Regen- en winddichte afwerking: aandachtspunten
Tips voor plaatsen onderdakfolies

Voor de realisatie van onderdaken wordt er naast de klassieke plaatmaterialen steeds meer gekozen voor soepele membranen. De correcte plaatsing van dit type onderdak draagt sterk bij tot het bereiken van een goede isolatiewaarde en regendichtheid van de woning. In dit artikel geven we enkele aandachtspunten alvorens over te gaan tot de plaatsing van deze onderdakfolies.
Functies
Het onderdak draagt bij tot de stof-, regen- en winddichtheid en beperkt luchtstromingen door de isolatielaag heen. Schimmel en condensvorming zijn een gevolg van een gebrekkig of totaal afwezig zijn van het dampscherm. Isolatie die vochtig is, verliest immers sterk haar isolatiewaarde, met energieverspilling tot gevolg. Gezien de taak die het onderdak vervult, zijn de keuze voor een juiste onderdakfolie en de verwerking ervan cruciaal. Het is dan ook sterk aan te bevelen om het dak van een onderdak te voorzien en dit zelfs in aanwezigheid van dakpanelen of sarkingdakconstructie. Nieuwe sarkingplaten met geïntegreerde onderdakfolie werden recent geïntroduceerd op de Belgische markt.
Praktisch
Benodigdheden
Als bevestigingsmiddelen en gereedschappen voor het plaatsen van onderdakfolies zijn enkele simpele werktuigen afdoende. Onderdakfolie wordt vastgezet door nieten. Achteraf worden de tengels hierover vastgeschoten met een nagelpistool. Eveneens nodig is geschikte tape voor de verkleving van folie, tape om eventuele doorvoeren af te dichten en/of hulpstukken voor detailoplossingen (manchetten).
Voorbereiding
Sommige folies zijn bedoeld om te plaatsen op een vlakke ondergrond (bebording), de meeste worden echter van keper tot keper gespannen. Volgens de TV 240 mag onderdakfolie niet langer dan vier weken op een open dak worden blootgesteld aan daglicht (uv-straling). De meeste fabrikanten geven hiervoor echter een langere periode op, van drie tot zes maanden. Een langdurige blootstelling aan regenval of aan hevige wind, dient voorkomen te worden. Er kunnen namelijk infiltraties van regenwater optreden aan de aansluitingen en bevestigingen. Dek daarom tijdens de werken zo nodig de onderdakfolie af met een zeil.

6 aandachtspunten
Keuze van type onderdakfolie
Voor de bepaling van het minimaal vereiste type onderdakfolie dient eerst gekeken te worden naar de zwaarte van de omstandigheden, dus waar een dak aan blootgesteld wordt. Het panmodel is hierbij de beslissende factor, in combinatie met de dakhelling. Wanneer de dakpannen niet gegarandeerd regendicht zijn (bv. Boomse pannen in combinatie met kleine dakhelling) of er kans is op uv-inval, dient men een folie met aangepaste kwaliteit te gebruiken. Belangrijk zijn verder de bouwfysische opbouw van het dak en de relatie met de dampopenheid van het onderdak. Ook de onderlinge afstand tussen de kepers of spanten kan bepalend zijn voor het type onderdak dat gebruikt wordt. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheden die het gekozen dakpanmodel biedt op het gebied van minimale dakhelling en eventuele overlap.
Aansluitingen
Zorg er steeds voor dat de onderdakconstructie regen- en winddicht afgewerkt is, zodat stof en stuifsneeuw nooit onder het onderdak schade kunnen aanbrengen. Zowel aan de vorst- als aan de noordboomaansluitingen dient men de nodige maatregelen te treffen. Ook dient de nodige zorg besteed te worden ter hoogte van overlappingen en dakdoorbrekingen. Bij soepele onderdaken kan dit door de laatste strook ter hoogte van de vorst en noordboom van het ene dakvlak over te plooien naar het andere dakvlak. In geval van ongelijke dakhellingen dient ter hoogte van de noordboom het soepele onderdak steeds overgeplooid te worden van het dakvlak met de hoogste dakhelling naar het dakvlak met de laagste dakhelling.
Horizontale overlapping
De horizontale overlapping is in functie van de dakhelling. Er gelden geen speciale eisen voor het afkleven of afdichten van de naden. Evenwel wordt het afkleven van de naden aangeraden om de winddichtheid van de dakconstructie te verzekeren. Bij kleine hellingen is afkleven altijd nodig.
Plaatsen van dakisolatie
Soepele membranen worden bij hun plaatsing lichtjes opgespannen, waarbij overdreven spanningen in het materiaal echter vermeden dienen te worden. De membranen mogen tijdens de plaatsing van de dakisolatie in geen geval omhooggeduwd (kunnen) worden. Wanneer men inblaasisolatie zoals cellulose-isolatie wil gebruiken in combinatie met een onderdakfolie, dient men een voldoende scheurvaste folie te gebruiken, zoals versies met een verstevigingsnet. Om te beletten dat de folie door de druk van de inblaasisolatie tot tegen de pannen geduwd wordt, kan men tussen elke twee kepers een zwevende tengellat aanbrengen. Dit is echter enkel van toepassing bij niet-versterkte folies, die niet geschikt zijn voor constructies met ingeblazen isolatie, en is te beschouwen als een noodoplossing, eerder dan een standaardoplossing.

