Koenig & Bauer optimistisch over nieuw boekjaar
De beursgenoteerde drukpersenbouwer Koenig & Bauer verwacht voor het boekjaar 2025 een hogere winstgevendheid en een lichte omzetstijging. Voor 2026 houdt de groep vast aan de doelstelling om een groepsomzet van circa 1,5 miljard euro te boeken met een operationele EBIT-marge van 5 à 6 procent.

Ondanks moeilijke en onzekere mondiale economische en geopolitieke omstandigheden ziet Koenig & Bauer zichzelf goed gepositioneerd voor 2025. Dankzij een historisch hoge orderportefeuille en bijkomende besparingen uit het ‘Spotlight’-focusprogramma verwacht de Raad van Bestuur een lichte stijging van de omzet tot ongeveer 1,3 miljard euro, in combinatie met een hogere operationele winst (EBIT) van 35 tot 50 miljoen euro.
“Het uiteindelijke resultaat binnen die vork hangt in hoge mate af van de werkelijke mondiale economische en geopolitieke ontwikkelingen in de komende maanden”, stelt het bedrijf. Koenig & Bauer ervaart momenteel onzekerheden in het internationale handelsbeleid.
Amerikaanse markt strategisch belangrijk
“De mogelijke invoering van importtarieven, die momenteel in de Verenigde Staten wordt besproken, zou niet alleen Koenig & Bauer treffen, maar ook de voornaamste concurrenten, die grotendeels in Europa gevestigd zijn”, stelt de groep. “In principe zouden hogere invoerrechten de vraag op de Amerikaanse markt onder druk kunnen zetten, wat een uitdaging vormt voor de hele sector. In hoeverre deze daling kan worden gecompenseerd, valt op dit moment nog niet definitief in te schatten.”
In 2024 realiseerde Koenig & Bauer ongeveer 29 procent van de omzet in Noord-Amerika (vorig jaar: circa 23 procent) en beschouwt deze regio nog steeds als strategisch belangrijk. “Volgens de huidige inschattingen lijkt de impact beheersbaar te blijven”, klinkt het. “Dankzij een brede positionering in diverse markten en aanhoudende inspanningen om de efficiëntie te verhogen, acht Koenig & Bauer zich goed gepositioneerd om flexibel in te spelen op mogelijke marktrisico’s en zijn concurrentievermogen verder te versterken.”