“In complexe tijden standhouden dankzij kwaliteit en vakmanschap”
Peter Lootens (DURV nv, FAC) over uitdagingen en toekomst in de gevelbouw
Al dertig jaar specialiseert de Zottegemse onderneming DURV nv zich in schrijnwerk en gevelbekleding. Zaakvoerder Peter Lootens schetst een weinig rooskleurig beeld van de sector: torenhoge materiaalprijzen, stijgende loonkosten en buitenlandse concurrentie zetten de marges zwaar onder druk. Toch blijft de ondernemer, ook als bestuurslid van de FAC én als jurylid voor de Schrijnwerk Awards, inzetten op kwaliteit, duurzaamheid en opleidingen, met de overtuiging dat enkel zo de bouwsector kan heropleven.
Druk op bouwmarkt stijgt
U bent zaakvoerder bij de Zottegemse onderneming DURV. Welke activiteiten ontplooien jullie precies?
Lootens: “DURV bestaat inmiddels dertig jaar en is actief op het vlak van schrijnwerk en gevelbekleding. Het schrijnwerk bestaat hoofdzakelijk uit aluminium en voor een beperkt deel uit staal. Qua gevelbekleding gaat het vooral over vlak of geplooid plaatmateriaal, dat bovendien helpt om de vereiste EPB-scores te halen. We werken vooral projectmatig. Onze voornaamste klanten zijn dan ook andere aannemers voor wie we in onderaanneming aan de slag gaan, vooral in de realisatie van woonzorgcentra en andere openbare gebouwen, waaronder AZ Alma en diverse scholen.”
Is de scholenbouw momenteel niet aan een revival bezig?
Lootens: “Dat valt eigenlijk dik tegen. Probleem is dat de budgetten er gewoon niet zijn. Scholen moeten tientallen jaren wachten vooraleer hun ingediende project een budget krijgt toegewezen. En het is nochtans dringend nodig. Studies tonen aan dat de luchtkwaliteit in een gemiddelde klas al na een halfuur pijlsnel daalt, waardoor zowel leerlingen als leerkrachten minder geconcentreerd kunnen werken.”
De scholenbouw zit al jaren in het slop, maar nu is dat ook het geval voor zowel algemene nieuwbouw als renovatie. Hoe ernstig is het gesteld?
Lootens: “Sinds corona zijn de prijzen van bouwmaterialen en loonkosten enorm, en vaak moeilijk te verantwoorden, gestegen — soms zelfs verviervoudigd — en er is nauwelijks een correctie geweest. Kortom: de bouwsector ligt quasi stil, het kan niet veel slechter gaan. Via onze federatie lieten we door Essenscia een conjunctuurstudie uitvoeren. Daaruit blijkt dat de renovatiemarkt pas begin 2026 opnieuw wat zou opleven, terwijl de nieuwbouwmarkt wellicht pas tegen eind 2026 of later volgt.”
"Een werknemer kost ons 45 euro per uur aan loon en belastingen. Die uren verkocht krijgen wordt steeds moeilijker"
“Intussen moet je wel aan voldoende volume geraken om je werknemers aan het werk te houden. Dat lukt niet altijd. Bij DURV werken momenteel 12 mensen, maar dat waren er ooit 25. De prijzen staan enorm onder druk en de marges worden bijzonder klein. Bovendien krijgen we in crisistijden steeds vaker te maken met buitenlandse concurrentie. Door de laatste indexering is het verschil in loonkost opnieuw substantieel geworden. Een werknemer kost ons 45 euro per uur aan loon en belastingen. Dan moet je die uren nog verkocht krijgen — en dat wordt steeds moeilijker.”