Toepassing in de kil
Bij toepassing in de kil dient de kilconstructie dusdanig te worden uitgevoerd dat eventuele afwatering over de onderdakfolie door de kielgoot wordt afgevoerd of buiten de constructie.
Afvoer van infiltratiewater
In bepaalde omstandigheden, bv. bij zware regen-windcombinaties of stuifsneeuw, kan het zijn dat er water op het onderdak terechtkomt (men gaat ervan uit dat ongeveer 2% van het hemelwater tot op de folie komt). Dit water dienst steeds buiten de constructie te worden afgevoerd. De aansluiting met de goot is hierbij cruciaal. Men dient er dan ook op toe te zien dat de onderdakfolie in de goot afwatert en dat waterstagnatie achter de goot onmogelijk is.
Bevestigingsmethoden
Onderdakfolies kunnen d.m.v. de hiernavolgende bevestigingsmethoden met elkaar verbonden worden tot een enkel ononderbroken regendicht oppervlak.
Afdichten met kleefstroken
Kleefstroken zijn een veelvoorkomende en erg tijdsbesparende afdichtingsmethode. Bij bepaalde types folie dienen de kleefstroken zorgvuldig aangedrukt te worden op de onderliggende laag. Goede kleefstroken zijn ook in zeer vochtige omstandigheden te verkleven.
Lijmen
Lijmen vormt een weinig gebruikte oplossing, die bijna uitsluitend in industriële toepassingen gebruikt wordt en hier niet verder besproken wordt.
Nieten
Indien geniet of genageld, altijd rvs-nieten of -nagels gebruiken. Hierbij is de hart-op-hartafstand van 250 mm voor de nieten voldoende. Dat geldt enkel bij volle bebording. Voor de keperdaken – de meeste daken – wordt er enkel per keper of spant bevestigd. Bij het nieten van de folie dient dit op dusdanige plaats te gebeuren dat ze worden afgedekt door de tengellat, al dan niet in combinatie met een nageldichtingsband.
Verlassen met hete lucht
Sommige types folies kunnen ook met hete lucht aan elkaar gelast worden. Men is dan niet afhankelijk van de buitentemperatuur.
Flauw hellende daken
De TV 240 stelt dat indien een dakhelling kleiner is dan de door de fabrikant van de dakpannen gestipuleerde minimale dakhelling, behorend bij een welbepaald type dakpan, men verplicht is het dak af te werken als een plat dak. Dat houdt in dat men een volledig waterdichte afdichting (een platdakafdichting) dient te realiseren. Men moet in dat geval de daktengels waterdicht inpakken door middel van een verlassing met hete lucht of met solventen van oplegstroken. Hiervoor heeft men dus een föhntoestel nodig. De (platdak)waterdichting kan enkel verkregen worden door thermische of chemische verlassing, niet door verkleving.