Belgisch varkensvlees: minder volume, meer waarde
Joris Coenen (VLAM vzw) over de krimpende varkensstapel, export en de toekomst van de sector

De Belgische varkenssector bevindt zich op een kantelpunt. Terwijl de productievolumes krimpen en het aantal bedrijven afneemt, blijft het vlees wereldwijd gewaardeerd om zijn kwaliteit, traceerbaarheid en voedselveiligheid. Voor de rendabiliteit van de sector blijft export cruciaal: meer dan 70% van onze productie vindt zijn weg naar het buitenland. Maar de sector staat onder druk van stijgende kosten, strengere milieuregels en veranderende consumentenvoorkeuren. Delicatesse sprak met Joris Coenen van het Belgian Meat Office (BMO) bij VLAM over de stand van zaken, de internationale dynamiek en hoe Vlaanderen zijn positie kan behouden in een krimpende Europese markt.

Sector in beweging
“Volgens Statbel zitten we vandaag op het laagste aantal varkens sinds 1985”, steekt Joris Coenen van wal. Hij is manager van het Belgian Meat Office (BMO), dat deel uitmaakt van VLAM (Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing).
“Die daling is geen toeval. We zien al enkele jaren een gericht overheidsbeleid om de veestapel te verkleinen, onder andere via uitkoopregelingen en saneringsprogramma’s. De verwachting is dat deze trend zich zal doorzetten, en dat we dus ook in 2025 opnieuw een daling zullen noteren.”
Terwijl België in 2015 nog ruim 6,2 miljoen varkens telde, lag dat aantal in 2023 rond de 5 miljoen. Dat betekent een krimp van bijna 20% in minder dan tien jaar tijd.
“In productievolumes vertaalt zich dat in een daling van het aantal slachtingen. In 2022 en 2023 hebben we duidelijk minder geproduceerd, volledig in lijn met die kleinere varkensstapel”, weet Coenen.
"In 2024 zijn de prijzen alweer wat gedaald. Dat helpt om varkensvlees betaalbaar te houden, zodat de consument blijft kopen"
Economisch gezien presteert de sector opvallend veerkrachtig. “De varkensprijzen waren de voorbije twee jaar gunstig. Ondanks de lagere volumes hebben veel bedrijven hun rendabiliteit weten te behouden”, zegt Coenen. “Het binnenlands verbruik is vrij stabiel gebleven: het Belgische verbruik van varkensvlees per Belg ligt gemiddeld rond 36 à 38 kilogram slachtgewicht per jaar. In 2023 zagen we wel een forse prijsstijging voor de consument, mede door de hogere productiekosten en de inflatie. Maar in 2024 zijn die prijzen alweer wat gedaald. Dat helpt om varkensvlees betaalbaar te houden, zodat de consument het blijft kopen.”
Export als levensader
Meer dan 70% van het Belgische varkensvlees wordt geëxporteerd. “Dat cijfer toont meteen hoe afhankelijk we zijn van internationale markten”, aldus Coenen. “Onze belangrijkste afnemers bevinden zich binnen Europa. Duitsland, Nederland en Polen staan traditioneel aan de top, gevolgd door Italië, het Verenigd Koninkrijk en enkele Oost-Europese landen.”
Buiten de Europese Unie zijn derde markten strategisch belangrijk, vooral voor de afzet van het zogenaamde ‘vijfde kwartier’. Dat zijn delen van het karkas die in Europa minder populair zijn, zoals poten, organen en kopvlees.
“China is hier een sleutelspeler. Het land is de grootste importeur ter wereld van eetbare bijproducten en betaalt er gemiddeld meer voor dan Europese afnemers”, legt Coenen uit.

De heropening van de Chinese markt in januari 2024 was dan ook een opsteker. “Sinds 2018 hadden we geen toegang meer, door Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnen in de provincie Luxemburg. Dat kostte ons veel in termen van prijsvorming en karkasvalorisatie. Nu we terug mogen leveren, zien we meteen een positief effect: hogere opbrengsten voor specifieke delen en een betere exportwaarde. Het stelt ons in staat om opnieuw te concurreren met landen als Spanje, die in onze afwezigheid marktaandeel hebben veroverd.”
"De Belgische productie kromp sterker dan het EU-gemiddelde, vergelijkbaar met Nederland en Duitsland"
Europese context: krimp in het noorden, groei in het zuiden
In 2023 produceerde de EU27 ongeveer 20,9 miljoen ton varkensvlees (karkasgewicht). Dat is een daling van 1,4 miljoen ton, of 6%, tegenover 2022. “België zat daar net boven in relatieve daling. Onze productie kromp sterker dan het EU-gemiddelde, vergelijkbaar met Nederland en Duitsland. Dat komt vooral door onze beleidskeuzes en milieumaatregelen”, zegt Coenen. Intussen kent Spanje een ander verhaal. “Daar is de varkensstapel de afgelopen tien jaar fors gegroeid, dankzij schaalvergroting en investeringen in moderne bedrijven. De groei is de laatste jaren wat getemperd, maar door de krimp in Noordwest-Europa verwachten we dat Spanje zijn productie opnieuw zal opvoeren. Ze hebben de infrastructuur en de afzetmarkten klaarstaan.”

