Europese auto-industrie staat voor grote uitdagingen rond CO2-doelstellingen in 2025
De Europese auto-industrie kampt met hoge kosten wanneer zij de CO2-reductiedoelstellingen voor auto's en bestelwagens in 2025 niet haalt. De lage vraag naar nulemissievoertuigen (ZEV’s) binnen de EU zorgt ervoor dat de huidige nalevingsmechanismen de concurrentiepositie van de sector onder druk zetten en het risico op banenverlies vergroten, temidden van een kostbare transitie en hevige concurrentie van producenten uit China en de Verenigde Staten.
Mogelijke impact van de huidige regels
Onder de huidige regelgeving staan autofabrikanten voor verschillende scenario’s:
- Boetebetalingen: De sector kan geconfronteerd worden met boetes ter waarde van ongeveer 16 miljard euro. Hoewel de definitieve bedragen pas in 2026 worden vastgesteld na controle door het Europees Milieuagentschap en de Europese Commissie, betekent dit dat deze gelden niet herinvesteerd kunnen worden in productie en werkgelegenheid.
- Beperkingen in productie en verkoop: Om het lage aantal ZEV’s te compenseren, kunnen producenten gedwongen worden de productie en verkoop van voertuigen met verbrandingsmotor te beperken, wat kan leiden tot sluiting van fabrieken en ontslagen.
- Samenwerking met concurrenten: Het vormen van samenwerkingsverbanden kan resulteren in betalingen aan concurrenten, inclusief niet-EU-fabrikanten, waardoor de economische positie van de Europese sector verder verzwakt.
- Prijsverlagingen voor ZEV’s: Om het productievolume op peil te houden, zouden elektrische voertuigen onder de marktprijs verkocht moeten worden. Dit verstoort niet alleen de tweedehandsmarkt voor ZEV’s – die al te kampen heeft met lage restwaarden – maar schaadt ook de winstgevendheid van de fabrikanten, zoals blijkt uit recente bevindingen dat sommige producenten verlieslatend opereren.
Voorstellen voor beleidsaanpassingen
De sector pleit voor een herziening van de nalevingsmechanismen. Twee opties worden hiervoor aangedragen:
- Een gefaseerde overgang met een 90%-criterium in 2025 en een verhoging naar 95% in 2026.
- Het invoeren van een gemiddelde nalevingsregeling voor de periode 2025–2029.
Deze aanpassingen zouden fabrikanten de benodigde ruimte bieden om te investeren in decarbonisatie en innovatie, zonder dat een rigide systeem hun financiële draagkracht ondermijnt.
Uitdagingen in de vraag naar ZEV’s
Kritiek dat extra flexibiliteit de doelstellingen zou verzwakken, mist het fundamentele punt: de lage vraag naar ZEV’s. Consumentenbeslissingen worden beïnvloed door meerdere factoren, zoals de beschikbaarheid van laadpalen, gebruiksgemak, totale eigendomskosten en betaalbaarheid. Ondanks een aanbod van ruim 370 volledig elektrische modellen – waaronder verscheidene modellen onder de € 30.000 – bleef het marktaandeel van batterij-elektrische voertuigen in 2024 onder de 14%. Historische gegevens tonen bovendien dat de verwachte ‘hockey stick’-groei uitbleef.
Productiepatronen en toekomstverwachtingen
Het idee dat een daling in ZEV-verkopen automatisch leidt tot een toename van voertuigen met verbrandingsmotor houdt geen rekening met de marktwerking. Fabrikanten stemmen hun productie af op de reële vraag en cijfers laten zien dat het aandeel benzine- en dieselauto’s sinds 2023 gestaag afneemt, ongeacht de 2025-regels. Bovendien streeft de sector ernaar het marktaandeel van ZEV’s fors uit te breiden, zodat de ambitieuze doelstelling van een 55%-reductie in 2030 haalbaar wordt.
Voordelen van een flexibel nalevingssysteem
Een multi-jaarnalevingsregeling biedt autofabrikanten de mogelijkheid om kortetermijnschommelingen op te vangen en geleidelijk de CO2-reductiedoelstellingen te behalen. Dit voorkomt abrupte maatregelen en zorgt voor een meer organische marktgroei, waarbij investeringen op een duurzame wijze worden ingezet. Een gefaseerde overgang blijkt bovendien een beproefde methode om te voorkomen dat onnodig hoge nalevingskosten de innovatiekracht en investeringscapaciteit van de sector ondermijnen.
Conclusie
Hoewel de EU aanvullende maatregelen zou moeten treffen om de vraag naar nul-emissievoertuigen te stimuleren, moeten autofabrikanten nu al besluiten nemen over boeteregelingen, samenwerkingen en productieaanpassingen. Het herzien van de nalevingsmechanismen is cruciaal om de economische gezondheid en toekomstige duurzaamheid van de Europese auto-industrie te waarborgen, zonder dat de noodzakelijke investeringen in decarbonisatie in het gedrang komen.