Regenwaterinstallatie plaatsen: wat moet je weten?
Wie bouwt of grondig renoveert, kan niet om de regenwaterinstallatie heen. Het is in vele gevallen verplicht, maar los daarvan ook gewoon het beste dat je kan doen als je wil besparen op je waterfactuur. Maar hoe zit zo'n regenwatersysteem in elkaar? We geven een overzicht
Waarom regenwater gebruiken?
Regenwater gebruiken is geen overbodige luxe, maar een logische en toekomstgerichte keuze. Ons leidingwater is perfect drinkbaar, maar we gebruiken het vandaag nog vaak voor toepassingen waarvoor drinkwaterkwaliteit helemaal niet nodig is, zoals toiletten doorspoelen, wassen of de tuin besproeien.
Wat zijn de voordelen?
Door regenwater op te vangen en te hergebruiken, bespaar je in de eerste plaats aanzienlijk op je waterfactuur, aangezien een gemiddeld gezin tot 40 à 50% van het drinkwater kan vervangen door regenwater.
Daarnaast is regenwater zachter dan leidingwater (het bevat weinig kalk), waardoor er geen ontharding nodig is. Goed nieuws voor huishoudtoestellen zoals wasmachines en toiletten. Minder kalk betekent minder kalkaanslag en een langere levensduur.
Verder draag je bij aan een duurzamer waterbeheer: het gebruik van regenwater helpt om de druk op het rioleringsnet te verminderen en wateroverlast bij hevige regenval te beperken. Je vermindert ook je impact op grondwaterreserves.
In tijden van langere droogteperiodes en stijgende waterprijzen is een regenwaterinstallatie dus zowel ecologisch als economisch interessant. Een goed ontworpen regenwaterinstallatie is positief voor de waarde en toekomstbestendigheid van je woning.

Wanneer is een regenwaterinstallatie verplicht?
In Vlaanderen
In Vlaanderen is een regenwaterput in veel gevallen verplicht bij nieuwbouw en bij ingrijpende verbouwingen. De exacte verplichtingen hangen af van het type project en de oppervlakte van het dak of de uitbreiding.
Bij nieuwbouw van een woning is een regenwaterput verplicht, net als bij uitbreidingen waarbij een aanzienlijke bijkomende dakoppervlakte wordt gecreëerd. Ook bij een ingrijpende verbouwing kan een verplichting gelden als er aanpassingen aan de afwatering gebeuren. Vernieuwen van sanitaire toestellen valt hier niet onder - het plaatsen van een nieuwe douche, badkamer of keuken vereist geen installatie van een regenwatersysteem (doch is het wel aangeraden).
In Brussel en Wallonië
In Brussel en Wallonië bestaan eveneens regels rond hemelwateropvang, maar die kunnen verschillen per gewest of gemeente. Het is daarom belangrijk om bij elk bouw- of verbouwproject de geldende gewestelijke en gemeentelijke voorschriften na te kijken.
Tip: infiltreren is een must
Regenwater dat niet kan worden opgevangen, moet wel worden gebufferd/geïnfiltreerd op eigen terrein. Lees hier meer over deze regelgeving.
Wat mag er op een regenwaterput worden aangesloten? En wat niét?
In huis mag regenwater worden gebruikt voor toepassingen waarvoor geen drinkwaterkwaliteit vereist is, zoals toiletten, wasmachines, schoonmaak, buitenkraantjes en tuinirrigatie.
Het is uitdrukkelijk niet toegestaan om regenwater te gebruiken voor consumptie, zoals drinken, koken of persoonlijke hygiëne (douche, bad, lavabo), tenzij er een specifieke en wettelijk conforme zuiveringsinstallatie is voorzien - wat in particuliere woningen zelden gebeurt.
Daarnaast mag er nooit een rechtstreekse verbinding bestaan tussen het drinkwaternet en het regenwatercircuit zonder correcte beveiliging (zoals een keerklep of vrije uitloop), om verontreiniging van het openbare waternet te vermijden.
Het gescheiden stelsel: regenwater en afvalwater apart
Bij moderne woningen en verbouwingen wordt gewerkt met een gescheiden rioleringsstelsel. Dat betekent dat regenwater (RWA) en afvalwater (DWA) via aparte leidingen worden afgevoerd.
Het regenwater dat niet wordt hergebruikt, gaat dan via de overloop naar een infiltratievoorziening of wordt – indien voorzien – via een RWA-leiding aangesloten op de hemelwaterriolering in de straat. In oudere wijken met een gemengd rioleringsstelsel komt het regenwater samen met het afvalwater (in aparte buizen) in één gemeenschappelijke riolering terecht.
