Hoe winterse schade aan de grasmat aanpakken?
Na een natte of schrale winter vertonen veel gazons sporen van slijtage. Mosvorming en kale plekken ontsieren de grasmat, terwijl men tegen Pasen meestal verwacht dat het geheel er terug verzorgd bij ligt. Volgens Eric Truyens, Sales & Product Manager België bij Advanta, is een doordachte aanpak in het voorjaar bepalend voor de rest van het groeiseizoen. "Hoewel de basis voor een vitaal gazon al in het najaar wordt gelegd met een aangepaste bemesting in oktober of november, is de voorjaarsperiode het moment bij uitstek om schade te herstellen en de grasmat nieuw leven in te blazen."
Diagnose bepaalt de ingreep
Na de winter vertoont elk gazon een ander beeld. Bij sommige tuinen is de grasmat nog vrij intact, terwijl andere gevallen kale plekken bevatten en/of mosrijk zijn geworden. "Het eerste wat men moet doen is de situatie goed inschatten. Wanneer de mat de winter goed heeft doorstaan en nog voldoende densiteit vertoont, volstaat een kwalitatieve, traagwerkende voorjaarsbemesting. Indien er voldoende bodemvocht aanwezig is, herstelt het gras vanzelf in enkele weken tijd. Het gazon groeit dan opnieuw dicht en wordt langzaamaan terug egaal zonder verdere ingrijpende maatregelen", verklaart Truyens.
Toch is een kerngezonde grasmat na de winter eerder uitzondering dan regel. "Najaarsbemesting wordt vaak overgeslagen of te vroeg uitgevoerd, waardoor het gras onvoldoende reserves opbouwt voor de winter. De groei valt stil en het mos neemt de opengekomen plaatsen in. In deze gevallen vraagt het herstelproces om meer aandacht, gezien het gazon met een serieuze achterstand kampt."
Vrijmaken van het kiembed
Om die valse start goed te maken, is de verleiding groot om meteen naar de verticuteermachine te grijpen. Toch is het raadzaam om de aanwezige mosgroei eerst chemisch te behandelen. "Meteen verticuteren zonder het mos eerst aan te pakken, leidt tot een veel intensievere bewerking, wat vaak gepaard gaat met meer schade aan het resterende gras en een minder zuiver eindresultaat", legt Truyens uit. "De voorkeur gaat dus uit naar een behandeling met een mosdodend product. Na ongeveer twee weken kleurt het mos bruin en sterft het af, waarna het mechanisch verwijderen zonder al te veel complicaties verloopt."
Pas wanneer het mos volledig is bewerkt, is het tijd voor de eigenlijke verticuteerbeurt. De messen van de verticutuurmachine moeten idealiter een halve centimeter in de bodem snijden, zodat vilt en afgestorven mos goed kunnen loskomen. Bij zware mosvorming is een tweede werkgang in een kruisrichting raadzaam zijn om alles voldoende vrij te maken. "Na deze ingreep oogt het gazon vaak gehavend, maar dat is de logica zelve. Waar voorheen mos stond, was het gras allang verdwenen. Alleen door die plekken nu volledig vrij te maken, ontstaat de noodzakelijke ruimte voor nieuwe inzaai."
De juiste mix is het halve werk
Zodra het mos is verwijderd en de grasmat is opgeknapt, volgt het doorzaaien van de kale plekken. "Standaardmengsels zijn vaak niet geschikt voor bestaande gazons omdat ze onvoldoende soorten bevatten die snel kiemen en zich vestigen. Varianten met een hoger aandeel Engels raaigras geven doorgaans betere resultaten. In de professionele markt worden daarvoor specifieke renovatiemengsels gebruikt, zoals Renova van Advanta, die speciaal zijn ontwikkeld voor doorzaai en herstel en zorgen voor een snelle, gelijkmatige hergroei."
Precisie bij het doorzaaien
Het contact tussen zaad en bodem is daarbij minstens zo belangrijk. "Graszaad dat enkel bovenop het oppervlak blijft liggen, kiemt slecht en leidt tot een onregelmatige bezetting", waarschuwt Truyens. "Doorzaaien met een machine die het zaad op de gewenste diepte inbrengt, bevordert een egale opkomst."
De hoeveelheid graszaad die men nodig heeft, is moeilijk te bepalen en hangt sterk af van de toestand van het gazon. "Is er bijna geen gras meer aanwezig, dan kun je tot 3 kg per 100 m² gebruiken. Staat er nog ongeveer de helft van het gazon, dan volstaat ongeveer 1,5 kg per 100 m². Is het gazon nog vrij goed en heb je vooral geverticuteerd om de bodem te beluchten, dan is ongeveer 1 kg per 100 m² voldoende. Er bestaat dus geen vaste regel."
LET OOK OP DE BODEMTEMPERATUUR
Hoewel de zon in maart al flink kan opwarmen, reageert graszaad pas bij een constante bodemtemperatuur van minimaal 10°C. "Wie te vroeg start, ziet het graszaad traag reageren, terwijl onkruiden die gedijen bij lagere temperaturen de vrije ruimte innemen. Het gebruik van een bodemthermometer sluit dit risico uit."
Geduld bij bemesting en maairegime
De timing van de eerste voedingsgift bepaalt of de doorzaai slaagt of wordt gesmoord. "Een andere veelgemaakte fout – zowel bij particulieren als bij sommige professionals – is dat men onmiddellijk na het doorzaaien gaat bemesten. Dit is riskant omdat de bestaand grasmat de stikstof sneller opneemt dan de kiemende zaden. Deze versnelde groei van de oude mat ontneemt het jonge gras het nodige licht en de ruimte. Wacht daarom tien tot veertien dagen tot de nieuwe grassprieten ongeveer twee centimeter hoog zijn", adviseert Truyens.
Ook het maaiverhaal vraagt enigszins om beheersing. "De eerste maaibeurt vindt bij voorkeur plaats bij een grashoogte van 6 tot 7 centimeter, waarbij alleen de toppen worden gemaaid. Geleidelijk kan de machine worden afgesteld op een reguliere hoogte van ongeveer 4 centimeter. Vergeet hierbij de invloed van het veranderende klimaat niet. Zodra het zaad vocht opneemt en zwelt, mag de bodem niet meer uitdrogen. Consequent beregenen tijdens droge voorjaarsperiodes is noodzakelijk tot de mat volledig gesloten is."
Met medewerking van Advanta