaatneutraal te zijn.
Alcogroup
Alco Energy Rotterdam maakt sinds 2016 deel uit van de Belgische Alcogroup, die wereldwijd actief is en vandaag productie- en verkoopsites heeft op alle continenten. De (bio)-ethanol van Alco komt terecht in verschillende sectoren; van cosmetica tot farmaceutica, biochemie, voeding en drank.
De Nederlandse plant in het Europoort-havengebied werd opgericht in 2010, met een originele verwerkingscapaciteit van 480.000 m3/jaar. Na een reeks energie-efficiëntieverbeteringen en capaciteitsuitbreidingen in de voorbije jaren, ligt die momenteel zo'n 50% hoger; op 700.000 m3/jaar.

Daarmee is het bedrijf een van de grootste spelers in dit havengebied: 10% van de agri-bulk verloopt via hun steiger. Zo'n 130 medewerkers zijn in vast verband werkzaam op deze site, maar het aantal contractoren voor onderhoud, transport enz. ligt vijf keer zo hoog.
"Toen we de fabriek in Rotterdam kochten, verkeerde die in financiële moeilijkheden en was die niet duurzaam. Na vele inspanningen op het vlak van innovatie en efficiëntie, zijn we trots dat deze bioraffinaderij niet alleen de grootste in zijn soort is, maar ook de groenste van Europa", stelt Alco-CEO Charles-Albert Peers.
Vier producten
De hoofdactiviteit van Alco Energy Rotterdam is de productie van bio-ethanol, vertrekkend van het zetmeel uit maïskorrels die niet bestemd zijn voor humane consumptie. De proteïnen uit die maïs worden dan weer verder verwerkt tot diervoeder - DDGS, Dried Distillers Grains with Solubles - voor rundvee, varkens of pluimvee. Bijproducten van deze processen zijn groene CO2 en elektriciteit.
"Deze bioraffinaderij is niet alleen de grootste in zijn soort, maar ook de groenste van Europa"
Zo zijn er in totaal vier bedrijfsactiviteiten, die stuk voor stuk inzetten op duurzaamheid. Goed voor een totale broeikasgasreductie van maar liefst 95% ten opzichte van de productie van traditionele, fossiele brandstof; ook al doordat de aangewende maïs CO2 absorbeert.
Bio-ethanol

"Met een productiecapaciteit van meer dan 650 miljoen liter per jaar is dit de grootste bio-ethanolinstallatie in Europa", weet plantmanager Robine Koning.
"Hiervoor vertrekken we dus van het zetmeel - of in feite suiker - uit maïskorrels, die we na het vermalen en het mashproces gaan fermenteren, distilleren en dehydrateren. De zo verkregen 99,8% zuivere ethanol wordt voornamelijk vermengd met benzine, als biobrandstof voor voertuigen, of dient voor de productie van ETBE (Ethyl-tert-butylether)."
DDGS
Wat overblijft na de distillatiestap, is een eiwitrijk mengsel, dat gedroogd wordt tot hoogwaardig veevoeder. Dit voor een compleet andere markt, dus.
"Zo produceren we hier jaarlijks 450.000 ton eiwitrijk veevoeder, uit diezelfde maïskorrels. Die verwerken we, omdat de suiker in de maïs niet wenselijk is voor het vee. Na de vertering wordt dit immers uitgestoten als CH4, CO2 en N2O, wat schadelijke broeikasgassen zijn. De eiwitten daarentegen willen we graag behouden, of zelfs verrijken", legt Koning uit.
Behalve bij klanten – veevoederbedrijven – in heel West-Europa, komen de pellets ook terecht bij de Floating Farm, iets verderop in Rotterdam. Dit is de allereerste drijvende boerderij ter wereld, die volop inzet op circulariteit.