Bij nieuwbouw is dit gescheiden afvoersysteem verplicht. Ook bij ingrijpende renovaties of bij aansluiting op een nieuw aangelegd rioleringsnet kan de gemeente eisen dat je woning intern wordt aangepast naar een gescheiden stelsel.
Heb je een vergunning nodig voor een regenwaterinstallatie?
In veel gevallen maakt een regenwaterput deel uit van de omgevingsvergunning voor een nieuwbouw of verbouwing. Wanneer je een regenwaterinstallatie plaatst als onderdeel van een vergund bouwproject, hoef je meestal geen aparte vergunning aan te vragen.
Wie echter achteraf een regenwaterput wil plaatsen bij een bestaande woning, moet nagaan of hiervoor een vergunning geldt. Dit hangt af van het volume van de put, de plaatsing en de lokale regelgeving.
In sommige gevallen is geen vergunning nodig, in Vlaanderen bijvoorbeeld wanneer de put zich volledig onder het maaiveld, binnen de rooilijn en in de achtertuin binnen 30 m bevindt. Informeer altijd bij je gemeente of raadpleeg de geldende gewestelijke regelgeving.
Hoe ziet een regenwaterinstallatie eruit?
Een regenwaterinstallatie bestaat uit verschillende onderdelen die samen zorgen voor de opvang, opslag en distributie van regenwater.
Het regenwater valt op het dak en wordt via dakgoten en regenpijpen afgevoerd naar een ondergrondse regenwaterput. Voor het water in de put terechtkomt, passeert het doorgaans langs een voorfilter die bladeren en grover vuil tegenhoudt.
Tip
Het regenwater moet op een rustige manier toekomen in de regenwaterput, zodat het bezinksel niet voortdurend opgewoeld wordt. Voor ondergrondse toevoerleidingen naar een regenwaterput wordt doorgaans een minimale helling van 1 à 2 cm per meter aanbevolen (dat is 1 à 2% verval).
De regenwaterput zelf
De regenwaterput zelf is meestal vervaardigd uit beton of kunststof en wordt meestal ondergronds geplaatst. Het volume van de put wordt bepaald op basis van de dakoppervlakte en het verwachte waterverbruik. Voor een gezinswoning in België ligt het volume vaak tussen 5.000 (minimum) en 10.000 liter, afhankelijk van de regelgeving en het aantal aangesloten toepassingen.
De voorfilter
De voorfilter speelt een cruciale rol in de kwaliteit van het opgeslagen water. De filter houdt bladeren, takjes en andere verontreinigingen tegen zodat deze niet in de put terechtkomen. Er bestaan verschillende types voorfilters, zoals bladvangers in de regenpijp, filters geïntegreerd in de regenwaterput of externe filtersystemen in een aparte filterput. De keuze hangt af van de beschikbare ruimte, het onderhoudsgemak en het gewenste filtratieniveau.
De regenwaterpomp
Om het regenwater effectief in huis te kunnen gebruiken, is een regenwaterpomp nodig. Die zuigt het water via een aanzuigleiding uit de put en brengt het onder druk naar de aangesloten tappunten, zoals toiletten of de wasmachine.
Er bestaan onderwaterpompen (geplaatst in de put) en bovengrondse pompen (geplaatst in de woning of technische ruimte). Sommige systemen zijn uitgerust met een automatische omschakeling naar leidingwater wanneer de regenwaterput leeg is, zodat je altijd over water beschikt.
Nafilters
Tot slot kunnen er nog nafilters worden voorzien, afhankelijk van de toepassingen. Deze fijnere filters tussen de pomp en de aftappunten zorgen ervoor dat kleine zwevende deeltjes, geurtjes en kleurtjes worden tegengehouden voor het water naar bijvoorbeeld de wasmachine stroomt. Zo wordt de installatie beschermd en blijft de waterkwaliteit optimaal voor huishoudelijk gebruik.
De overloop
De overloop is een essentieel onderdeel van de regenwaterinstallatie. Wanneer de regenwaterput volledig gevuld is, zorgt de overloop ervoor dat het overtollige water gecontroleerd wordt afgevoerd. Die overloop wordt bij voorkeur aangesloten op een infiltratievoorziening, zodat het water lokaal in de bodem kan insijpelen.
Pas wanneer infiltratie niet mogelijk is of wanneer de capaciteit ontoereikend is, wordt het water afgevoerd naar de hemelwaterriolering. De overloop vormt dus een veiligheidsmechanisme dat wateroverlast voorkomt en past binnen het principe: eerst hergebruik, daarna infiltratie en pas in laatste instantie afvoer.




