Hoe innoveren we naar een CO2-neutrale toekomst?
De energietransitie: uitdagingen en oplossingen voor de voedingsindustrie

De voedingsindustrie staat voor een grote uitdaging: de overstap naar een CO2-neutrale toekomst. Met een nettonuluitstoot in 2050 heeft Europa duidelijke doelstellingen vastgelegd. Hoe kunnen voedingsbedrijven die transitie realiseren zonder in te boeten op productkwaliteit en economische haalbaarheid? Lars Roba, innovatiemanager bij Flanders’ FOOD, legt uit hoe innovatie en samenwerking de sleutel vormen tot een succesvolle energietransitie. Hij licht de vier kerntrajecten toe die binnen het project Rethink Energy 4 Food centraal staan.
'Diepgaande herziening van voedingsprocessen'

Roba: "De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen brengt steeds grotere risico’s met zich mee. De uitputting van deze bronnen bedreigt op termijn een stabiele energievoorziening. Daarnaast zorgen geopolitieke spanningen voor stijgende gasprijzen, wat de concurrentiepositie van Europese voedingsbedrijven onder druk zet. Bovendien moeten we de uitstoot van broeikasgassen reduceren om de klimaatverandering en de daarbij horende natuurrampen, tegen te gaan.”
“Europa heeft daarom een duidelijk pad uitgestippeld: tegen 2030 moeten we al 55% minder CO2 uitstoten, en in 2050 moet de sector volledig CO2-neutraal opereren", gaat Roba verder. "Dat is een enorme uitdaging, zeker omdat de energietransitie niet zomaar een technische verandering is, maar een diepgaande herziening van hoe voedingsprocessen worden aangestuurd en welke technologieën worden ingezet."
De obstakels
De voedingsindustrie werkt met complexe processen die veel energie vereisen. De overstap naar hernieuwbare energiebronnen brengt een aantal grote uitdagingen met zich mee:
- Technologische barrières: “Bepaalde technologieën zijn nog niet volledig ontwikkeld of geschikt voor grootschalige toepassingen. Denk aan de elektrificatie van ovens: microgolfsystemen bestaan, maar ze zijn nog niet volledig geoptimaliseerd en kunnen niet zomaar 1-op-1 de huidige installaties vervangen.”
- Economische haalbaarheid: “Elektriciteit is momenteel duurder dan gas. Zonder kostenconcurrerende oplossingen dreigt de sector zijn concurrentiepositie te verliezen ten opzichte van bedrijven buiten Europa, waar energie vaak goedkoper is.”
- Impact op productkwaliteit: “Energiebesparing mag niet ten koste gaan van de productkwaliteit. Zo is er nog onderzoek nodig om te garanderen dat bijvoorbeeld een alternatieve manier van pasteuriseren of steriliseren geen invloed zal hebben op de smaak, textuur en veiligheid van een product.”
- Flexibiliteit en energiebeheer: “Omdat hernieuwbare energiebronnen zoals zonne- en windenergie wisselend zijn, moeten bedrijven beter leren inspelen op wisselende energieprijzen en beschikbaarheid.”
Welke innovaties zijn nodig?
Flanders’ FOOD werkt als speerpuntcluster van de Vlaamse agrovoedingsindustrie samen met meer dan 300 bedrijven en 10 kennisinstellingen om innovaties in de voedingsindustrie te versnellen. “Samen met Flux50, de speerpuntcluster voor energie en met steun van VLAIO hebben we het project Rethink Energy 4 Food opgezet. Dit richt zich op vier kerntrajecten die cruciaal zijn voor een succesvolle energietransitie.”
Elektrificatie van ovenprocessen
“Veel bak- en droogprocessen in de voedingsindustrie draaien op gasgestookte ovens. De uitdaging is om die processen elektrisch te maken zonder kwaliteitsverlies. We onderzoeken bijvoorbeeld of microgolftechnologie gecombineerd kan worden met infrarood om dezelfde bakkwaliteit te bereiken als gasovens.”
"We onderzoeken of microgolftechnologie gecombineerd kan worden met infrarood om dezelfde bakkwaliteit te bereiken als gasovens"
Duurzame warmtevoorziening
“Hogetemperatuurprocessen zijn nog vaak afhankelijk van gas. Warmtepompen en mechanische dampcompressoren bieden veelbelovende alternatieven, maar ze zijn nog niet breed geïntegreerd in de voedingsindustrie. We kijken hoe deze technologieën efficiënter kunnen worden toegepast, bijvoorbeeld door restwarmte te benutten en om te zetten naar bruikbare energie. Dit kan grote energiebesparingen opleveren voor diverse sectoren.”

Flexibel gebruik van energiebronnen
“Door slim te schakelen tussen verschillende energiebronnen kunnen bedrijven de goedkoopste en duurzaamste optie op elk moment benutten. We onderzoeken hoe systemen zoals warmtekrachtkoppeling (WKK), elektrische boilers en energieopslag optimaal kunnen worden aangestuurd. Daarnaast kijken we hoe bedrijven zonne- en windenergie efficiënter kunnen inzetten en hoe energieoverschotten opgeslagen kunnen worden voor later gebruik.”
Innovatieve koeling
“Koeling is een enorme energieverbruiker in de voedingsindustrie. Nieuwe technieken zoals vacuümkoeling kunnen niet alleen energie besparen, maar ook de productkwaliteit verbeteren. Bij vacuümkoeling wordt de luchtdruk verlaagd, waardoor vocht sneller verdampt en de temperatuur daalt. Dit versnelt bijvoorbeeld het afkoelproces van bakkerijproducten, waardoor het totale energieverbruik daalt. We onderzoeken ook hoe slimme ventilatie en innovatieve koeltechnieken de koelvraag kunnen verminderen.”

De beste strategie volgens Roba
"Bedrijven moeten de energietransitie niet als een alles-of-niets-verhaal zien. De meest succesvolle strategie is een stapsgewijze aanpak, waarbij je rekening houdt met economische haalbaarheid en productkwaliteit. De Trias Energetica-methode is hier een goed uitgangspunt: beperk de energievraag door efficiëntere processen en restwarmterecuperatie, gebruik hernieuwbare energie waar mogelijk en maak optimaal en schoon gebruik van fossiele brandstoffen als overgangsmaatregel", zegt Roba.
"De energietransitie vraagt om een strategische en stapsgewijze aanpak. Bedrijven moeten inzetten op energie-efficiëntie, investeren in hernieuwbare technologieën en flexibel omgaan met energiebronnen. Daarnaast is samenwerking essentieel. Door tussen clusters en in netwerken kennis te delen, kunnen bedrijven sneller en efficiënter de transitie maken. Dat is precies waar Flanders’ FOOD met projecten zoals Rethink Energy 4 Food aan bijdraagt."