“Uiteraard kaarten we dat met de federatie aan bij de bevoegde instanties. Maar vaak krijgen we te horen dat controles moeilijk zijn omdat buitenlandse werknemers de taal niet machtig zijn. Bovendien werken die ploegen vaak in het weekend, wanneer er geen controles zijn. Het blijft dus dweilen met de kraan open. Combineer de hoge materiaalprijzen met de gigantische loonkost, en heel wat mensen oordelen dat ze hun bouwproject moeten uitstellen, aanpassen of annuleren. Niemand wil een half huis voor zijn budget. Voor ons betekent dat dat het niet evident is om het orderboek gevuld te krijgen. De onderhandelingen vooraleer een offerte wordt goedgekeurd duren veel langer, omdat ook hoofdaannemers onder zware budgetdruk staan.”
"Faalkosten kunnen we ons simpelweg niet meer permitteren of we scheuren ons broek"
Net doordat de bouw stagneert, moeten jullie onder tijdsdruk toch kwaliteitsvol werk afleveren. Hoe slagen jullie daarin?
Lootens: “Het is een feit dat we regelmatig eens aan de bel moeten trekken opdat er geen onrealistische eisen gesteld worden. Daarom is de voorbereiding nog eens zoveel belangrijker geworden. Doordat de prijzen zo onder druk staan, worden de marges steeds kleiner. Faalkosten kunnen we ons met andere woorden niet meer permitteren of we scheuren ons broek. Dus blijft communicatie met de opdrachtgever cruciaal. We moeten tegen hen durven zeggen dat we een bepaalde termijn nodig hebben om de kwaliteit te kunnen leveren die – terecht overigens – geëist wordt.”
Brandveiligheid en bouwfysica centraal
Gevelbouw is niet de oudste branche in de bouwsector, maar zijn er desalniettemin bepaalde evoluties of trends waar te nemen?
Lootens: “Door enkele zware branden — zoals in Valencia en de Grenfell Tower in Londen — wordt er veel meer aandacht besteed aan structurele verbeteringen en risicobeperking. Gevelbekleding is zoveel meer geworden dan louter wat plaatmateriaal bevestigen. Er zijn enorm veel parameters waarmee rekening moet worden gehouden.”
“Een slecht geventileerde spouw is bijna altijd de oorzaak van kromtrekken”
“Een voorbeeld: de temperatuurverschillen tussen buitengevel en binnenruimte kunnen enorm oplopen. De oppervlaktetemperatuur van zwarte gevelbekleding kan gemakkelijk 85° bereiken. In de spouw erachter kan het ook zeer warm worden. Doel van die spouw is verluchting, maar zelfs wanneer ze maar aan één kant wordt dichtgemaakt, zal het plaatmateriaal na verloop van tijd altijd kromtrekken. Sommigen weten niet hoe het komt dat die vervorming pas na lange tijd ontstaat, maar een slecht geventileerde spouw is bijna altijd de oorzaak.”
“De bouwfysische kennis is de voorbije jaren sterk toegenomen. Bovendien moet er voor midden- en hoogbouw steevast gekozen worden voor onbrandbaar materiaal.”
Duurzaamheid en materiaalstromen
Hoe integreren jullie duurzaamheid in jullie werking?
Lootens: “Op verschillende manieren. Eerst en vooral besteden we veel aandacht aan de materiaalkeuze. Aluminium is oneindig recycleerbaar, maar er is momenteel te weinig materiaal beschikbaar om te recycleren. Veel aluminium wordt naar het buitenland verscheept, vooral naar China, waar de vraag enorm is. Door het transport per groot vrachtschip blijft de transportkost beperkt. Met FAC (Federatie voor Aluminium Constructeurs) ijveren we ervoor dat minstens het Belgische aluminium in ons land blijft voor recyclage. Dat doen we door concrete afspraken te maken met toeleveranciers.
"In de laagbouw, waar nog hout gebruikt mag worden, spreken we uitsluitend over duurzaam en gecertificeerd hout. Veel platen worden bovendien vervaardigd uit restmateriaal. Een van onze leveranciers beschikt zelfs over een eigen installatie om de diverse materialen uit zijn platen te scheiden en opnieuw te gebruiken."
