Nieuwe geluidseisen voor buitenunits warmtepompen
De Belgische norm NBN S 01-400-1 legt een aantal beperkingen op aan het lawaai dat door de installaties in een woning geproduceerd wordt. De norm uit 2008 vermeldde geen eisen voor de installaties die zich buiten de woning bevinden, zoals de buitenunits van warmtepompen. In de vernieuwde norm uit 2022 werd deze lacune weggewerkt. Men kan ook teruggrijpen naar andere regelgevingen die limieten vastleggen voor de geluidsdrukniveaus binnen en buiten woongebouwen.

Geluidsemissie
De geluidsemissie van toestellen (d.i. het geluid dat het toestel uitzendt, uitgedrukt door het geluidsvermogen) wordt
op Europees niveau gereguleerd.
De huidige Europese verordeningen stellen dat het geluidsvermogensniveau LWA van buitenunits van warmtepompen met een nominale warmteafgifte ≤ 6 kW maximaal 65 dB mag bedragen. Ter vergelijking: het geluidsvermogensniveau van een grasmachine bedraagt gemiddeld 90 tot 100 dB, dat van een stofzuiger 70 tot 80 dB en dat van een vaatwasmachine 40 tot 50 dB. Voor warmtepompen met een warmteafgifte ≤ 12 kW komt dit vermogen op 70 dB en voor warmtepompen met een warmteafgifte ≤ 30 kW op 78 dB. Het geluidsvermogensniveau van courant in woningen gebruikte warmtepompen bedraagt zo'n 50 tot 65 dB.
Geluidsimmissie
Naast de eisen die gesteld worden aan het geluidsvermogen van warmtepompen kunnen er ook beperkingen opgelegd
worden aan het geluidsdrukniveau LpA, dat de geluidsimmissie uitdrukt (d.i. het geluid dat men op een welbepaalde
afstand van de pomp waarneemt). Aangezien de wetgeving voor omgevingslawaai een gewestelijke bevoegdheid is, kunnen de eisen verschillen van gewest tot gewest. Hierbij wordt er bovendien een onderscheid gemaakt tussen warmtepompen met en zonder meldings- of vergunningsplicht.

Warmtepompen met meldings- of vergunningsplicht
De voorwaarden voor de meldings- of vergunningsplicht verschillen in de drie gewesten en zijn onder meer afhankelijk van het vermogen van de warmtepomp, het type warmtebron en de hoeveelheid fluorhoudende koelvloeistof.
In het VIaamse Gewest is een meldings- of vergunningsplichtige warmtepomp onderworpen aan de geluidslimieten voor ingedeelde inrichtingen die vermeld worden in het 'Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne' (VLAREM II). Hierin worden er zowel eisen gesteld aan het specifieke geluidsdrukniveau nabij bewoonde gebouwen als binnenin aanpalende woongebouwen.
In het Waalse Gewest moeten de meldings- of vergunningsplichtige warmtepompen voldoen aan de algemene
grenswaarden uit het 'Besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de algemene voorwaarden voor
de exploitatie van de inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning'. Ook
hier worden er zowel eisen opgelegd aan het specifieke geluidsdrukniveau nabij bewoonde gebouwen als binnenin
aanpalende woongebouwen.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moet een meldings- of vergunningsplichtige warmtepomp beantwoorden aan
de voorwaarden uit het 'Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 november 2002 betreffende de
strijd tegen de geluids- en trillingenhinder voortgebracht door de ingedeelde inrichtingen' voor de geluidsimmissies
die buiten waargenomen worden en afkomstig zijn van de ingedeelde inrichtingen. De eisen voor geluidsimmissies
binnen gebouwen worden vastgelegd door het 'Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 november 2002 betreffende de strijd tegen het buurtlawaai'.

Warmtepompen zonder meldings- of vergunningsplicht
Voor kleinere warmtepompen die lucht aanwenden als warmtebron of die gebruikmaken van een horizontale
bodemwarmtewisselaar zonder fluorhoudende koelvloeistof is er normaal gezien geen melding of vergunning nodig.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest legt het voormelde Besluit met betrekking tot de strijd tegen het buurtlawaai
niet alleen limieten op aan het buitenlawaai, maar stelt het ook grenswaarden vast voor door buurtlawaai veroorzaakte
overschrijdingen binnen een gebouw.
De regelgeving in het Vlaamse en het Waalse Gewest bevat geen geluidseisen voor warmtepompen zonder meldings- of vergunningsplicht. Op lokaal niveau kunnen er echter wel eisen opgelegd worden (bv. via de bouwvergunning of
plaatselijke politieverordeningen).
Vernieuwde norm
De geluidsgrenzen uit de milieureglementering in het Vlaamse en het Waalse Gewest zijn niet van toepassing
op alle types warmtepompen. Om ook de geluidsoverlast van kleinere warmtepompen te beperken, werden in de
vernieuwde norm NBN S 01-400-1 voor woongebouwen nieuwe eisen opgenomen. De eisen voor het installatiegeluid binnen woningen zijn nu ook geldig voor buiten de woning geplaatste installaties. Daarnaast wordt de geluidsafstraling van installaties naar naburige percelen beperkt tot 40 dB op de perceelsgrens.
geluidseisen met elkaar vergeleken
Onderstaand schema illustreert het geschatte geluidsdrukniveau LpA, veroorzaakt door twee relatief stille warmtepompen met een geluidsvermogensniveau LWA van 55 dB, waarvan er één in de tuin geplaatst wordt (pomp A) en één tegen de gevel (pomp B). Het geluidsdrukniveau is onder meer afhankelijk van het geluidsvermogensniveau van de pomp, de afstand tussen de pomp en het meetpunt en de mogelijke gevel- en grondreflecties.

De bekomen geluidsdrukniveaus worden vergeleken met de eisen die in de drie gewesten gelden voor een buiten
geplaatste warmtepomp met meldingsplicht en met de eis uit de vernieuwde norm NBN S 01-400-1. In het Vlaamse
en het Waalse Gewest moet het lawaai, indien mogelijk, op minstens 3,5 m van de gevel opgemeten worden om
reflecties te vermijden (meetpunt 1 in bovenstaand schema). In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden de
geluidsdrukniveaus op 0,5 m van de naburige woning geëvalueerd (meetpunt 2). Aangezien een warmtepomp ook
ʼs nachts in werking is, zijn de strengste eisen van toepassing voor de periode van 22 uur tot 7 uur.
Als de warmtepomp tegen de gevel geplaatst wordt, worden de geldende geluidseisen overschreden. Een mogelijke
oplossing voor dit probleem is om de buitenunit in de tuin op een voldoende afstand van de perceelsgrens te plaatsen. Is dit niet mogelijk, dan moet men andere maatregelen treffen, zoals het kiezen voor een stillere warmtepomp of het plaatsen van een omkasting.

geplaatste warmtepomp, de geluidsimmissie-eisen voor ingedeelde inrichtingen in de drie gewesten
en de eis uit de vernieuwde norm NBN S 01-400-1
Bron: Buildwise-artikel: 2023/01.14