Waarom maïs als biomassa? "Voor andere biobrandstoffen wendt men dikwijls soja of palmolie aan als grondstof, en ook voor veevoeder is soja de ultieme eiwitbron. Dit vanuit Zuid-Amerikaanse landen tot hier importeren, zou echter een zware belasting betekenen voor het milieu. Daarom kiezen wij voor gmo-vrije Europese maïs, uit duurzaamheidsoverwegingen dus", reageert de plantmanager. "Bovendien creëren we dankzij de proteïnen in de maïs een belangrijke extra inkomstenbron, die we niet zouden hebben indien we biomassareststromen zouden opwaarderen."
"We halen het maximale uit de maïskorrel, zowel voor het wegtransport als de land- en tuinbouw"
Biogene CO2
Bij de fermentatie zet de gist de suikers om in alcohol en CO2. Het gaat hier om 'groene' CO2 en daarvan wordt er jaarlijks 300.000 ton afgevangen. "Dit voeren we via een ondergrondse pijpleiding naar nabijgelegen glastuinbouwbedrijven, waar het gas nodig is voor de teelt van bijvoorbeeld tomaten of paprika's. Daarnaast verkopen we deze CO2 bijvoorbeeld ook aan de dranken- en voedingsindustrie", weet Rob Vierhout, VP Public Affairs & Communications bij Alco.
Dit is hier een duurzamer alternatief voor de fossiele variant uit aardgas, wat eveneens bijdraagt aan het hoge broeikasgasreductiecijfer van het bedrijf.
Elektriciteit
Tot slot maakt het bedrijf ook gebruik van een gasturbine, die de stoom van het distillatieproces herwaardeert om elektriciteit te produceren. Zo wekt de fabriek meer dan 60 MW aan relatief schone energie op, waarmee ze zo'n 75.000 huishoudens van elektriciteit kan voorzien.
Richting klimaatneutraliteit
Met de productie van bio-ethanol levert Alco Energy Rotterdam hernieuwbare brandstof voor auto’s en vrachtwagens, en is het zelfs mogelijk om hiermee schepen en vliegtuigen te vergroenen. Van het eiwit dat vrijkomt bij de productie van bio-ethanol wordt hoogwaardig veevoer geproduceerd. Dat is beter voor het milieu én handig voor de boer, want deze hoeft zo geen soja te importeren uit verre landen. Daarnaast komt er bij de productie van bio-ethanol groene CO2 vrij. Deze groene CO2 wordt opgevangen en ingezet als vervanging van fossiele CO2 in onder andere de glastuinbouwsector. En zo zijn er nog talloze voorbeelden en innovatietrajecten waarmee Alco Energy Rotterdam bijdraagt aan klimaatneutraliteit.
Verdere ambities
Zoals bekend, moet de CO2-uitstoot in 2030 met 55% omlaag in Europa. Daarbij wordt vooral gekeken naar het wegtransport, waar de uitstoot de jongste jaren niet is verminderd, maar juist is toegenomen. Bio-ethanol is hier een mogelijke oplossing in de reductiedoelstellingen.

"De switch naar volledig elektrische wagens komt eraan, maar het is nog maar de vraag wanneer. In tussentijd zal ons wagenpark dus grotendeels aangedreven blijven door verbrandingsmotoren; zij het dan wel met meer duurzame, hernieuwbare brandstoffen", voorspelt Peers.
"Voor deze toepassing zien wij de vraag naar bio-ethanol momenteel dus fors toenemen, waarbij wij nu al overgaan van de E10- naar de meer duurzame E20-norm. Tegen 2025 willen we klimaatneutrale ethanol produceren, waarvoor we dan dus evenveel CO2 capteren als we uitstoten. Sterker zelfs: we streven ernaar om tegen 2030 een volledig CO2-vrije bioraffinaderij te zijn en hier klimaatpositieve bio-ethanol te produceren, als eersten in de sector. Dit door nog minder energie te verbruiken en door grote delen van onze installatie te laten draaien op groene elektriciteit, in plaats van aardgas."
Innovaties

Daarmee verscherpt het bedrijf dus de EU-doelstelling om tegen 2050 een klimaatneutraal bedrijf te zijn. En de ambities reiken nóg verder, zo blijkt uit de toekomstige projecten en investeringen die hier op til staan. "Naarmate de elektrificatie van het wagenpark wordt voortgezet, valt te verwachten dat de vraag naar ethanol de komende jaren zal afnemen. Daarom willen we dus inzetten op verdere diversificatie, met nieuwe producten en nieuwe toepassingen voor onze bestaande producten", aldus de CEO.
"Zo willen we de biogene CO2 inzetten om zowel in onze plant in Gent als hier e-fuel aan te maken, als combinatie van groene CO2 en waterstof. Die dient dan niet alleen voor de aandrijving van auto's en vrachtwagens, maar ook voor vliegtuigen. Daarvoor mikken we op een totale capaciteit van 300.000 ton per jaar. Daarnaast willen we de bio-ethanol inzetten als grondstof voor de productie van nog meer 'groene' chemicaliën", klinkt het nog.
Met die voortrekkersrol onderstreept Alco Energy Rotterdam dus meer dan ooit zijn ambities om een duurzame pionier te blijven in Europa, als voorbeeld voor de hele sector. De fabriek in de Gentse haven geldt daarbij als proeftuin voor deze procesinnovaties, om die vervolgens op grotere schaal in Rotterdam te implementeren.