“Toch staat circulair bouwen, zeker rond hergebruik, nog in zijn kinderschoenen. Er is dringend nood aan een databank die materiaalstromen in kaart brengt en echt hergebruik mogelijk maakt.”
Strijd om vakmensen en opleiding
Naast de huidige laagconjunctuur blijft ook het rekruteren van nieuwe medewerkers een pijnpunt in de sector. Of is die nood nu net minder groot?
Lootens: “Die nood blijft bestaan, want het aanbod aan nieuwe medewerkers is veel te klein. Mensen met ervaring vinden, is al helemaal een onmogelijke opgave. We zijn dus genoodzaakt om veel zelf op te leiden.”
Opleidingen zijn ook binnen FAC een van jullie speerpunten?
Lootens: “We hebben de federatie opgericht om een orgaan te hebben dat onze belangen behartigt. Intussen is FAC uitgegroeid tot een belangrijke speler: ongeveer 50 procent van de projectmatige aluminiumconstructeurs is lid. We beschikken over een externe keuring met keurmerk én we investeren sterk in opleidingen rond akoestiek, statica, bouwfysica, enzovoort.”
“Met Jong FAC werken we aan een nieuwe cursus voor mensen die net instromen in de schrijnwerkerij. Een ander belangrijk speerpunt is ons digitaal consulteerbaar handboek over technische zaken van schrijnwerk. Daarin staan alle technische normen uitgelegd in verstaanbaar Nederlands. Tegelijk vormt dat handboek de handleiding voor onze controles.”
Jullie zetten fel in op eigen opleidingen. Heeft het nog zin om op het klassieke onderwijs te mikken?
Lootens: “Ik begrijp die vraag, maar we mogen het middelbaar onderwijs nooit loslaten. Als we dat doen, geven we de strijd op. Het reguliere onderwijs is essentieel als eerste kennismaking van jongeren met onze sector. Daar ontdekken leerlingen of ze handig zijn en of ze überhaupt in de bouwsector willen werken. De goesting moet daar gecreëerd worden.”
Fierheid en innovatie in de sector
U bent ook jarenlang jurylid voor de Schrijnwerk Awards. Vanwaar dat engagement?
“Vooral uit overtuiging. Ik heb altijd al een brede blik gehad. Toen mij gevraagd werd om jurylid te worden, was ik meteen geïnteresseerd. Het vraagt weliswaar heel wat tijd en energie, zeker om alle dossiers door te nemen en heel wat projecten te bezoeken. Het helpt dan ook dat ik elk dag al om 4 uur aan de slag ben,” vertelt Lootens met een knipoog.
“De Schrijnwerk Awards zorgen voor veel fierheid in de sector. Ook voor scholen is een bekroning belangrijk"
“Ik haal persoonlijk ook veel voldoening uit de contacten met de overige juryleden die elk met hun eigen expertise vanuit hun eigen werkveld de projecten benaderen. We overleggen veelvuldig over zaken die onze sector vooruithelpen. Je hoort er andere visies, en dat is verrijkend. Het gebeurt dat ik mijn visie bijstel na interactie met mijn collega-juryleden. Daarnaast krijg je als jurylid projecten te zien die voor anderen verborgen blijven. Innovatie speelt daarin een niet te onderschatten rol en het zijn niet zelden de scholen die die innovatieve rol opnemen.”
“De Schrijnwerk Awards zorgen ook voor veel fierheid in de sector. De trofeeën staan vaak zichtbaar aan de balies van de winnende bedrijven. Ook voor scholen is een bekroning belangrijk: zij leveren vaak zeer kwalitatieve projecten af. Maar het zijn helaas wel vaak dezelfde technische scholen die met hun projecten naar buiten treden. Nieuw bloed zou op dat vlak welkom zijn”, besluit Peter met een warme oproep naar de technische scholen.