De oorzaken van de Europese terugval zijn uiteenlopend:
Hoge kosten
In 2021 en 2022 stegen graanprijzen, energie- en arbeidskosten fors, naast kosten voor milieu- en dierenwelzijnseisen. Inmiddels zijn de grondstofprijzen opnieuw wat gedaald.
Vraagdruk
De binnenlandse consumptie blijft relatief vlak, met minder vlees in het voedingspatroon van consumenten. Uit de consumptietracker van VLAM blijkt dat 75% van de mensen vlees eet op een gemiddelde dag, en onderzoek van YouGov wijst uit dat 98% van de gezinnen vlees koopt.
Daling van de export
Vooral in China is de importvraag gedaald, en zijn Europese producten duurder dan die uit de Verenigde Staten of Brazilië.
Sanitaire problemen
De Afrikaanse varkenspest zorgt in verschillende landen voor onzekerheid en exportbeperkingen.
Demografie
De vergrijzing onder varkenshouders en het gebrek aan opvolgers bemoeilijken de continuïteit.
Sterke troeven van Vlaanderen
Ondanks de krimp heeft Vlaanderen structurele voordelen die de internationale competitiviteit ondersteunen:

Klimaat
Het gematigde zeeklimaat is ideaal om dieren te houden, zorgt voor minder stress bij de dieren en lagere energiekosten voor de klimaatregeling.
Logistiek
De nabijheid van havens als Antwerpen, Gent en Zeebrugge biedt snelle exportmogelijkheden.
Vakmanschap
Ervaring die generatie op generatie wordt doorgegeven vertaalt zich in hoge productiviteit, sterke genetica en strenge bioveiligheid.
Clusterwerking
Een hechte keten, van voederproducenten tot exporteurs, maakt snelle innovatie en marktgericht werken mogelijk.
Voedingsindustrie
Vlaanderen behoort tot de Europese top in de verwerking en export van voedingsproducten.
“Die combinatie van troeven maakt dat we wereldwijd tot de meest performante regio’s behoren op vlak van varkensproductie”, benadrukt Coenen.
"Boeren moeten weten waar ze over vijf of tien jaar aan toe zijn om te investeren"
Milieu, beleid en rechtszekerheid
De Vlaamse overheid mikt op een reductie van de varkensstapel met 30%. “Dat is ingrijpend”, erkent Coenen. “Het vraagt dat bedrijven zich aanpassen of zelfs stoppen. Er is uiteraard wel begrip voor de milieudoelstellingen, maar het ontbreekt vaak aan rechtszekerheid. Boeren moeten weten waar ze over vijf of tien jaar aan toe zijn om te investeren in duurzame stallen, luchtwassers of hernieuwbare energie.”
Hechte cluster
De Vlaamse varkensketen is sterk geïntegreerd. “Van fokbedrijven en voederproducenten tot slachthuizen, uitsnijderijen, verwerkers en exporteurs: iedereen werkt nauw samen. Dat leidt tot schaalvoordelen, kennisdeling en efficiëntere processen”, zegt Coenen.
Initiatieven zoals BePork (het Belgische lastenboek voor varkensvlees) garanderen de traceerbaarheid, kwaliteit en duurzaamheid van het varkensvlees. VLAM ondersteunt met promotiecampagnes, handelsmissies en marktonderzoek. Het fungeert als brug tussen de producenten en de internationale afnemers, en wordt daartoe gefinancierd door de sectoren.

De toekomst: uitdagingen en kansen
Hoewel de sector kleiner wordt, blijft de internationale waardering groot. “We moeten inzetten op kwaliteit, traceerbaarheid en duurzaamheid. Niet de grootste zijn, maar wel de beste: dat is ons doel”, besluit Coenen. “Als we de juiste markten blijven bedienen en als keten blijven samenwerken, kunnen we ook in een krimpende sector sterke economische prestaties neerzetten.”