Toekomst emissievrije mobiliteit: flexibiliteit of vertraging?
Europese auto-industrie vraagt om pragmatische en flexibele aanpak voor transitie naar emissievrij vervoer
De Europese auto-industrie staat op een cruciaal punt in de transitie naar emissievrije mobiliteit. Fabrikanten en toeleveranciers hebben reeds honderden miljarden euro’s geïnvesteerd en zijn vastbesloten om van deze verschuiving een duurzaam bedrijfsmodel te maken. Toch verloopt de marktacceptatie van emissievrije voertuigen niet snel genoeg. Volgens de Europese Vereniging van Autofabrikanten (ACEA) en de Europese Associatie van Automobieltoeleveranciers (CLEPA) zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk om de infrastructuur te verbeteren, de vraag te stimuleren en de productiekosten te verlagen.
Tijdens de recente strategische dialoog in Brussel werd erkend dat een technologieneutrale benadering van decarbonisatie essentieel is. Dit besef heeft geleid tot een voorstel om boetes voor niet-gehaalde emissiedoelstellingen in 2025 voor personen- en bestelwagens te versoepelen. Daarnaast wordt de ondersteuning voor autonome voertuigen en de Europese batterijproductieketen als een positieve stap gezien. Toch blijft de erkenning van de specifieke uitdagingen in de vrachtwagen- en bussector onderbelicht.
Kritische succesfactoren voor een geslaagde transitie

Ola Källenius, voorzitter van ACEA en CEO van Mercedes-Benz, benadrukt de noodzaak van een sterk concurrentievermogen binnen de EU: “De transformatie van onze sector is in volle gang. We moeten nu een kader definiëren dat zowel de overgang naar emissievrije mobiliteit als de groei van de Europese auto-industrie garandeert.” Hij wijst erop dat de invoering van autonome voertuigen en de CO2-verlichtingsmaatregelen voor 2025 belangrijke stappen zijn, maar de kernvraag blijft: hoe kan de route naar 2035 met voldoende flexibiliteit en pragmatisme worden uitgestippeld?
Ook Matthias Zink, voorzitter van CLEPA, benadrukt dat de transitie ambitieus moet zijn, maar tegelijk realistisch haalbaar moet blijven. Hij stelt: “Een cruciale vraag blijft onbeantwoord: hoe kunnen we een technologieneutraal regelgevingskader ontwikkelen dat oplossingen zoals plug-inhybrides (PHEV’s) en range extenders ook na 2035 mogelijk maakt?” Volgens hem is deze flexibiliteit van vitaal belang voor meer dan 3.000 bedrijven in Europa, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen.
Specifieke uitdagingen voor zware bedrijfsvoertuigen

Voor de sector van vrachtwagens en bussen zijn de uitdagingen nog urgenter. Christian Levin, voorzitter van de ACEA Commercial Vehicle Board en CEO van Scania, wijst erop dat de marktpenetratie van emissievrije vrachtwagens en bussen binnen vijf jaar moet groeien van 2% naar 35%, terwijl de benodigde randvoorwaarden grotendeels ontbreken.
“De aankomende Actieagenda voor de auto-industrie moet dringend een versnelde herziening van de CO2-normen voor zware voertuigen in 2025 omvatten”, aldus Levin. Hij pleit voor een grotere nadruk op infrastructuur, kostenpariteit en stimulering van de vraag.
Verzwakking van de CO2-doelstellingen: een risico voor de Europese industrie?
Tegelijkertijd heeft de Europese Commissie aangekondigd dat autofabrikanten meer tijd krijgen om aan de CO2-doelstellingen voor 2025 te voldoen. In plaats van binnen een jaar aan de norm te moeten voldoen, wordt dit over drie jaar gespreid, tot 2027. Dit voorstel, dat nog door EU-regeringen en het Europees Parlement moet worden goedgekeurd, geeft autofabrikanten meer flexibiliteit maar kan volgens critici de uitrol van betaalbare elektrische voertuigen vertragen.
Volgens William Todts, uitvoerend directeur van Transport & Environment (T&E), is deze maatregel een ongekende tegemoetkoming aan de industrie. “Het verzwakken van de EU-regels voor schone auto’s beloont achterblijvers en brengt Europa verder achter op China wat betreft elektrische voertuigen”, stelt hij. Hij vreest dat deze beslissing onzekerheid zal creëren over de transitie naar emissievrije mobiliteit en de productie van elektrische voertuigen in Europa kan vertragen.
Het huidige 2025 CO2-doel wordt door experts als haalbaar beschouwd, mits autofabrikanten zich houden aan hun plannen voor de introductie van betaalbare elektrische modellen, zoals de Renault R5 en Citroën ë-C3. De versoepeling van de nalevingsperiode zou de druk op fabrikanten kunnen verminderen om op korte termijn betaalbare modellen uit te brengen en zo de marktpenetratie van EV’s te versnellen.
Prioriteiten voor de sector
De auto-industrie dringt aan op de volgende urgente maatregelen:
- Versnelde herziening van de CO2-regelgeving voor zowel personenwagens als zware bedrijfsvoertuigen, met een nadruk op realistische voorwaarden voor implementatie.
- Ambitieuze maatregelen om de transitie te versnellen, zoals hogere infrastructuurdoelen binnen de Alternative Fuels Infrastructure Regulation (AFIR), fiscale stimulansen en gerichte maatregelen om de totale eigendomskosten van emissievrije vrachtwagens en bussen te verlagen.
- Behoud van technologische openheid om afhankelijkheid van niet-Europese batterijtechnologie te verminderen. Flexibiliteit voor PHEV’s, waterstof en andere klimaatneutrale technologieën is essentieel voor strategische autonomie.
- Gelijke concurrentievoorwaarden op mondiaal niveau door middel van eerlijke handelsbeleid en voldoende financiering voor Europese bedrijven in cruciale autotechnologieën.
De sector waardeert de inspanningen van de Europese Commissie en kijkt uit naar verdere samenwerking om de actieagenda te realiseren. Hoewel er vooruitgang wordt geboekt, is het cruciaal dat beleidsmakers en industrie gezamenlijk blijven werken aan een pragmatische en competitieve transitie naar emissievrij vervoer.