TRENDS EN ONTWIKKELINGEN ROND VOEDSELVEILIG SMEREN
Direct contact smeermiddelen in opmars
Een speciale groep binnen de uitgebreide groep smeermiddelen betreft de producten die speciaal geschikt zijn voor gebruik in de voedingsmiddelenindustrie. De eisen ten aanzien van hygiëne en voedselveiligheid liggen hier - terecht - extreem hoog en vragen veel van alle componenten en middelen die er worden toegepast. Recente trends en ontwikkelingen liggen onder meer op het vlak van de 'direct contact'-smeermiddelen (3H), vervuilende stoffen die vanuit verpakkingen in voedsel terechtkomen (maar óók in smeermiddelen aanwezig zijn), en het fenomeen 'allergenen'.
1, 2, 3 SMEERMIDDELEN
Om te voorkomen dat consumenten verkeerde stoffen consumeren, is de wet- en regelgeving die betrekking heeft op smeermiddelen in de voedingsmiddelenindustrie, streng. Alleen wanneer een smeermiddel is samengesteld uit bestanddelen die bewezen géén risico's voor de volksgezondheid opleveren, is het mogelijk om een smeermiddel als voedselveilig te certificeren.
National Sanitation Foundation
De meest bekende en geaccepteerde standaard binnen de voedingsmiddelenindustrie zijn wat dat betreft nog steeds de registraties van het NSF. Deze National Sanitation Foundation is een Amerikaans instituut dat normen opstelt en certificaten uitgeeft voor voedsel-, water- en NSF-geregistreerde consumptiegoederen. Het gaat hier om een onafhankelijke non-profit organisatie die alle NSF-certificaten publiceert op de officiële website: www.nsf.org. De certificaten zijn onderverdeeld in drie klassen: H1, H2 en 3H.
InS Services
Daarnaast bestaat er ook de InS; een Europese organisatie die H1-smeermiddelen en andere producten registreert. InS Services bepaalt of een component geschikt is voor incidenteel contact met voeding. In deze standaard worden ook de gepaste doseringen gedefinieerd.
AANDUIDING KLASSEN
Klasse H1
De voornaamste klasse is 'H1'. Deze groep omvat smeermiddelen die gebruikt mogen worden op locaties waar incidenteel contact met voedsel mogelijk is. Een contaminatie van maximaal 10 ppm is toegestaan, maar het uitgangspunt is 0 (nul). De certificering volgt wanneer de producent van het smeermiddel exact de samenstelling van zijn product opgeeft en al deze bestanddelen als voedselveilig zijn gecertificeerd. Daarbij verplicht de producent zich tevens om de samenstelling niet te veranderen en altijd dezelfde samenstelling te leveren. Wanneer het product wordt dóórontwikkeld en de samenstelling verandert toch, dan zal het - in feite nieuwe - product opnieuw voor certificering moeten worden aangeboden.
Het is belangrijk te vermelden dat het bij dit type certificering om een kwestie van vertrouwen gaat. Er is vanuit NSF bijvoorbeeld geen controle op de samenstelling van het smeermiddel en ook geen controle op het productieproces waaruit zou moeten blijken dat tijdens de productie verontreiniging van het smeermiddel door niet-voedselveilige elementen is uitgesloten en geborgd.
Klasse H2
H2-smeermiddelen mogen uitsluitend worden gebruikt op locaties waar er géén contact met voedsel mogelijk is. Vervuiling van voedingsmiddelen met dit type smeermiddel is dus niet toegestaan. De maximale hoeveelheid is hier dus 0 ppm.
Klasse 3H
Tot slot zijn er in de klasse 3H smeermiddelen opgenomen die als 'direct contact' beschouwd worden en in principe dus in contact mogen komen met levensmiddelen. Toepassingen hiervan zijn onder meer te vinden bij het smeren van snijgereedschappen en afdichtingen. Het maximale contaminatieniveau is hier vastgelegd op 120 ppm.
3H-smeermiddelen zijn al enkele jaren op de markt en zijn aan een echte opmars bezig. De verwachting is dat het nog een paar jaar zal duren voordat de vraag écht op gang is gekomen. Tegen die tijd willen producenten van smeermiddelen voor de voedingsmiddelenindustrie echter wel klaarstaan met nieuwe producten.
3H-smeermiddelen zijn al enkele jaren op de markt en zijn aan een echte opmars bezig. De verwachting is dat het nog een paar jaar zal duren voordat de vraag écht op gang is gekomen.
ISO 21469
Naast certificering conform NSF is ook de norm ISO 21469 van belang voor smeermiddelen in de voedingsmiddelenindustrie. Deze norm specificeert voorschriften voor de samenstelling, de vervaardiging, het gebruik en het omgaan met smeermiddelen die in contact kunnen komen met voedingsmiddelen.
Om aan deze norm te voldoen, moeten producenten niet alleen aangeven wat de samenstelling van het smeermiddel is (waarbij uiteraard alle elementen als voedselveilig gecertificeerd moeten zijn), maar ook aantonen dat de productomschrijvingen en verpakkingsaanduidingen correct zijn én dat alle maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat er tijdens het productieproces vervuiling kan optreden. Hierbij hoort ook een volledige borging van deze maatregelen. Alle elementen die bijdragen aan de kwaliteit en de voedselveiligheid van het smeermiddel, moeten bovendien zijn gecontroleerd door een onafhankelijke partij in een audit. Vooral dit laatste aspect geeft aan dat ISO 21469 verder gaat dan de eerder genoemde H1-, H2- en 3H-certificering en hiermee ook een hogere mate van zekerheid geeft.
MOSH/MOAH
Het afgelopen jaar is er relatief veel aandacht geweest voor MOSH/MOAH, wat staat voor 'Mineral Oil Saturated Hydrocarbons' en 'Mineral Oil Aromatic Hydrocarbons'. Deze stoffen zijn aangetroffen in verschillende voedingsmiddelen waar ze niet thuishoren.
Mineral oil saturated hydrocarbons
Beide stoffen komen onder andere in smeermiddelen voor. Technisch gezien zijn MOSH in smeermiddelen wenselijk. Deze stoffen dragen onder andere bij aan een stabiel smeermiddel met een lange levensduur ten opzichte van onverzadigde vetten en oliën. Het nadeel van deze stoffen is dat het menselijke lichaam deze stoffen niet kan afvoeren en dus zal opslaan. Hier kunnen zij de hormoonhuishouding verstoren en in het ergste geval ook het DNA aantasten.
Mineral oil aromatic hydrocarbons
Kijkend naar MOAH, is er vastgesteld dat deze aromatische verbindingen tot een groep stoffen behoren die veelal kankerverwekkend zijn. Ook hier geldt dat het menselijke lichaam deze stoffen niet tot slecht kan verwerken. Hoewel deze stoffen in smeermiddelen voorkomen, is het grootste deel dat werd aangetroffen in de voedingsmiddelen, vooral afkomstig van drukinkt. Elementen van deze inkt komen onder meer in onacceptabele hoeveelheden terug in gerecyclede verpakkingen die vervaardigd zijn van oud (bedrukt) papier en karton, en in bepaalde gevallen direct met de voedingsmiddelen in aanraking komen. Al met al heeft de smeermiddelenwereld dus slechts deels met deze discussie te maken. Voorzichtigheid blijft echter geboden, hetgeen niet alleen betrekking heeft op het smeermiddel zelf, maar ook (vooral) bij de gebruiker ligt die moet streven naar een vervuilingspercentage van nul.
Voorzichtigheid blijft geboden, vooral bij de gebruiker die moet streven naar een vervuilingspercentage van nul.
ALLERGENEN
Een andere trend binnen voedingsmiddelveilige smeermiddelen is de toename van het aantal vragen van toezichthouders of certificerende instellingen naar documenten waaruit blijkt dat specifieke zaken niet in een smeermiddel zitten. Het gaat hierbij onder meer om allergenen of genetisch gemodificeerde organismen (gmo's), maar ook om stoffen die belangrijk zijn in het kader van halal of koosjer.
In deze laatste gevallen kan de producent een verklaring verkrijgen na onderzoek door de relevante religieuze autoriteiten, waarna de smeermiddelproducent een halal- of koosjerverklaring krijgt. Deze verklaring geeft aan dat er zowel bij de productie van het smeermiddel als in de samenstelling van het smeermiddel geen producten zijn toegepast of handelingen zijn verricht die binnen de betreffende religie niet worden geaccepteerd. Het betreft hier dus geen technische, maar uitsluitend morele data.
Het technische aspect geldt wél bij de allergenenvrije verklaring. Dit type verklaring is door de producent van het betreffende smeermiddelen zelf op te stellen en bevat niet meer dan de mededeling dat bepaalde stoffen niet in het product voorkomen.
KLEURCODES
Tot slot noemen een aantal leveranciers het feit dat er binnen bedrijven steeds vaker maatregelen worden genomen om te voorkomen dat voedselveilige smeermiddelen per ongeluk worden omgewisseld met 'gewone' smeermiddelen. Dit begint al in het magazijn, waar verschillende afgescheiden ruimtes worden ingericht voor de verschillende typen smeermiddelen en het aanwijzen van medewerkers die specifiek verantwoordelijk zijn voor het ene of het andere type smeermiddel.
Relatief eenvoudig - maar niet minder effectief - is de toepassing van kleurcodes. Bedrijven kiezen een specifieke kleur voor de smeerstoffen die geschikt zijn voor de voedingsmiddelenindustrie, en voeren deze kleur vervolgens door bij zowel de smeerpunten zelf als bij de verpakkingen in het magazijn, de smeerspuit en/of de oliekan. De praktijk leert dat deze aanpak inderdaad leidt tot minder fouten.
Met dank aan Bardahl, Interflon, KLT, Tsubaki en Wiksol